Wat zijn onze plichten en rechten als begraafplaatshouder? 2


10 juli 2017

Vraag nummer: 51269

Geachte heer van der Putten,

In vervolg op mijn vraag 51197.

Het zijn graven waarvan de rechten niet zijn verlengd. Het zijn graven die veel ouder zijn dan 25 jaar waar het reglement over spreekt en vaak in slechte staat, waarvan we de nabestaanden niet kunnen achterhalen.
De grafrechten zijn niet vervallend verklaard. Dat is iets wat wel willen gaan doen. Maar we willen de mogelijkheid open houden mocht er plotseling iemand zijn die het graf op zijn naam wil hebben. Er is geen plan tot ruimen van de graven maar als we dat wel zouden besluiten, doen we dat volgens de wettelijke regels, we willen niet in juridische problemen terecht komen. Eigenlijk willen we weten wat onze rechten en plichten zijn als begraafplaats houder.

Ik heb het reglement toegevoegd.
Met vriendelijke groet,
J.Pleiter



REGLEMENT VOOR HET BEHEER

VAN DE BEGRAAFPLAATS VAN DE

HERVORMDE GEMEENTE TE

NIEUW-STADSKANAAL







e-mail:begraafplaatsadm@oosterkadekerk.nl
Een particulier graf, wat houdt dat in.

Bij een particulier graf of graven heeft men toestemming om op die plek een of meer personen te begraven en begraven te houden. Dit voor de periode die is afgesproken, dat is
25 jaar op onze begraafplaats (art. 12, lid 2), met die verstande dat bij de tweede ter aarde bestelling er nog minimaal 10 jaar grafrust aanwezig moet zijn, dit is zegt de Wlb.
(Wet op lijk bezorging)

De nabestaanden of diegene die contactpersoon is voor een graf, hebben de verplichting, om de administrateur van de juiste adres gegevens te voorzien.

Bij het overlijden van de laatste ouder, moet het graf binnen één jaar overgeschreven worden, op een andere natuurlijk of rechtspersoon die het uitsluitend recht is verleend tot contact- persoon, dit moet schriftelijk gebeuren, dit is niet kosteloos.
De contactpersoon spreekt namens de familie, deze kan alleen de zaken met het college regelen, het college is geen gesprek partner voor de verdere familieleden.
Het graf dient ten alle tijd in goede staat gehouden worden en schoon, graven met een grind afdekking moeten schoon gehouden worden en mos vrij.
Beschadigingen of verzakkingen dienen per direct worden hersteld, zerken moeten goed leesbaar zijn.

Het bijzetten van urnen of as bussen, heeft men altijd schriftelijke toestemming nodig van de administrateur en is niet kosteloos. Dit kan alleen als u in bezit bent van de juiste papieren. Ook hier geld de Wet op lijk bezorging.

Als u denkt een koopgraf te hebben, moet u altijd een van BEWIJS VAN EIGENDOM kunnen overleggen.

Een advies is,
lees het reglement goed, dan weet u wat u rechten en plichten zijn.




HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1

Begripsomschrijvingen

1. Dit reglement verstaat onder:

beheerder:
- degene die door het college van kerkrentmeesters belast is met de dagelijkse leiding van
de begraafplaats of degene die hem vervangt.

administrateur:
- degene die door het college van kerkrentmeesters is aangewe¬zen voor het verzorgen van de administratie van de begraafplaats.

belanghebbende:
- de contactpersoon die bij het college van kerkrentmeesters bekend is in het kader van de uitgifte van een particulier graf.

particulier graf:
- een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het
uitsluitend recht is verleend tot:
- het doen begraven of bijzetten en begraven houden van lijken;
- het doen begraven of bijzetten en begraven houden van as bussen of urnen;

Uitgifte termijn:
- de termijn gedurende welke men het uitsluitend recht heeft:
a. een lijk te doen begraven en begraven te houden,
b. een as bus of urn in een urnengraf of urnennis bij te zetten en bijgezet te houden.

uitsluitend recht :
- het recht om gedurende een bepaalde periode één of meer lijken in het graf te doen
begraven of begraven te houden, dan wel het bijzetten van één of meer as bussen of urnen.


algemeen graf:
- niet aanwezig.

