Mr Willem van der Putten

Mr Willem van der Putten Spelregels
Over Mr Willem van der Putten
Facultatieve
Sponsors

Goedkeuring bisschoppen RK reglement


25 september 2003

Vraag nummer: 2504  (oude nummer: 3112)

Geachte heer Van der Putten,

In vraag 3008 raadt u het gebruik van het model reglement van de RK kerk af, o.a. wegens fouten. Maar de reglementen moeten toch altijd voor goedkeuring naar het bisdom. Bij ons kerkhofreglement was het zo’n 10 jaar geleden ook zo dat het bisdom commentaar gaf en dat wij de tekst nog hebben aangepast. Eventuele fouten kunnen er dan toch nog uit worden gehaald?

Antwoord:

Geachte heer,

Het nieuwe model-reglement is uitgebracht namens alle bisschoppen. Voor zover de aanpassingen niet afwijken van het model, zullen de teksten niet gecorrigeerd worden als zij ter goedkeuring aan een bisdom worden voorgelegd.
Het model zelf bevat juridische fouten. Ik wil nu niet het hele model bespreken – dat doe ik wel een keer in een afzonderlijk artikel – maar ik geef u wel enkele voorbeelden.

Een kleine maar onbegrijpelijke fout is de bepaling in artikel 4, eerste lid, dat voorafgaand aan een begraving het verlof tot begraving en tot de bezorging van de as moet worden getoond. Wat is ‘het verlof tot de bezorging van de as’? Dat bestaat simpelweg niet. Wellicht vergissing, OK. Maar dat men er na 12 jaar nog niet achter is dat dit verlof niet bestaat, is wel erg slordig. Je vraagt je dan ook af in hoeverre parochies zich in de praktijk aan hun reglement houden, want er zullen de afgelopen 12 jaar zeker wel asbussen zijn bijgezet, maar nimmer zal een ‘verlof tot de bezorging van de as’ getoond kunnen zijn…

Een essentiëel punt voor een reglement – lijkt mij – is dat het recht op een graf juridisch correct wordt gedefinieerd. Dat is in het model heel halfslachtig gebeurd. De wettelijke term van een eigen graf is ‘een graf met een uitsluitend recht’. In de jurisprudentie wordt dit grafrecht ook wel aangeduid als een ‘zakelijk gebruiksrecht’. Bij de begripsbepalingen in artikel 1 van het RK-model wordt het grafrecht aangeduid als ‘het recht op een eigen graf’ en wordt ten aanzien van een eigen graf gesproken over ‘gebruiksrecht’ (zonder het juridisch essentiële woordje ‘zakelijk’). Zo’n aanduiding betekent juridisch echter helemaal niets. Het is net zoiets als wanneer iemand een huis betrekt en hij met de eigenaar van dat huis een overeenkomst aangaat, waarin wordt gesteld dat hij ‘het recht op een eigen huis’ krijgt. Wat is dat? Ik weet het niet. Als je een huis betrekt, krijg je óf een koop- of een huurovereenkomst. Koop of huur zijn duidelijk, zij hebben juridische betekenis. Maar ‘gebruik’ van een huis is niks. Ja, wel feitelijk maar niet juridisch. En zo is ook het ‘gebruik van een graf’ niets. De rechtsbescherming die de wet geeft aan personen die een uitsluitend recht op een graf hebben, komt op losse schroeven te staan. Strikt juridisch gezien zijn volgens de begripsbepalingen in artikel 1 álle graven op RK begraafplaatsen algemene graven! U hebt een voldoende lange staat van dienst bij uw kerkhof om u te realiseren wat dat zou kunnen betekenen….
Nu wordt in artikel 12 van het model wél over het verlenen van een uitsluitend recht gesproken, maar het is onduidelijk hoe zich dat verhoudt ten opzichte van de definities in artikel 1. Er staat nergens klip en klaar: het recht op een eigen graf zoals bedoeld in dit reglement is het uitsluitend recht op een graf. Ik vind dat een omissie. Het zal ongetwijfeld de bedoeling zijn om uitsluitende grafrechten te verlenen, maar waarom zijn de definities dan niet helder?

Een ander juridisch punt. In het model staat (artikel 17) dat aan toegekende grafrechten geen titel kan worden verleend om zich te verzetten tegen bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting en de gesloten verklaring. Het stond trouwens ook al in het oude model. De wet geeft echter aan belanghebbenden de mogelijkheid om tegen een sluiting bij gedeputeerde staten in beroep te komen (artikel 45). Nu zijn sommige wettelijke bepalingen van regelend recht, wat betekent dat zij gelden tenzij partijen iets anders zijn overeengekomen. Maar deze bepaling is niet van regelend recht. Ik meen dat men belanghebbenden – en wie zijn meer belanghebbend dan de rechthebbenden op graven? – hun essentiële wettelijke beroepsrechten niet contractueel kan ontnemen. Ik wil nog wel eens zien dat gedeputeerde staten die een beroepszaak behandelen, hierover uitspraak doen.
Maar ik vrees dat het soms niet eens aan de orde kan komen, zo’n uitspraak over de nietigheid van deze bepaling in artikel 17. Want een geschil over het gesloten verklaren van een begraafplaats gaat helemaal niet tussen rechthebbenden/belanghebbenden en het parochiebestuur, maar tussen belanghebbenden en de gemeenteraad, die het besluit neemt. De gemeente heeft geen boodschap aan zo’n contractuele bepaling tussen twee andere partijen. Het parochiebestuur dat zich op artikel 17 zou kunnen beroepen is formeel dus geen tegenpartij in een beroepsprocedure. Dus waar slaat zo’n bepaling dan op? Het heeft evenveel waarde als wanneer u en ik contractueel vastleggen dat u zich niet verzet tegen de sloop van de Euromast; daar heeft de gemeente Rotterdam geen boodschap aan. En ik heb niet de bevoegdheid om de gemeente te dwingen zich iets van onze overeenkomst aan te trekken.
Het bepaalde in artikel 17 is in mijn ogen laakbaar én ondoordacht, want het kan niet werken.

En nog even iets over artikel 12, nu mijn oog er toch op viel. Daar staat dat aan iemand het uitsluitend recht kan worden verleend om voor 20 jaar gebruik te maken van een bepaalde grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, de partner, een bloed- of aanverwant of een pleeg- of stiefkind. Waarom wordt de kring van personen die er begraven mag worden beperkt? Waarom en hoe moeten mensen met een LAT-relatie hun relatie aantonen? Waarom mag een achterkleinkind niet in het graf van zijn overgrootouders? Hoe zit het met die talloze gescheiden mensen met kinderen die later weer met anderen gaan samenwonen en een gezin gaan vormen zonder formeel te huwen? Als een kind in dat gezin overlijdt, mag het niet begraven worden in het graf dat op naam staat van de partner van zijn vader of moeder, want dat valt niet binnen die definities. Ik vind dit een bepaling uit de jaren ’50 van de vorige eeuw.
Maar goed, ik dwaal af.

Wanneer bisdommen een reglement goedkeuren, gaan zij dit soort bepalingen uit het model niet veranderen. Wat ik wél zie bij parochies die op eigen houtje het model-reglement aanpassen, is dat het bisdom adviseert om toch maar weer standaard-bepalingen uit het model over te nemen. Een voorbeeld dat ik recent zag, was de aanbeveling om het document met persoonsgegevens dat samen met de kist wordt aangeleverd, in de administratie te bewaren. De betreffende parochie had die bepaling, die ook al in het oude model stond, geschrapt.
U weet, dat als een kist bij een begraafplaats of crematorium wordt aangevoerd, op die kist een uniek nummer moet zijn aangebracht, welk nummer ook vermeld is op een document met de persoonsgegevens van de overledene (artikel 8 Wlb). Zo weet je dat kist en papier bij elkaar horen en wie er in die kist ligt. Er is geen wettelijke verplichting om dat document te bewaren. Ik vind het ook niet zinvol om dat document te bewaren, maar het bisdom en het model-reglement willen dat het wel gebeurt. Waarom? Het heeft alleen zin om het document te bewaren, als je de relatie met de kist kunt leggen door middel van het nummer. Maar de kist zit onder de grond, dus je kunt later nooit meer controleren of dat die nummers wel overeen komen. Ik kan me althans niet voorstellen dat men een stukje met het nummer uit de kist zaagt om dat bij het document te bewaren. Wat is dan het nut van het bewaren van dat document? De controlerende functie is éénmalig en reeds vervuld.
Nu kan ik me wel voorstellen dat men graag een document met de persoonsgegevens van de overledene in de administratie opneemt. Maar dan ligt het mijns inziens voor de hand om het verlof tot begraving van de gemeente te bewaren. Dat is een officieel gemeentelijk document met méér gegevens dan het document van artikel 8. Dit laatste document kan de uitvaartleider zelf maken, wat het risico van typefouten e.d. herbergt. Waarom zou je een officiëler en nauwkeuriger stuk zoals het verlof weggooien en een onnauwkeuriger beperkter document bewaren? Het document van artikel 8 heeft geen enkele juridische betekenis meer, maar met het verlof kun je altijd nog aantonen dat destijds legaal is begraven. Kortom, ik vind dit een ondoordachte bepaling in het RK-model en dus ook een ondoordacht advies van het bisdom.

Van de goedkeuring door de bisdommen moet u geen hoge verwachting hebben. Ik heb in mijn archief reglementen van RK-begraafplaatsen die kanjers van fouten bevatten. Enkele voorbeelden: de bepaling dat een graf met een uitsluitend recht voor 20 jaar slechts 2 keer 10 jaar verlengd kan worden, dat grafrechten eindigen als men een bepaald vak wil ruimen, dat men zich het recht voorbehoudt om uitsluitende grafrechten niet te verlengen, dat het bestuur eenzijdig kan beslissen om het graf te verplaatsen, enz. enz. Telkens mét bisschoppelijke goedkeuring. Dit zijn zulke essentiële zaken en e.e.a. is zo duidelijk in strijd met de wet, dat die goedkeuring onbegrijpelijk is.

Enfin, mijn antwoord is gaandeweg langer geworden dan ik me had voorgenomen. Ik zal er nog een artikel aan wijden. Maar het zal u duidelijk zijn dat ik meen dat niet alleen het model-reglement maar ook de opmerkingen van een bisdom kritisch bekeken zouden moeten worden. Goedkeuring door een bisdom is geen garantie voor kwaliteit.

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE