nieuws

Facultatieve
Sponsors

Uitspraak ombudsman inzake kapot gevallen grafsteen

7 november 2013

Aangezien een grafsteen niet zomaar omvalt en het graf regelmatig werd bezocht en goed werd onderhouden was klager van mening dat er activiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de grafsteen direct is omgevallen of activiteiten waardoor de fundering is beschadigd en hierdoor de steen is omgevallen.

Klager leverde een zevental foto’s waaruit bleek dat het graf in de loop der jaren goed was onderhouden en dat er inderdaad rondom het graf kennelijk werkzaamheden waren uitgevoerd.
Een broer van klager had inmiddels ook de media ingeschakeld, hetgeen door de begraafplaats als niet passend werd ervaren.

Niettemin wenste de begraafplaats de kwestie opgelost te hebben en bood aan de kosten van herstel voor haar rekening te nemen.

Volledige uitspraak

Bindend advies inzake klacht 2013/54

Betreft klacht over begraafplaats ( verder verweerder te noemen) inzake de omgevallen en daardoor beschadigde grafsteen

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

  • Klachtbrief van 6 september 2013 aan ombudsman. De brief was vergezeld van een aantal bijlagen, waaronder een zevental foto’s van het betreffende grafmonument.
  • Brief van ombudsman van 16 september 2013 aan verweerder met het verzoek om nadere toelichting.
  • Brief van verweerder van 23 september 2013 aan ombudsman met nadere toelichting en voorstel tot afronding van de klacht.


  • Onderwerp van het geschil

    Klager heeft geconstateerd dat in de week van 22-29 mei 2013 de grafsteen op het graf van zijn ouders volledig is vernield. Aangezien een grafsteen niet zomaar kan omvallen en het graf van zijn ouders regelmatig wordt bezocht en goed wordt onderhouden , moeten er volgens klager activiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de grafsteen direct is omgevallen of activiteiten waardoor de fundering is beschadigd en hierdoor de steen achteraf is omgevallen.

    Bevoegdheid ombudsman en ontvankelijkheid van de klacht

    Op basis van het geldende Klachtenreglement van de Stichting Klachteninstituut Uitvaartwezen komt de ombudsman tot de conclusie bevoegd te zijn tot het in behandeling nemen van de betreffende klacht.
    Omdat de klacht binnen de door artikel 5.2 van het Klachtenreglement gestelde termijn is aangemeld bij verweerder en bij de ombudsman is de klacht ontvankelijk.

    Verloop van de procedure

    Partijen hebben in eerste instantie getracht gezamenlijk tot een oplossing te komen. Nadat een voorstel van verweerder was geaccepteerd door de rechthebbende heeft klager hiertegen bezwaar gemaakt en is hiertoe door de rechthebbende ook gemachtigd. Zonder voorkennis van verweerder zijn er in de pers artikelen over deze kwestie verschenen, terwijl partijen de onderhandelingen nog niet hadden afgesloten. Verweerder heeft op 22 juli zijn eerder gedane voorstel nogmaals herhaald, waarop klager liet weten de kwestie voor te zullen leggen aan de ombudsman. Klager heeft schriftelijk verklaard zich neer te zullen leggen bij een uitspraak van de ombudsman in een uit te brengen bindend advies. Verweerder is uit hoofde van zijn lidmaatschap van de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen gehouden het bindend advies na te komen.

    Standpunt van klager

    Naar de mening van klager was het graf en de staande grafsteen in goede staat. Als bewijs hiervoor voert klager aan de renovatie van het grafmonument in 1996 ( foto daarvan bijgevoegd) , een foto van de grafsteen in 2000 na het overlijden van de moeder van klager en een foto van het grafmonument op 22 mei 2013.

    Verder heeft klager een foto gemaakt op 29 mei 2013 waarop zichtbaar is dat in de afgelopen week werkzaamheden zijn uitgevoerd naast en achter het graf van zijn ouders. Aangezien een staande grafsteen niet zonder reden omvalt en gelet op de kennelijk verrichte werkzaamheden acht klager verweerder ( mede) verantwoordelijk voor de schade aan de grafsteen.

    Standpunt van verweerder

    Uitgangspunt van verweerder is dat schade aan grafmonumenten, met uitzondering van schade die door toedoen van de begraafplaats is ontstaan, buiten de verantwoordelijkheid van de begraafplaats valt. Aangezien er geen activiteiten op de begraafplaats zijn geweest welke tot beschadiging van de grafsteen hebben geleid kan verweerder niet aansprakelijk worden gesteld.

    Echter is verweerder uit coulance bereid een andere, gebruikte, grafsteen aan te bieden welke door een steenhouwer zal worden afgeschuurd. De rechthebbende zal dan de kosten van belettering voor haar rekening nemen. Vervolgens heeft klager zich voor de afhandeling van de klacht ingeschakeld, de rechthebbende heeft klager daartoe gemachtigd en daarna is het door verweerder gedane voorstel verworpen. Inmiddels heeft een andere broer medewerking verleend aan een artikel in een landelijk dagblad en in andere media.

    Verweerder heeft deze broer laten weten dat hij niet als aanspreekpunt voor verweerder kon worden aangemerkt aangezien zijn broer dat reeds was. Op 22 juli heeft verweerder het eerder gedane voorstel gestand gedaan, maar klager heeft op 7 augustus laten weten de kwestie te zullen voorleggen aan de ombudsman.

    Op verzoek van de ombudsman heeft verweerder de klacht nogmaals bezien en een voorstel gedaan om verdere discussie te voorkomen . Dit voorstel wordt door de ombudsman overgenomen in het bindend advies .

    Overwegingen van de ombudsman

    Vaststaande feiten

    Aan de hand van de gemaakte foto’s in 1996 ( na de renovatie) , begin 2000 na overlijden van moeder en op 22 mei 2013 blijkt dat het grafmonument in goede staat verkeerde. Uit de foto van 29 mei 2013 blijkt dat er in de naaste omgeving van de grafsteen werkzaamheden zijn uitgevoerd en dat de grafsteen aanzienlijk is beschadigd. In hoeverre door deze werkzaamheden schade aan de grafsteen is toegebracht blijft onduidelijk.

    Wettelijk ligt het risico van schade aan een grafmonument bij de eigenaar van het monument, tenzij duidelijk is dat de schade door grove onzorgvuldigheid van ( medewerkerkers van ) de begraafplaats is ontstaan.

    De beoordeling

    Dat er schade is ontstaan is overduidelijk; de oorzaak van de schade valt niet te achterhalen nu verweerder aangeeft ( brief 22 juli 2013) dat er van hun kant geen werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Door verweerder is een voorstel is gedaan om uit de impasse te komen, welk voorstel in eerste instantie werd geaccepteerd , maar later toch als niet passend werd verworpen. Verweerder is niettemin bereid gebleken met een gemachtigde van de rechthebbende verder te praten over een oplossing, maar werd pijnlijk verrast toen bleek dat een ander familielid zich ook met deze klacht , via de pers, ging bezighouden.

    Teneinde tot een definitieve oplossing te komen heeft verweerder aan de ombudsman een voorstel gedaan met een voorwaarde. Dit voorstel is in de onderstaande beslissing opgenomen.

    Beslissing

    1.Uit coulance overwegingen is verweerder bereid de kosten van herstel te vergoeden tot maximaal het bedrag van de kostenspecificatie, zoals opgenomen in de brief van 6 september 2013. Het betreft de offerte van een steenhouwer voor een bedrag van € 2103,00. De ombudsman accepteert dit voorstel en neemt dat hierbij over.

    2.Verweerder zal klager het bedrag vergoeden tegen overlegging van de nota’s van genoemde steenhouwer Klager zal daarbij vermelden op welk bankrekeningnummer het bedrag dient te worden overgemaakt.

    3.Voorwaarde voor verweerder is dat er na ontvangst van het bindend advies geen contact met de pers meer zal plaatsvinden. De ombudsman neemt deze voorwaarde hierbij eveneens over. Mocht klager of een ander familielid toch hierover met de pers contact hebben dan is verweerder gerechtigd het uit coulance gedane voorstel ( zie punt 1) in te trekken of het reeds -betaalde bedrag terug te vorderen .


    Dit bindend advies is gegeven en verzonden op 2 oktober 2013.

    Reageer op dit artikel

    Reacties:


    nog geen reacties
    Uw reactie op dit artikel

    Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

    Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

    JA NEE