verlof tot begraven of urn plaatsing:
- het door de ambtenaar van de burgerlijke stand af te geven schriftelijk verlof.

grafrecht:
- het recht op een particulier graf of urnengraf.

rechthebbende:
- degene die een uitsluitend recht heeft op een particulier graf, dan wel op een particulier urnengraf.

algemene bepalingen voor graf en urn:
- grafbrief, grafakte, crematieakte: overeenkomst waarin door de beheerder een grafrecht is verleend.

grafrust(termijn): 25 jaar op deze begraafplaats
- periode waarin een lijk of urn niet opgegraven mag worden, behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit.



bijvoeging van stoffelijk overschot of urn:
- het begraven van een overledene in een particulier graf waarin reeds een overledene is begraven;
- het begraven van een as bus of urn in een particulier graf waarin reeds een overledene of een as bus is begraven.

ruimen:
- het leegmaken van een graf, waarbij de overblijfselen opnieuw ter aarde worden besteld.

gedenkteken:
- zerk met daarop aangegeven naam, geboortedatum en overlijdensdatum

grafbedekking:
- het afdekken van het graf of graven en urnengraf.

urnengraf:
- een graf, bij de beheerder in beheer, waarin aan een ieder gelegen¬heid wordt geboden tot het doen bijzetten van as bussen of urnen.

As bus:
- een bus ter berging van de as van een overledene.

columbarium:
- niet aanwezig

particulier urnengraf:
- een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van as bussen of urnen.

particuliere urnennis:
- een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van as bussen of urnen.

urn:
- een voorwerp ter berging van één of meer asbussen.

verstrooiingsplaats(of strooiveld):
- een plaats waarop as wordt verstrooid. ( niet aanwezig )





Artikel 2


Beheer
Het beheer van de kerkelijke begraafplaats berust bij de Hervormde gemeente te
Nieuw-Stadskanaal vertegenwoordigd door het college van kerkrentmeesters.
Het college van kerkrentmeesters wijst een beheerder aan, die de dagelijkse leiding over de
begraafplaats heeft.




Artikel 3

Administratie
1. De administratie van de begraafplaats wordt gevoerd door de kerkrentmeesters of
door een door het college van kerkrentmeesters aangewezen administrateur.
Bij de registratie van persoonsgegevens worden de vereisten van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen.
2. Degenen die bij de begraafplaats te boek staan als rechthebbende op een graf, dan wel als belanghebbende bij een particulier graf, dragen er zorg voor dat steeds hun correcte adres bij de begraafplaats administrateur bekend is.


Artikel 4

Register
De kerkrentmeesters of de door hen aangewezen administrateur houd(t)(en) een register bij van alle op de begraafplaats begraven lijken en bijgezette asbussen/urnen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn, respectievelijk welke bestemming aan de as is gegeven, en een plattegrond van de begraafplaats. In dit register worden ook aangetekend de door het college van kerkrentmeesters reeds uitgegeven, maar nog niet gebruikte particuliere graven.
Het register en de plattegrond zijn openbaar en worden in tweevoud bijgehouden.
Bij opheffing van de begraafplaats, respectievelijk het crematorium wordt het register overgebracht naar het archief van de desbetreffende burgerlijke gemeente.



HOOFDSTUK 2 - OPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS


Artikel 5

Openstelling begraafplaats
1. De begraafplaats is voor een ieder dagelijks toegankelijk gedurende de tijden die door het college van kerkrentmeesters bij uitvoeringsbesluit zijn vastgesteld. Het college maakt deze tijden openbaar bekend.
Kinderen beneden 12 jaren hebben slechts toegang, indien zij zijn vergezeld van een
volwassene.
2. Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden
gesloten.
3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as.
4. Het is niet toegestaan honden of andere huisdieren op de begraafplaats toe te laten, tenzij het begeleiding honden zijn.


