Kosten lijkschouwing onterecht 5


27 februari 2003

Vraag nummer: 2033  (oude nummer: 2420)

Thu, 27 Feb 2003 10:07

Geachte heer Van der Putten,

Nu waarschijnlijk een laatste opmerking over de kosten van lijkschouwing, want als ik het goed heb gelezen blijkt uit uw 4e antwoord dat onze stellingen in elkaars verlengde liggen. Ik zal dit uitleggen:

Aanleiding discussie in Dinxperlo:
De Dinxperlose kwestie waarmee de discussie is ontstaan had betrekking op een euthanasiegeval. U kunt dit vrij gedetailleerd terugvinden op de website www.vvddinxperlo.nl De onrechtmatige invordering van de niet declarabele schouwingskosten op de betrokken nabestaande werd, nadat hij daarom had gevraagd, gemotiveerd met het "veroorzakingsbeginsel". Gebrek aan een titel voor de invordering leidde tot terugbetaling van onrechtmatige invorderingen en tot het intrekken van de nota die de aanzet tot de discussie was.
Gelijktijdig werd echter de legesverordening aangepast. In de Dinxperlose regeling wordt géén onderscheid gemaakt tussen lijkschouwing na euthanasie en andere aanleidingen voor een "gemeentelijke" schouw.

De praktijk:
Ook in de Achterhoek is lijkschouwing ondergebracht bij de GGD. De regio hanteert voor lijkschouwing vaste tarieven waartoe de verantwoordelijke gemeenten worden aangeslagen. Ook hier wordt geen onderscheid gemaakt voor wat betreft de aanleiding van de schouwing. In gevallen van euthanasie wordt echter een dubbele declaratie gehanteerd: bij gemeenten wordt het standaardtarief gedeclareerd en bij justitie het bedrag volgens het "Besluit tarieven in strafzaken". Dinxperlo berekent zoals gesteld vervolgens ook de schouwingskosten ná euthanasie door aan de nabestaanden.

Uw nuancering:
U stelt nu dat de wetgever en Justitie gevallen van euthanasie heel anders benaderen dan overige gevallen van overlijden. In de gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding is ook volgens u de lijkschouwing duidelijk wél in het kader van opsporingsonderzoek geplaatst.

Mijn conclusie:
Hier zijn wij het dus volledig met elkaar eens. Logische consequentie daarvan is dat in die gevallen er geen rekening aan nabestaanden dient te worden gezonden. Een verordening die geen onderscheid maakt tussen schouwing ná een gerapporteerde euthanasie en andere aanleidingen voor schouwing is dan ook vernietigbaar en de concrete invorderingen aanvechtbaar in verband met de te ruim gestelde legesverplichting.

Mijn mening:
Anders dan u vind ik dat gemeentelijke lijkschouwing (als tweede opvolgende schouwing) in géén geval, dus ook niet indien de aanleiding een andere is dan euthanasie, zou moeten worden doorberekend. Als u zou stellen dat een dergelijk oordeel minder steun vindt in de concrete tekst van de wet dan deel ik ook hier uw visie. Dit neemt echter niet weg dat ik in de wet, zij het minder concreet, wél aanwijzingen meen te kunnen aantreffen waarop ik mijn oordeel baseer. Wellicht had ik in mijn eerdere reacties wat duidelijker het verschil tussen euthanasie en andere aanleidingen voor lijkschouwing moeten maken.

Slotconclusies:
Als ik uw woorden goed heb geïnterpreteerd dan vindt ook u dat kosten van lijkschouwing na euthanasie niet op nabestaanden kunnen worden verhaald, aangezien een dergelijke schouwing in het kader van opsporingsonderzoek moet worden geplaatst.
Onze meningen lopen uiteen als het gaat om de doortrekking van dit beginsel waar het ándere aanleidingen betreft voor gemeentelijke lijkschouwing.
Een legesregeling die het onderscheid niet maakt tussen euthanasie als aanleiding voor een schouwing en andere aanleidingen voor een schouwing is sowieso vernietigbaar.

Vriendelijke groet,
Albert Swinkels

Antwoord:

Geachte heer Swinkels,

Ik had de website www.vvddinxperlo.nl vluchtig bekeken en niet het hele dossier inzake de kosten van de lijkschouwing in detail gelezen. Overigens graag mijn complimenten voor de site; het is een goede zaak dat een politieke partij de burger laat zien waar ze zoal mee bezig is.

In wat ik gemakshalve maar even aanduidt als ‘de Dinxperslose schouwingskosten’ zit het probleem nu ik wat meer informatie van u heb, niet zozeer bij de gemeente, als wel bij de GGD. Het zijn grapjassen daar, als ze twee keer declareren voor dezelfde handeling. Dat kan natuurlijk niet.
Mij lijkt dat de gemeente niet hoeft te betalen, als de GGD al bij Justitie kan declareren.

Ik houd evenwel nog één slag om de arm: er zijn meerdere vormen van euthanasie en zelfdoding, al dan niet op eigen verzoek en al dan niet met behulp van derden. Ik weet dat er 2 verschillende regelingen met verschillende procedures voor 2 groepen van euthanasie/zelfdoding zijn geweest, maar ik heb dat nooit zo precies gevolgd. En ik heb nu eerlijk gezegd ook geen zin om dat nu uit te gaan zoeken. Die regelingen zouden ooit nog eens in elkaar geschoven worden, maar of dat al gebeurd is, weet ik niet. Maar wat ik hier naar voren wil brengen is, dat het zo zou kunnen zijn dat een bepaald deel van de euthanasie-zaken onder die vergoedingsregeling valt, en een ander deel niet.

U zoekt al heel lang concensus. Hier is ‘ie dan: wij zijn het met elkaar eens dat in die gevallen dat Justitie tot vergoeding overgaat, er geen rekening aan (de gemeente en vervolgens aan) nabestaanden dient te worden gezonden.

Waar het ik echter niet mee eens ben, is uw stelling dat een legesverordening die geen onderscheid maakt tussen schouwing ná een gerapporteerde euthanasie en andere aanleidingen voor schouwing, vernietigbaar is.
De legesverordening zegt slechts dat een tarief in rekening kan worden gebracht. In de gevallen dat Justitie de kosten betaalt, kan/mag de GGD geen kosten meer declareren bij de gemeente. Vervolgens heeft de gemeente geen aanleiding om kosten bij belanghebbende nabestaanden in rekening te brengen.
Immers, de gemeente heeft uit zichzelf geen wetenschap van een schouwing en gaat niet uit eigener beweging over tot het in rekening brengen van een tarief. Pas als de GGD met een nota en nadere gegevens van de schouwing komt, komt de gemeente in actie.

Terzijde merk ik op dat de meeste gemeenten meestal een vast tarief in de legesverordening hebben. Als de declaratie van de GGD hoger is, of lager, heeft de gemeente pech of geluk: het verschil is voor haar rekening.

In de situatie van uw gemeente, met de schouwing van euthanasie-gevallen, had de houding van de gemeente niet moeten zijn dat ze de kosten doorberekent aan de nabestaanden, maar dat ze de rekening van de GGD weigert te betalen onder verwijzing naar het ‘Besluit tarieven in strafzaken’.
Formeel is er m.i. niets onjuist aan het huidige legesbesluit, maar materieel wordt er fout gehandeld als men toch in dit soort gevallen kosten dubbel berekent.
Mijns inziens is dat geen reden om (dit onderdeel van) de legesverordening te vernietigen.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

27 februari 2003

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.