nieuws

Facultatieve
Sponsors

KNMG-richtlijn over sedatie gepresenteerd

7 december 2005


De artsenfederatie KNMG heeft donderdag 7 december tijdens een symposium een richtlijn over palliatieve sedatie gepresenteerd. Daarin staat beschreven wat sedatie is, in welke situaties het een geschikte behandelingsvorm is en hoe, en met welke middelen, die behandeling dient te worden uitgevoerd.
Palliatieve sedatie wordt gedefinieerd als ‘het opzettelijk verlagen van het bewustzijn van een patiënt in de laatste levensfase’. Doel is het lijden te verlichten, en niet het moment van sterven te beïnvloeden. Daarmee is direct het grootste verschil met euthanasie benoemd. Al blijft er, ondanks de richtlijn, altijd sprake van een grijs gebied, zo bleek uit de discussie die na de presentatie onder artsen werd gevoerd.

In de richtlijn wordt beschreven wanneer sprake van palliatieve sedatie kan zijn: het bestaan van één of meer onbehandelbare ziekteverschijnselen (‘refractaire symptomen’, in het artsenjargon) die leiden tot ondraaglijk lijden van de patiënt. Een ziekteverschijnsel is refractair te noemen als geen van de conventionele behandelingen (voldoende snel) effectief is en/of deze behandelingen gepaard gaan met onaanvaardbare bijwerkingen. In de praktijk gaat het vooral op pijn, benauwdheid en delier (verwarde toestand). De arts kan, uiteraard in overleg met patiënt en naasten, bij onbehandelbare klachten voor sedatie kiezen als het sterven binnen twee weken te verwachten is. Zo bewandelt de arts – op hoofdlijnen – de koninklijke weg, en hoeft hij niet te vrezen dat zijn gedrag aandacht krijgt van Justitie.
Hoewel dit alles duidelijke taal lijkt, zal de weerbarstige praktijk binnen de kortste keren tot twee cruciale vragen leiden: wie bepaalt dat een symptoom refractair is en wie kan zeggen dat het sterven ‘binnen twee weken te verwachten is’? Bij lichamelijke pijn zal de arts ongetwijfeld het best kunnen beoordelen dat er geen andere methoden zijn om de pijn te verlichten, maar hoe zit dat bij voorbeeld bij zielepijn? Is de patiënt dan niet de enige die kan zeggen dat hij ondraaglijk lijdt? Wie op deze vraag ‘ja’ denkt te kunnen antwoorden heeft een probleem, want de richtlijn sluit namelijk uit dat de patiënt om sedatie kan vragen.
En het tweede punt: ‘Het sterven is binnen twee weken te verwachten.’ Dat is zeker het geval zodra met sedatie begonnen wordt, maar het punt is dat deze verwachting al moet bestaan zonder zekerheid over die ‘gesedeerde dood’. Twee weken tijdens een sterfbed kunnen een eeuwigheid zijn. In regionale richtlijnen over sedatie was dan ook altijd sprake van de tijdsaanduiding ‘drie à vier dagen’. Dat is een geheel ander perspectief dan ‘binnen twee weken’. Er wordt dan ook met belangstelling uitgekeken naar de argumenten die artsen gaan aandragen om te verantwoorden dat het sterven echt binnen twee weken te verwachten was, en niet even goed binnen drie of vier weken.
De richtlijn besteedt aandacht aan de relatie tot euthanasie. Anders dan euthanasie, richt sedatie zich niet op het bekorten van het leven, maar op het weg nemen van ernstige lijden. Palliatieve sedatie is volgens de richtlijn de eerste keus als de patiënt niet langer wil lijden, maar zijn leven ook niet wil (laten) beëindigen. Bij sedatie wordt de patiënt niet gedood, maar krijgt hij de mogelijkheid – weliswaar zonder dat hij zich daarvan bewust is – ‘natuurlijk’ te sterven. Wil de patiënt als gevolg van zijn lijden niet langer leven, dan ligt euthanasie meer voor de hand.

U kunt de richtlijn via www.palliatievezorg.nl downloaden door hier te klikken: www.uitvaart.nl/docs/KNMGrichtlijnpalliatievesedatie.pdf




Voor meer informatie over sedatie, klik hier.
Voor meer informatie over de verschillen tussen sedatie en euthanasie, kik hier.