Artikel 6

Ordemaatregelen
1. Het is aan steenhouwers, hoveniers en andere personen die werkzaamheden op de begraafplaats verrichten, verboden, anders dan met toestemming van of namens het college van kerkrentmeesters, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de be¬graaf¬plaats te verrichten.
2. Het is verboden zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigen of bloemen te plukken.
3. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzin¬gen van de beheerder.
4. Degenen die het in het tweede lid vermelde verbod overtreden of zich niet houden aan de in het derde lid bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.
Artikel 7

1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan het college van kerkrentmeesters onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaats vinden.
2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van het college van kerkrentmeesters of de beheerder.
3. Bijeenkomsten op de begraafplaats, die het karakter van een openbare manifestatie hebben of naar het oordeel van het college van kerkrentmeesters zullen hebben, kunnen door het college van kerkrentmeesters worden verboden.


Artikel 8

Bijzondere werkzaamheden
1. Het opgraven van lijken en het ruimen van graven, zoals omschreven in artikel 26 gebeurt in opdracht van de beheerder door daartoe aangewezen professionele personen c.q. gecertificeerde bedrijven.
2. Andere personen is het niet geoorloofd daarbij aanwezig te zijn behoudens schriftelijke toestemming van de beheerder. De beheerder en de eigenaar van de begraafplaats zijn niet aansprakelijk voor schade , van welke aard dan ook, die mocht opkomen aan personen die ter bijwoning van het opgraven van lijken of het ruimen van graven op de begraafplaats aanwezig zijn.



HOOFDSTUK 3 - VOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING

Artikel 9

Kennisgeving van begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf
1. Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee dagen voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaats vinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.
2. Op de kist of op het omhulsel van het lijk, dan wel de asbus/urn, wordt een registratienummer aangebracht, dat correspondeert met het nummer, vermeld op een bijgevoegd document dat tevens de namen, de datum van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op het lijk.
3. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder van de begraafplaats heeft
vastgesteld dat het op de kist of het omhulsel vermelde registratienummer overeenkomt met
het nummer vermeld op het document als genoemd in lid 2.
4. Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen bij te sluiten die niet tot de kist, het omhulsel of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, het omhulsel en de kleding van de overledene, dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de gestelde eis te voldoen dan kan begraving worden geweigerd. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag.
5. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door de medewerkers van de begraafplaats dan wel door degenen die met deze werkzaamheden zijn belast, op aanwij¬zingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden onder toezicht van de beheerder gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt.
Artikel 10

Te overleggen stukken
1. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. Indien de overledene binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven, dient tevens het daartoe vereiste verlof van de burgemeester te worden overgelegd.
2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaats ¬vinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
3. Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaats vinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrust termijn van 10 jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 15.
4. Bij een verzoek tot verlenging wordt een bewijs van betaling overgelegd van de grafrechten voor de eerste periode waarvoor het graf respectievelijk urnengraf.

Artikel 11

Tijden van begraven en asbezorging
1. Op zondagen, christelijke of algemeen erkende feestdagen, wordt geen gelegenheid gegeven tot begraven en bezorgen van as, tenzij de burgemeester een van de normale termijn afwijkende termijn voor begraving of crematie heeft gesteld of het college van kerkrentmeesters hiervoor toe-stemming heeft verleend.
2. Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het bezorgen van as:
- op werkdagen van 09:00 tot 16.00 uur
- op zaterdag van 09:00 tot 12:00 uur.
Kerkrentmeesters kunnen in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.


HOOFDSTUK 4 - DE GRAVEN EN GRAFRECHTEN

Artikel 12

Soorten graven
Op de begraafplaats kunnen worden onderscheiden:

a. particuliere graven zonder kelder, 25 jaar daarna kan er telkens weer 10 jaar ingehuurd worden.
b. particuliere graf met kelders, 25 jaar daarna kan er telkens weer 10 jaar ingehuurd worden.
bij de tweede ter aarde bestelling moet er minimaal nog 10 jaar grafrust aanwezig zijn, zo niet dan moet er direct 10 jaar ingehuurd worden (Wlb).



Artikel 13

Particulier graf of urnengraf
1. Een uitsluitend recht op een graf kan slechts worden verleend aan één meerderjarige persoon of rechtspersoon; dit recht kan alleen schriftelijk worden gevestigd. Door het college van kerkrentmeesters wordt een grafbrief of grafakte opgemaakt.
2. Het college van kerkrentmeesters bepaalt bij nader vast te stellen uitvoeringsbesluit hoeveel lijken en hoeveel asbussen/urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as er op of in de particuliere graven kunnen plaatshebben.
(1 urn of as bus per graf)
3. Het college bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven. Voor particuliere graven geldt een maximaal termijn van 25 jaren. Voor particuliere urnengraven en urnenplaatsen geldt een minimum termijn van 5 jaren
4. In de grafakte wordt de naam en het adres van de rechthebbende vermeld en voorts welk graf, is uitgegeven tegen welke prijs en voor welke termijn.
5. De rechthebbende op het graf, ontvangt een exemplaar van de grafakte.

6. Een urnengraf biedt plaats aan een aantal asbussen/urnen dat door het college van kerkrentmeesters wordt bepaald bij uitvoeringsbesluit.

Artikel 14

Algemeen graf

Algemene graven zijn niet op deze begraafplaats.


Artikel 15

Verstrijking en verlenging termijn particulier graf of urnengraf
1. Het recht op een particulier graf of urnengraf eindigt op het moment dat de
uitgiftetermijn is verstreken of het recht is vervallen, dan wel op de datum tegen welke door de
rechthebbende afstand van het recht is gedaan.
2. Het uitsluitend recht op een graf wordt op verzoek van de rechthebbende na verstrijking van de uitgiftetermijn verlengd, mits het verzoek gedaan is binnen één jaar voor het verstrijken van de termijn. De verlenging geschiedt telkens voor tenminste 10 jaren en voor een kindergrafje 20 jaren.
3. Het college van kerkrentmeesters doet binnen een jaar na de aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht, aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is, schriftelijk mededeling van het verstrijken van de termijnen van het bepaalde in lid 2.
4. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 3, om verlenging van het recht is verzocht, maakt het college van kerkrentmeesters de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de periode waarvoor het recht op een particulier graf was gevestigd.
5. Verlenging van grafrechten wordt niet verleend indien het onderhoud van het graf, voor zover dit niet tot de taak van de beheerder behoort, naar het oordeel van de beheerder is verwaarloosd.


Artikel 16

Overschrijving van verleende rechten
1. Het uitsluitend recht op een graf resp. urnenplaats kan op schriftelijk verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot, levenspartner of een ander natuurlijk persoon, dan wel een rechtspersoon met een geëigende doelstelling.
2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, levenspartner of een ander natuurlijk persoon, dan wel een rechtspersoon met een geëigende doelstelling, mits het verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen één jaar na het overlijden van de rechthebbende.
3. Indien binnen de in lid 2 gestelde termijn geen verzoek tot overschrijving is gedaan, kan het college van kerkrentmeesters het recht vervallen verklaren.


Artikel 17

1. Voor overschrijving is een recht verschuldigd volgens de bij dit reglement behorende tarievenlijst,
die jaarlijks kan worden herzien.
2. Van iedere overschrijving van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het in artikel 4
genoemde register.
3. De rechthebbende krijgt een bewijs van overschrijving.


Artikel 18

Grafkelder
Het college van kerkrentmeesters kan aan de rechthebbende op een particulier graf, indien daartoe
de mogelijkheden aanwezig zijn, vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder overeenkomstig de door het college van kerkrentmeesters te stellen voorwaarden.


Artikel 19

Bijzetting van urnen en as bussen, dit kan alleen met toestemming van de administrateur.

1. Een uitsluitend recht op een plaats tot bijzetting van een urn in het graf,
kan slechts voor bepaalde tijd worden verleend aan één meerderjarige persoon of rechtspersoon; dit recht kan alleen schriftelijk worden gevestigd. Door het college van kerkrentmeesters wordt daartoe een akte van bijzetting van een asbus/urn opgemaakt.
2. Het college van kerkrentmeesters bepaalt de uitgifteduur van particuliere urnenplaatsen, met een minimumtermijn van vijf jaren.
3. De rechthebbende op de plaats tot bijzetting van een asbus/urn ontvangt een exemplaar van de in lid 1. genoemde akte.
4. Na afloop van de uitgiftetermijn kan deze op verzoek van de rechthebbende worden verlengd. Van de verlenging wordt door het college van kerkrentmeesters een akte opgemaakt, waarvan de rechthebbende een exemplaar ontvangt.
5. In de in lid 1. genoemde akte, dan wel bij verlenging van het recht, wordt de naam en het adres van de rechthebbende vermeld, voorts welke urnenplaats is uitgegeven of verlengd, tegen welke prijs en voor welke termijn.
6 In of op een graf waarin een overledene is begraven kunnen niet meer asbussen/urnen worden bijgezet dan het aantal dat door het college van kerkrentmeesters bij uitvoeringsbesluit is bepaald.
7. Op het eindigen van het recht tot bijzetting van een asbus/urn is het bepaalde in artikel 15 lid 1 van overeenkomstige toepassing.
8. Ruiming van een asbus/urn, na het vervallen of eindigen van het recht tot bijzetting van de asbus/urn, geschiedt door verstrooiing van de as, hetzij door of in opdracht van het college van kerkrentmeesters, op een strooiveld, hetzij door degene die het recht tot bijzetting had gevestigd op een strooiveld, in een particulier graf of urnengraf, dan wel elders buiten de begraafplaats.
Ruiming van een asbus/urn binnen 10 jaar nadat de as daarin is geborgen, vindt niet plaats dan met toestemming van de rechthebbende.


Artikel 20

Afstand doen van grafrechten en rechten op urnenplaatsen en urnennissen
Zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding, kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen van zijn recht ten behoeve van het college van kerkrentmeesters. Van de ontvangst van zodanige verklaring zenden kerkrentmeesters een schriftelijke bevestiging aan de rechthebbende.





HOOFDSTUK 5 - GRAFBEDEKKINGEN

Artikel 21

Toestemming grafbedekking
1. Voor het hebben van een grafbedekking is schriftelijke toestemming nodig van het college van kerkrentmeesters. Voor de verlening van de toestemming is een recht verschuldigd volgens de bij dit reglement behorende tarievenlijst, die jaarlijks kan worden herzien.
2. Het college van kerkrentmeesters kan in een uitvoeringsbesluit nadere regels vaststellen over de wijze van aanvragen van toestemming, de aard en de afmetingen van de grafbedek¬king en de aan te brengen teksten en de wijze van aanbrengen.
3. De in lid 1 bedoelde grafbedekking wordt geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, de belanghebbende te zijn aangebracht.
4. Het college van kerkrentmeesters kan de toestemming weigeren of intrekken indien:
a. niet voldaan wordt aan de eventueel door hen vastgestelde nadere regels als bedoeld in lid 2;
b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats;
c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is;
d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is.
5. Toestemming voor het hebben van een grafbedekking voor particuliere graven moet worden aange¬vraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende op de grafruimte. Bij overschrijving van dat recht wordt de alsdan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de toestemming.

6. Het college van kerkrentmeesters accepteert geen aansprakelijkheid voor schade, door welke oorzaak ook ontstaan aan de grafbedekking of ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt.


Artikel 22

Verwijdering grafbedekking
1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het college van kerkrentmeesters worden verwijderd. Hetzelfde geldt na het vervallen of het doen van afstand van het grafrecht.
2. Schade aan de grafbedekking als bedoeld in artikel 21 lid 6 komt voor rekening van de rechthebbende.
3. Indien de rechthebbende, de belanghebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, en daardoor een risico ontstaat van schade aan de begraafplaats of aan derden, kan het college van kerkrentmeesters met inachtneming van het gestelde in lid 4 en 5 de grafbedekking geheel of gedeeltelijk doen verwijde¬ren.
4. Tenzij sprake is van een acuut risico, zulks uitsluitend ter beoordeling van het college van kerkrentmeesters, vindt de verwijdering niet plaats dan nadat drie maanden zijn verstreken nadat de rechthebbende resp. de belanghebbende per aangetekend schrijven met bericht van ontvangst is aangemaand tot onderhoud of herstel van de grafbedekking. Als het adres van de rechthebbende resp. de belanghebbende niet meer bekend is, vindt de vermelde aanmaning plaats op het mededelingenbord van de begraafplaats. Bij het graf wordt een verwijzing naar deze aanmaning aangebracht.
5. De grafbedekking vervalt aan de beheerder van de begraafplaats, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is, indien deze niet binnen drie maanden na de verwijdering is afgehaald door degene die toestemming heeft verkregen tot plaatsing van de grafbedekking.





HOOFDSTUK 6 - ONDERHOUD


Artikel 23

Onderhoud door het college van kerkrentmeesters
1. Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding en onderhoud van de begraafplaats en de graven, waarin door kerkrentmeesters wordt voorzien, te dekken, worden rechten geheven volgens de bij dit beheersreglement behorende tarievenlijst, die jaarlijks kan worden herzien.
2. Het college van kerkrentmeesters belast zich met het onderhoud van de begraafplaats, waaronder wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maaien van het gras, het verzorgen van de algemene beplanting en de watergangen e.d.


Artikel 24

Onderhoud door de rechthebbende
1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, waaronder wordt verstaan het onderhoud voor zover niet bedoeld in artikel 23, zoals steenhouwerswerk- saam heden (herstel en vernieuwing), onderhoud aan hekwerken en afscheidingen e.d., het kleuren en bijwerken van opschriften en het verzorgen van niet-blijvende grafbeplanting. Graven met grind bedekking moeten mos en onkruid vrij gehouden worden.
2. Ingeval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het college van kerkrentmeesters, voor zover de plicht van onderhoud van de grafbedekking niet bij hem ligt, deze verwaarlozing in een schriftelijke verklaring vastleggen en toezenden aan rechthebbende. Rechthebbende dient binnen één jaar na ontvangst daarvan in het onderhoud te voorzien.
3. Indien de ontvangst van de verklaring, als genoemd in lid 2, niet bevestigd wordt, maakt het college van kerkrentmeesters de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van één jaar dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien.
4. Wanneer toepassing is gegeven aan het gestelde in de hiervoor genoemde leden 2 en 3 en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één jaar, bedoeld in de hiervoor genoemde leden 2 en 3, is verstreken.
5. Als het recht op een graf nog geen tien jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in lid 3. is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van tien jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van tien jaar is verstreken.


Artikel 25

Grafbeplanting
Niet-blijvende beplanting op een graf die in een verwaarloosde staat verkeert, kan door de beheerder worden verwijderd zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn worden verwijderd. Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien deze daartoe tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek heeft gedaan bij de beheerder.

Kersttakken, kerstbakjes en kerststukken worden door de beheerder,
verwijderd na 15 januari.

Beplanting die niet op het graf is geplaatst, is eigendom van de beheerder van de begraafplaats en kan verwijderd worden zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding.






HOOFDSTUK 7 - RUIMING EN VERPLAATSING VAN GRAVEN OF ASBUSSEN


Artikel 26

1. Met inachtneming van de Wet op de lijkbezorging en overige toepasselijke regelgeving kan de beheerder van de begraafplaats overgaan tot ruiming, mits dit gebeurt door daartoe gekwalificeerde personen c.q. gecertificeerde bedrijven. Ruiming van een particulier graf, dan wel van een asbus/urn, kan niet, dan met toestemming van de rechthebbende.
2. Het voornemen van het college van kerkrentmeesters om te ruimen wordt tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop geruimd zal worden per brief aan de rechthebbende of, wanneer het een algemeen graf betreft, aan de belanghebbende bekend gemaakt.
3. Wanneer het adres van de rechthebbende of belanghebbende niet bekend is maakt het college van kerkrentmeesters het voornemen tot ruiming bekend gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming door middel van een te plaatsen bordje en bij de ingang van de begraafplaats op het mededelingenbord.
4. De bij de ruiming van het particuliere graf nog aanwezige overblijfselen van lijken worden herbegraven en de as wordt verstrooid op de plaats waar het graf was op de begraafplaats.
Hierbij dient de nodige zorgvuldigheid en piëteit in acht te worden genomen.
5. De rechthebbende op een particulier graf kan de beheerder schriftelijk verzoeken om de overblijfselen te doen verzamelen om deze weer in dezelfde grafruimte te doen plaatsen dan wel om deze elders te doen herbegraven. Rechthebbende op een urnengraf of urnennis kan de beheerder schriftelijk verzoeken hem de aanwezige asbus/urn over te dragen.
6. Verplaatsing van een particulier graf of asbus/urn is alleen toegestaan met instemming van rechthebbende.


HOOFDSTUK 8 - IN STAND TE HOUDEN HISTORISCHE GRAVEN
EN OPVALLENDE GRAFBEDEKKING

Artikel 27

Lijst

1. Het college van kerkrentmeesters houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.
2. Alvorens tot ruiming van graven over te gaan, onderzoekt het college van kerkrentmeesters of er graven zijn die in aanmerking komen om op de in lid 1 genoemde lijst te worden bijgeschreven.
3. Het college van kerkrentmeesters beslist in overleg met de kerkenraad over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid bedoelde lijst staan.







HOOFDSTUK 9 - KLACHTEN

Artikel 28

1. Rechthebbenden en andere bij de begraafplaats belanghebbende personen en leden van de Hervormde gemeente kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats of het nalaten daarvan bij het college van kerkrentmeesters een schriftelijke klacht indienen.
2. Het college van kerkrentmeesters beslist binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht. Het college kan deze termijn met ten hoogste dertig dagen verlengen.
3. Het college van kerkrentmeesters brengt de beslissing omtrent de klacht terstond schriftelijk ter kennis van de klager.


HOOFDSTUK 10 - OVERGANGSBEPALINGEN EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 29

Dit reglement treedt in werking op 01-01-2016
Als dan vervallen de voordien bestaan hebbende voorschriften en bepalin¬gen op dit gebied, behoudens
eerbiediging van rechten, verkregen voor de inwerkingtreding van dit reglement, voor zover niet in strijd
met de wettelijke bepalingen.


Artikel 30

1. Ingeval van verschil over de toepassing van dit reglement en in alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het college van kerkrentmeesters.
2. Wijziging van dit reglement kan plaats vinden door het college van kerkrentmeesters.


Aldus vastgesteld op 10-12-2015

Namens de Hervormde gemeente te Nieuw-Stadskanaal
Het college van kerkrentmeesters

Antwoord:

Geachte heer,

Als het gaat om graven waarvan de rechten al lang verlopen zijn, hoeven de rechten niet vervallen te worden verklaard.

Het bestuur van uw begraafplaats had de wettelijke plicht om rechthebbenden een verlenging aan te bieden, ruim 1 jaar voor het einde van het grafrecht. Is dat gebeurd of in ieder geval geprobeerd? Als u niet zeker bent of een rechthebbende nog wel leeft of op het bij u bekende adres woont, dient u de aanschrijving voor de verlenging aangetekend te versturen, zodat u later zonodig kunt aantonen dat u aan uw verplichting hebt voldaan. In ieder geval de poging hebt gedaan. Als blijkt dat iemand niet bereikbaar is, om welke reden ook, adviseer ik altijd om gedurende minstens een jaar een bordje bij het graf te plaatsen met de oproep aan belanghebbenden en belangstellenden om contact op te nemen met de administratie van de begraafplaats. U moet dan aantekenen in een dossier wanneer het bordje is geplaatst en wanneer het weer is verwijderd. Ik adviseer ook altijd een foto van het graf met het bordje te maken. En het is ook goed om een lijst te maken van graven waar men nabestaanden van zoekt. Die lijst kan in een mededelingenkastje bij de begraafplaats en het is aan te bevelen om de lijst te publiceren op de site van de begraafplaats. Als een begraafplaats nog geen site heeft, maak die dan aan. Een goede optie is het gebruik maken van de mogelijkheden van de site begraafplaats.nl van de LOB. Dat doet uw begraafplaats ook. Maar er is (nog) geen optie om rechthebbenden/nabestaanden te zoeken.

Het vervallen verklaren van de grafrechten speelt in principe alleen als er nog rechten op een graf rusten, maar de rechthebbende overleden is en er na een jaar nog geen opvolger is. Dat staat in artikel 16 van uw reglement.

Bij gemeenten is het zo dat besluiten tot het vervallen verklaren van grafrechten voor bezwaar en beroep vatbaar zijn. De besluiten moeten openbaar worden gemaakt. Nadat de bezwarenperiode van 6 weken is verstreken zijn de besluiten definitief en kan men een graf gaan ruimen.
Bij bijzondere begraafplaatsen zoals de uwe is het zo dat er geen voorschriften voor publicatie van besluiten is en dat er geen termijnen zijn. Maar ik zou willen aanbevelen om zulke besluiten toch openbaar te maken in een mededelingenkastje en op de site van de kerk en/of de begraafplaats om iedereen die kan zeggen "He, hier is sprake van een vergissing, want die rechthebbende leeft nog" de kans te geven om dat kenbaar te maken. Dat is namelijk ook de bedoeling van de mogelijkheid van bezwaar bij gemeentelijke begraafplaatsen: dat fouten en vergissingen kunnen worden ontdekt en gecorrigeerd.
Ik adviseer daarom om zulke besluiten minstens 3 maanden te publiceren en als niemand reageert met de opmerking dat er sprake is van een fout of misverstand, dan over te gaan tot ruiming van het graf(monument). Dat eventueel iemand er alleen maar tegen is, is geen argument. Men moet op fouten of vergissingen kunnen wijzen.

Terzijde: ik adviseer ook om in een reglement de mogelijkheid te bieden om grafrechten vervallen te verklaren als op andere wijze niet voldaan wordt aan voorschriften in of krachtens het reglement. Bijvoorbeeld omdat er niet betaald wordt of omdat men zich niet houdt aan de regels voor grafmonumenten. Uw beheersreglement heeft hier helaas geen regeling voor.

Wat het ruimen van graven betreft: in artikel 26, lid 2, staat dat het voornemen om te ruimen minstens een jaar tevoren aan de rechthebbende (of belanghebbende van een algemeen graf) kenbaar wordt gemaakt. Als u die regel hebt, moet u hem uitvoeren. Maar ik zou u adviseren om die regel te schrappen. U gaat toch alleen ruimen als de rechten verlopen zijn; dan hebt u al verlenging aangeboden en aangegeven dat het niet-verlengen de ruiming tot gevolg heeft. Dan is dit dubbelop. Bovendien kan het zo zijn dat als er vele jaren zitten tussen het einde van de termijn van het graf en het moment van ruimen, dat de oorspronkelijke rechthebbende is overleden of anderszins onbereikbaar is. Wat moet u dan doen? Moet er een nieuwe rechthebbende aangezocht worden om aan te kunnen schrijven? Dat zou ik allemaal niet doen. U moet in het algemeen niet te lang wachten met ruimingen omdat dit verkeerde verwachtingen schept. Maar ik zou als ik u was in het algemeen publiceren, in het mededelingenkastje en op de site, dat er komende periode graven worden geruimd en dan de graven of vaknummers noemen. Van zulke mededelingen in het mededelingenkastje of op de site zou ik als ik u was foto's maken en screenprints, zodat u later desgewenst kunt aantonen dat er informatie gepubliceerd is.

Er zijn geen wettelijke voorschriften voor plannen voor ruimingen.

Voorts verwijs ik naar eerdere vragen over de ruiming van graven op deze site, o.a. in de subrubrieken 'Eigen graf, particulier graf of familiegraf', 'Graf ruimen / ruiming begraafplaats' en 'Verordening / reglement'.

De Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB) heeft natuurlijk ook een zeer nuttig boekwerk, de 'Handleiding opgraven en ruimen' uit 2010, dat ik van harte aanbeveel. Maar de verplichtingen die u hebt, komen voor een belangrijk deel voort uit de eigen afspraken in grafaktes en beheersreglementen.

U vraagt in het algemeen 'Wat zijn onze rechten en plichten als begraafplaatshouder", maar in individuele gevallen kunnen nog zaken spelen die ik nu niet kan overzien. In het algemeen verwijs ik naar mijn boek 'Begraving', uitg. SDU 2006.
In bijzondere gevallen is misschien een individueel advies nodig.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten


TIP
Laat nabestaanden niet onnodig zoeken naar oude polissen. Registreer of u een uitvaartverzekering hebt op uitvaartverzekeringsregister.nl
Ook verstandig om in te vullen als u GEEN verzekering hebt.

TIP
Vergelijk snel en eenvoudig offertes van uitvaartondernemers via de site Uitvaartoffertes.nl

TIP
Bezoek ook eens de video-adviesrubriek: Infotheek - reportages - kijkersvragen - juridische vragen en antwoorden (klik hier).
Zoals over opgraven en herbegraven of cremeren:


TIP
Melden van overlijden. Landelijk gratis meldnummer overlijden: 0800-783 73 43.

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >