Perfecte moord en lijkschouw bij internationaal vervoer


2 oktober 2002

Vraag nummer: 1220  (oude nummer: 1561)

Wed Mar 1 13:11:56 2000

Bij het vervoer van een overledene dient een lijkenpas (laissez passer) aanwezig te zijn, die door een arts afgeven wordt. In uw verhaal maakt u hierover bewust geen melding gemaakt?

Antwoord:

Wed Mar 1 13:13:45 2000

Geachte heer,

Bij alle reacties op het artikeltje over een perfecte moord (of beter over een manier om de moord perfect te verdoezelen), zat ik min of meer al te wachten op een vraag als deze: “Bij het internationaal vervoer van een overledene dient toch altijd een lijkenpas aanwezig te zijn die (mede) door een arts wordt afgegeven?”

Mijn antwoord laat zich raden: “Neen”.

Maar het is wel een hele goede vraag, want veel mensen verkeren in die veronderstelling. Hoe zit het precies?

Bij internationaal vervoer heb je te maken met het buitenland. Er zijn 3 soorten buitenlanden, waar verschillende regels voor gelden.
1. Ten eerste heb je te maken met de (andere twee) Benelux-landen. Die hebben een vereenvoudigd regime van de tweede categorie; de details daarvan zijn nu even niet interessant.
2. Die tweede categorie is een aantal Europese landen, die partij zijn in de Overeenkomst van Straatsburg. Voor die landen geldt dat een lijkenpas (laissez passer) volgens een in die internationale vereenkomst beschreven model met de overledene moet worden meegegeven. Daar wordt ook een medische verklaring in genoemd. Daar kom ik straks nog op terug.
3. De derde categorie zijn alle niet-Europese landen en die Europese landen die geen partij zijn in de Oveeenkomst van Straatsburg. Voor die – vele – landen geldt, dat er geen lijkenpas als bedoeld in het Verdrag van Straatsburg mee hoeft, maar alleen een verklaring afgegeven door de bevoegde autoriteit van het land van herkomst, vermeldende de naam van de overledene en de plaats waarheen het stoffelijk overschot wordt vervoerd. De bevoegde autoriteit is de burgemeester, en de verklaring is dus een heel eenvoudig briefje, vermeldend dat dit de heer X of mevrouw Y is, die naar Z gaat. Zie artikel 11, lid 4, van het Besluit op de lijkbezorging. Er komt geen medische verklaring aan te pas.

Voor de meeste landen van de wereld zijn de wettelijke eisen dus heel erg summier. Het is niet eens vereist dat zo’n verklaring afkomstig is van de burgemeester van de gemeente waar de overledene in het register van overlijden is ingeschreven. Iedere burgemeester (of gemandateerde ambtenaar namens hem) mag zo’n verklaring afgeven. Overigens is voor de inschrijving in het register van overlijden ook niet een bewijs van overlijden (zoals een doktersverklaring) vereist. Eenieder die daarvan uit eigen wetenschap kennis draagt is volgens artikel 19h van Boek I van het Burgerlijk Wetboek bevoegd om aangifte van overlijden te doen.

Hoe zit het met de medische verklaring? Dat is een van de allergrootste misverstanden die er in deze wereld bestaan. Er is geen medische verklaring vereist. Nooit.

Voor de landen van het Verdrag van Straatsburg is een laissez-passer vereist volgens een bepaald model, die in de bijlage van de verdrag is opgenomen. Daar wordt in genoemd dat de laissez-passer pas mag worden afgegeven als de bevoegde autoriteit (in Nederland de burgemeester) zich er van heeft vergewist dat voldaan is aan alle medische, sanitaire en andere voorwaarden voor vervoer. Wat zijn die medische en sanitaire voorwaarden? Die zijn er niet in Nederland. Misschien wel in andere landen, maar in Nederland niet. Dus…. er hoeft helemaal geen medische verklaring aanwezig te zijn voordat de laissez-passer wordt afgegeven. En ook niet te worden bijgevoegd.

Echter, naast wet- en regelgeving hebben we ook de praktijk. En de praktijk is dat geen hond ooit naar de regels van het verdrag kijkt, maar dat iedereen netjes de formulieren invult die hij of zij voor zijn neus krijgt. En die formulieren zijn standaardformulieren van een beperkt aantal uitgevers. En op die formulieren staat het wel! Maar die formulieren zijn gemaakt door medewerkers van die uitgeverij die ooit wel in het verdrag hebben gekeken om na te gaan wat er zoal op moet staan, maar die blijkbaar niet wisten dat er in Nederland op dit vlak geen nadere regelgeving is en dat het dus om overbodige elementen gaat. Hoe dit misverstand voortwoekert ……

Vult u nu die formulieren voor Jan Doedel in? Voor de Nederlandse wetgeving wel, maar in de praktijk niet. Het probleem is, dat zolang deze formulieren worden gebruikt, er problemen van kunnen komen als ze niet volledig worden ingevuld. Want een wakkere ambtenaar in Griekenland of Noorwegen of een ander land waar ze volgens het verdrag van Straatsburg voor zijn voorgeschreven, zal (de onterechte) conclusie trekken dat de formulieren incompleet zijn en kan de invoer van een overledene in zijn land weigeren (want hij ziet alleen het (foute) formulier, en kent natuurlijk ook niet de juiste teksten van het verdrag uit zijn hoofd).
Als de betreffende uitgevers van formulieren hun standaarden zouden verbeteren, zou geen arts een verklaring hoeven invullen en zou men in het land van aanvoer ook niets missen.

Het is echter een vreselijk breed verspreid misverstand. Er is bijna ook geen ambtenaar van de burgerlijke stand van een gemeente die dit correct weet en iedereen hobbelt er in mee. Er is een paar jaar geleden ook wel eens voorgesteld aan het ministerie van Binnenlandse Zaken om een circulaire langs gemeenten te zenden om dit en andere misverstanden rond internationaal transport op te helderen, maar het ministerie vond de regelgeving duidelijk genoeg. Dat is ook zo, maar men handelt in de praktijk niet overeenkomstig de wet en regelgeving en het verdrag, maar aan de hand van de foute formulieren. Niet de wet regeert, maar de formulierendrukker.
Ook zo’n onjuist punt is dat men geneigd is om voor elk land ter wereld de laissez-passer uit het Verdrag van Straatsburg te gebruiken, want dat is een bekend document. Fout, dus. Men kan zich bijna niet voorstellen dat de nationale en internationale regels zo summier zijn, als ze zijn. Maar dat zijn ze dus wel.
Vooral bij gebrek aan internationale verdragen voor het grootste deel van de wereld.

mr W.G.H.M. van der Putten

1 maart 2000

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >