Kosten ggd lijkschouwer en euthanasie


9 oktober 2012

Vraag nummer: 32139

Geachte heer Van der Putten,

Dient de gemeente de kosten te betalen van de GGD voor de inzet van een lijkschouwer (tbv euthanasie?). Zijn de uitkomsten van dit artikel uit 2003 nog steeds van toepassing? http://medischcontact.artsennet.nl/Nieuws-26/archief-6/Tijdschriftartikel/58313/Lijkschouwing-na-euthanasie.htm

met dank,
p. rusman

Antwoord:

Geachte heer,

De gemeente dient inderdaad een (groot) deel van de kosten van de gemeentelijke lijkschouwer te betalen. De kosten komen voor een klein deel (het invullen van een formulier) ten laste van justitie, zie onder.
De gemeente kan de kosten evenwel ook, indien geregeld in bijvoorbeeld een Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten, doorbelasten aan nabestaanden.

Het door u aangehaalde artikel uit 2003 bevat deels feiten en deels de persoonlijke opvatting van de auteur. Ik heb een deels andere opvatting, maar dat is hier nu niet relevant.

Gemeenten hebben overigens voor deze dienst een bedrag in het Gemeentefonds ontvangen. Dat neemt niet weg dat men kosten kan doorbelasten. Men kan een vast bedrag in de Verordening lijkbezorgingsrechten opnemen of bepalen dat het verschuldigde bedrag overeen komt met de nota van de lijkschouwer (meestal de GGD).

Een actuele beschrijving van de kostenverdeling is opgenomen in de Nota van toelichting bij het 'Besluit van 28 augustus 2012 tot wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met de hoogte van de vergoedingen' (Stb. 2012, 390) (te raadplegen via https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2012-390.html) lees ik over deze kwestie het volgende:
"Op basis van artikel 3 van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) geschiedt de lijkschouwing door ofwel de behandelend arts ofwel de gemeentelijke lijkschouwer. Indien het overlijden het gevolg was van levensbeëindiging op verzoek (euthanasie) of hulp bij zelfdoding dan geeft de behandelend arts geen verklaring van overlijden af en wordt de gemeentelijke lijkschouwer ingeschakeld (art. 7, tweede lid, Wlb). Op grond van artikel 10, tweede lid, Wlb is de gemeentelijke lijkschouwer verplicht verslag uit te brengen – door invulling van een meldingsformulier – aan de regionale toetsingscommissie als bedoeld in artikel 3 van de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Dit alles ziet dus nog op een fase voorafgaand aan de vervolgingsfase. De vergoeding is niettemin in het Btis (Besluit tarieven in strafzaken 2003 - WvdP) opgenomen omdat het meldformulier wordt ingevuld ten behoeve van het openbaar ministerie, om welke reden de vergoeding voor het invullen van het formulier beschouwd zou kunnen worden als gerechtskosten.
Slechts het opmaken van het meldingsformulier wordt op basis van het Btis vergoed (dit valt af te leiden uit de woorden «voor zover het betreft» in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, Btis). Het gaat dus niet om de vergoeding van de schouw op zich, noch om daarvoor te maken reiskosten of extra vergoeding voor werkzaamheden buiten de reguliere kantoortijden (zie Rb. ’s-Gravenhage 1 oktober 2008, LJN BG3992). Deze overige kosten kan de lijkschouwer declareren bij de gemeente. Dit omdat de Wlb valt onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
In de praktijk heeft dit tot onduidelijkheden geleid. Dit is voor de Werkgroep herijking tarieven in strafzaken aanleiding geweest te bezien hoe een en ander anders geregeld kan worden. Daarbij is er mede naar gestreefd om de vergoeding met betrekking tot de gemeentelijke lijkschouw te concentreren bij één partij (de gemeente/het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties). Met ingang van 1 januari 2010 wordt structureel een bedrag van € 350.000 per jaar overgeheveld van het Ministerie van Veiligheid en Justitie naar het gemeentefonds. Voor de gemeentelijke lijkschouwers is daarmee per 1 januari 2010 slechts de gemeente de instantie waar de vergoeding kan worden gedeclareerd. Zie ook de Septembercirculaire Gemeentefonds 2009, 2009-0000509233, p. 23. Artikel 2, eerste lid, onderdeel f, vervalt derhalve."

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

TIP
Bezoek ook eens de video-adviesrubriek: Infotheek - reportages - kijkersvragen - juridische vragen en antwoorden (klik hier).

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.