Mr Willem van der Putten

Mr Willem van der Putten Spelregels
Over Mr Willem van der Putten
Facultatieve
Sponsors

Onduidelijkheid eeuwigdurende graven (onjuist beheersreglement, doch klagers graven eigen graf)


2 oktober 2002

Vraag nummer: 1215  (oude nummer: 1553)

Wed Aug 2 12:28:28 2000

Geachte heer Van der Putten,

Naar aanleiding van een door ons aan enige rechthebbenden van grafrechten verzonden brief zitten wij met enige vragen, die wij graag aan u voorleggen.
Aan de hand van een voorbeeld-reglement van ons kerkgenootschap is in 1997 het huidige reglement vastgesteld en m.i.v. 1-1-1998 in werking getreden. Daarbij vervielen alle voorgaande reglementen.
Onze begraafplaatscommissie wilde de termijn van een aantal familiegraven verlengen en heeft de rechthebbenden van die graven aangeschreven. Deze hebben daarop een brief gestuurd - blijkbaar na intern overleg want alle brieven waren hetzelfde - waarin zij stellen dat de betreffende graven niet verlengd hoeven te worden, omdat het eeuwigdurende graven zijn.
In de vorige reglementen werd niet gesproken over verlenging van grafrechten. Op papier werd in die tijd jammer genoeg nooit wat vastgelegd.
Wanneer u nadere informatie nodig hebt, zenden wij u die graag.

C.B.

Antwoord:

