Aangifte doodgeboren kind van een tweeling
20 september 2016
Vraag nummer: 47432
Dag,
Was het in 1971 verplicht een levenloos geboren baby aan te geven? Het doodgeboren meisje is deel van een tweeling: het andere kindje is mijn dochter van 45 en wij willen graag weten of het mogelijk is om het doodgeboren zusje alsnog wettelijk te erkennen,
vriendelijk dank voor uw aandacht, corry schellekens
Antwoord:
Geachte mevrouw,
Uw vraag ligt op het gebied van het personen- en familierecht. Deze adviesrubriek gaat over de regels voor begraven en cremeren. Dat is dus iets anders.
Van personen- en familierecht, dat in Boek I van het Burgerlijk Wetboek is geregeld, heb ik geen verstand.
Ik ben toch even in de wet gaan kijken.
De aangifte van een levenloos geboren kind staat in artikel 19i van het Burgerlijk Wetboek: "1. Wanneer een kind levenloos ter wereld is gekomen, wordt een akte opgemaakt, die in het register van overlijden wordt opgenomen."
Daarnaast zijn er regels over de bevoegdheid en over de verplichting om aangifte van geboorte (en overlijden) te doen.
Waarschijnlijk waren die regels er in 1971 ook al, maar dat kan ik u niet met zekerheid zeggen.
Maar als er in 1971 een verplichting tot aangifte was, wil dat nog niet zeggen dat ook aangifte is gedaan. Als aangifte is gedaan, zou die akte in het register van overlijden terug te vinden moeten zijn. Op een makkelijke manier, want de gemeente van aangifte en de datum zijn bekend, als het doodgeboren kind een tweelingzus had. Bij die gemeente kunt u het dus navragen.
Of en hoe het mogelijk is om na 45 jaar nog een levenloos geboren kind aan te geven, dat niet eerder is aangegeven, is een materie waar wel wat ontwikkelingen over gaande zijn, zag ik. Ik vond op de site Rijksoverheid.nl de 'kamerbrief-geboorteregistratie-basis-registratie-personen-van-levenloos-geboren-kinderen.pdf' van 26 april 2016 van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de Tweede Kamer. De minister wil o.a. onderzoek doen naar de mogelijkheden van registratie.
Ik denk dat het voor u interessant is om deze ontwikkelingen te volgen en in contact te treden met verzoekers van de petitie “ik wil ook in het BRP” die in de brief van 26 april genoemd wordt.
Met vriendelijke groet,
mr W.G.H.M. van der Putten