Opeisen erfdeel van moeder.


4 augustus 2003

Vraag nummer: 7962  (oude nummer: 2881)

Geachte heer/ mevrouw,
Toen mijn grootouders overleden waren, erfden mijn moeder, haar zuster en haar broer. Opa had een boerderij en het land werd verdeeld. Mijn moeder haar zuster wilde na het overlijden de boerderij voort te zetten. De broer bleef er wonen.
Bij de notaris stelde de zuster dat door een verkeerd beleid van haar broer en een aantal operaties die opa had moeten ondergaan de boerderij was verarmd en dat er weinig geld was. Door haar druk werd er bij de notaris vastgelegd dat het land dat mijn moeder had ge-orven aan haar zuster werd toebedeeld en dat mijn moeder daar geld voor zou krijgen. In de acte van de notaris staat: door overbedeling moet aan * (moeder) een bedrag uitgekeerd worden. Dit bedrag heeft haar zuster nooit aan mijn moeder willen afgeven. Haar zuster hielt het geld vast, ook toen het financieel beter ging en ze het wel kon betalen. Daarna overleed mijn moeder (vader en moeder waren in gemeenschap van goederen getrouwd)Tegen mijn vader zei ze om hem de mond te snoeren dat als zij later kwam te overlijden wij (de 4 kinderen van moeder) haar geld en het erfdeel van mijn moeder zouden krijgen. Jarenlang heeft zij ons het geld beloofd ( zij heeft zelf geen kinderen). In die jaren werd het aangeduid als het geld van Tante S. Alleen mijn broer en ik weten dat mijn moeders erfdeel van vroeger nog bij Tante S zit. De vrouw van deze broer begon te stoken en te konkelen in de familie. Na jaren van ellende en gestook heeft zij het voorelkaar gekregen dat Tante S een testament heeft gemaakt ten gunste van haar en mijn broer en een nichtje. Wij werden niet op de hoogte gebracht van haar overlijden en ook geen bericht van de notaris. Die testament is ten uitvoer gebracht. Mijn broer was testament executair.
Onlangs is mijn vader overleden,nu weer gestook en gekonkel van die broer en zijn vrouw, zover dat ze mijn zus verboden haar vader te bezoeken en om na zijn overlijden het ouderlijk huis op orde te houden, deze stond leeg. Toen ze toch naar het ouderlijk huis gingen heeft hij de politie op hen afgestuurd. Hij bleek een smerig verhaal bij de politie en de notaris te hebben opgehangen over haar. Toen ze toch naar het ouderlijk huis gingen kwam de politie met 4 man sterk, met loeiende sirenes, met getrokken pistolen en handboeien en geweld op hen af en mijn zwager zakte door de benen omdat hij zeer zwak was van de chemo-kuur en zich wilt schrok. De notaris was (door mijn broer en zus) zo gestoken zodat hij de nalatenschap niet meer wilde afwikkelen en het terug gaf. Een stichting is nu beheerder.

Toch hoort bij de nalatenschap van mijn vader mijn moeders erfdeel van vroeger, dat zij nooit heeft gekregen.
Kan ik dit nu ( tijdens of na) de afwikkeling van de nalatenschap van mijn vader het geld van mijn moeder vorderen om het weer in de pot te krijgen.?

Bij voorbaat dank,
Anneke Smit

Antwoord:

Geachte mevrouw Smit,

U schetst een lang verhaal vol verdriet, intriges en ellende. Ik zal me beperken tot enige juridische hoofdlijnen.

Na het overlijden van uw grootouders is er een akte van verdeling door een notaris opgesteld. Op grond daarvan kreeg u tante het onroerend goed en uw moeder daartegenover een vordering in geld op uw tante. In de akte zou moeten staan wanneer uw tante aan uw moeder zou moeten terugbetalen.

Vervolgens overleed uw moeder. In haar nalatenschap zat dus nog de vordering op uw tante. Indien er geen testament was opgesteld door uw grootouders met daarin de beroemde anti-aangetrouwden clausule, werd de vordering van uw moeder voor de helft eigendom van uw vader (via de gemeenschap van goederen van uw ouders).

In de nalatenschap van uw moeder zat dus de helft van de vordering. Als uw moeder geen testament had gemaakt, waren de erfgenamen: uw vader en de vier kinderen, alle vijf voor een gelijk deel.
Bij het overlijden van uw vader zat (tenzij hij een afwijkend testament had gemaakt) de andere helft van de vordering op uw tante. De gehele vordering behoorde nu dus toe aan de vier kinderen.

Zoals gezegd is de eerste akte van verdeling van belang voor de vraag wanneer uw tante moest betalen. Stel dat dat was bij haar overlijden. Bij haar overlijden moesten dus haar erfgenamen het bedrag van de vordering (voor uw tante was dat een schuld) betalen aan de vier kinderen (en als uw vader toen nog leefde ook aan uw vader).
In dit verband is dus het moment van overlijden van uw tante van belang. U als kind was toen schuldeiser in haar nalatenschap. Als uw vader toen nog niet was overleden, was hij ook schuldeiser. Door zijn overlijden is zijn vordering zoals aangegeven weer overgegaan op de vier kinderen.

Mij lijkt dus dat u nog zeker een claim heeft en de vordering kunt opeisen. Nogmaals: veel hangt af van de vraag, wanneer volgens de akte van verdeling de vordering op uw tante opeisbaar was.

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.