Geachte heer,
Ik vat de problematiek als volgt samen. In het verleden zijn op basis van oude reglementen uit 1920 en 1986 graven uitgegeven, waar u nu een verlenging voor zou willen regelen; althans voor de graven die rond 1980 zijn uitgegeven. U hebt betrokkenen een brief geschreven en daarop krijgt u een (standaard)antwoord met als voornaamste tegenwerpingen: - in het verleden zijn er geen afspraken gemaakt en is niets schriftelijk vastgelegd;- we hebben zonder enige twijfel te maken met eeuwigdurende grafrechten;- het reglement uit 1998 is niet geldig.
Voor ik deze punten behandel begin ik met te kijken naar de bron van het verhaal, namelijk de oude reglementen. Ik heb al heel wat oude reglementen en verordeningen gezien, maar zo'n kort en daarmee onduidelijk reglement als die van uw begraafplaats nog nimmer. In de kern zijn de reglementen van 1920 en 1986 hetzelfde.
Wat mij het eerste opvalt is dat nadrukkelijk is gesteld dat alle graven eigendom blijven van het kerkbestuur. Dat begrip 'eigendom' relateer ik aan de Wet op de lijkbezorging (Wlb) zoals die luidde van 1869 tot 1991: "Eigenaar van een graf is hij, die het uitsluitend recht tot begraven in een bepaalde grafruimte voor onbepaalde tijd heeft" (artikel 12, tweede lid, oude Wlb). Voorts luidde het derde lid van dat oude artikel 12: "Degene die een tijdelijk uitsluitend recht op een grafruimte bezit, is gedurende de tijd, waarvoor dat recht gegeven is, met een eigenaar gelijk."Ik vertaal het even naar eigentijdse begrippen. Het tweede lid van artikel 12 had betrekking op zogenaamde eeuwigdurende graven (graven voor onbepaalde tijd); het derde lid op graven voor bepaalde tijd (elke termijn die men in een reglement stelde).Als ik zuiver juridisch naar het reglement kijk, zie ik dat geen eigen graven met een uitsluitend recht zijn uitgegeven. Er is heel weinig in de oude reglementen geregeld, maar wel dat het eigendom van de graven werd voorbehouden aan de kerk. Dat houdt in dat we juridisch te maken hebben met algemene graven!Dat past ook in de systematiek van de oude wet. In artikel 20 van de oude Wlb staat: "Indien daartoe voldoende ruimte bestaat, wordt op de algemene begraafplaatsen gelegenheid gegeven het uitsluitend recht om lijken in een bepaald graf te doen begraven, hetzij voor onbepaalde tijd, hetzij voor de tijd van minstens tien jaren, te verkrijgen." De wetgever ging er van uit dat op gemeentelijke begraafplaatsen in beginsel alleen algemene graven werden uitgegeven. Alleen als er voldoende ruimte was, konden ook eigen graven (met een uitsluitend recht) worden uitgegeven. En dan naar keuze voor onbepaalde of bepaalde tijd.Het algemene graf was dus de norm. Dat kon dus ook voor bijzondere, zoals kerkelijke, begraafplaatsen gelden.Als een algemeen graf wordt uitgegeven, hoeft niet per se een termijn te worden genoemd. Het graf is van de begraafplaatshouder. Deze is vrij om het graf na ommekomst van de wettelijke termijn van grafrust te ruimen.
Ik concludeer, zuiver op juridische gronden, dat bij de graven van voor 1998 sprake is van algemene graven, die geruimd hadden mogen worden na ommekomst van de wettelijke termijn van grafrust, te weten tien jaren.Dat feitelijk die graven niet geruimd zijn, is een tweede punt, dat aan het eerste niets af doet.Een minpunt is - juridisch gezien - dat u nu naar nabestaanden brieven hebt gestuurd, die er van uitgaan dat sprake is van eigen graven.
Een heel groot minpunt is artikel 27 van uw huidige reglement: alle oude grafrechten worden omgezet in uitsluitende grafrechten. Ik neem maar geen blad voor de mond: dat is het type amateuristisch gefreubel waar ik voor waarschuwde op blz. 218 van mijn 'Handboek Wet op de lijkbezorging' uit 1993 en blz. 128 van mijn begin dit jaar verschenen deeltje Begraving van het 'Thematisch handboek lijkbezorging'. Dat artikel had nooit - en zeer zeker nooit zo - in het reglement opgenomen mogen worden. Nog zo'n bepaling is de laatste zin van het tweede lid van artikel 12: een recht op een eigen graf wordt tot ten hoogste 50 jaar verlengd. Dat is knalhard in strijd met artikel 28 Wlb: er kan tot ten eeuwige dage in stappen van 10 jaar verlengd worden; dat is voor graven met een uitsluitend recht een wettelijke garantie.
Wat in uw situatie had moeten gebeuren - en wat nog zou moeten gebeuren - is dat de uitsluitende rechten onmiddellijk uit uw reglement geschrapt worden. U moet graven blijven uitgeven op basis van een gebruiksrecht op een algemeen graf, zoals ook in het verleden geschiedde. U kunt dat recht dan aankleden tot een graf voor meer personen voor 20 jaar, dat maximaal 3 keer verlengd wordt. Wat u wilt - graven voor maximaal 50 jaar - is legitiem en prima juridisch te regelen, maar het moet wel op een andere manier geregeld worden. En dat komt neer op een structurele wijziging van het reglement.Overigens heb ik niet het hele reglement doorgenomen; dit zijn zaken die direct in het oog springen. Ook bij uw standaardbrieven zijn diverse opmerkingen te maken. Mijn adviesrubriek is echter bedoeld voor vraagjes die ik in een kwartiertje beantwoorden kan en niet voor uitgebreide studies.
Ik ga nu eens kijken naar de stellingen van de briefschrijvers:- In het verleden zijn er geen afspraken gemaakt en is niets schriftelijk vastgelegd.Er is wel wat schriftelijk vastgelegd, namelijk in het reglement dat het ging om algemene graven; uit de wet vloeit voort dat die t.z.t een keer geruimd mogen worden. Het reglement van 1998 is een gruwelijke vergissing.- We hebben zonder enige twijfel te maken met eeuwigdurende grafrechten.Mijn inziens dus niet.- Het reglement uit 1998 is niet geldig. Dat ben ik ook niet met hen eens. Ik ga hier niet op de details in, maar kom hier later op terug..
De vraag is: hoe nu verder? Het is een lastige situatie. U hebt niet te maken met een persoon, maar met meerdere personen die samen overleggen en die deels juridisch geschoold zijn, aan de brieven te zien. Dit zijn geen 'gewone burger'-brieven. Dat betekent ook dat men niet zonder slag of stoot toegeeft. Hoewel ik het niet met de briefschrijvers eens ben, is het zakelijk-tactisch echter erg verstandig om ze deels gelijk te geven, namelijk op het punt van de geldigheid van het reglement. Daarmee kunt u de hele zaak namelijk nog redden.
Ik zou, als ik u was, een heel kort briefje schrijven.U vertelt dat u extern advies inwint (zonder te vertellen hoe en waar en wat voor advies; het kan zijn dat u de zaak op eigen houtje opknapt, of dat u mij dan wel een advocaat inschakelt) en dat u later nog op de zaak terug wilt komen.Dan zou ik toegeven dat het reglement van 1998 niet geldig is en dit reglement vervallen verklaren en zeggen dat dus het reglement van 1986 nog van kracht is. U vraagt of men hiermee akkoord is. Verder niets toelichten! Als men dit slikt of bevestigt, hebt u al verschrikkelijk veel gewonnen, want artikel 27 vervalt dan ook. Het schept de kans om een heel nieuw reglement te maken, waarin artikel 27 niet voorkomt en ook andere zaken, zoals het beperken van het grafrecht van 20 tot maximaal 50 jaar op andere basis is geregeld.Verder zou ik helemaal nergens op ingaan.
Dan is het zaak om als de wiedeweerga een nieuw reglement op te stellen. Dat kan er qua algemene indruk voor de oppervlakkige lezer zo uitzien als uw huidige reglement van 1998, maar met een aantal essentiƫle verschillen.Ook kan - afhankelijk van de reactie van betrokkenen - een nieuw aanbod worden gedaan om de graven te verlengen. Maar dan op hele andere basis. De eerste stelling dan is, dat sprake is van algemene graven. U bent van plan om deze te ruimen. U stelt betrokkenen echter ook in de gelegenheid om de betreffende plek als formeel geheel nieuwe graven te huren. Het zal jammer zijn dat u en ik er niet bij zijn om de gezichten van betrokkenen te zien als ze dat lezen....
Door in hun eerste reactie in te stemmen met het vervallen van het reglement van 1998 en waarschijnlijk ook nog te herhalen dat het oude reglement (van 1920 of 1986 is betrekkelijk om het even) geldt, graaft men figuurlijk zijn eigen graf. Bij de (her)uitgifte van (formeel) nieuwe graven kunt u natuurlijk de eisen en voorwaarden van het nieuw te maken reglement aanhouden. Maar dat is dan bikkelhard. Daar is juridisch dan niets meer tegen in te brengen. Men zal enorm gaan sputteren, maar dat kunt u naast u neerleggen. Het is dan slikken of stikken.
Ook los van deze zaken zou ik het als een absolute noodzaak zien om uw reglement te wijzigen.Het vergt waarschijnlijk een omslag in uw denken, maar ik ben geneigd om deze zaak als een gelukkig incident te zien, die het mogelijk maken om het reglement van 1998 weer in te trekken en toekomstige mogelijk veel grotere en omvangrijkere problemen te voorkomen.

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE