Toestemming voor cremeren na ruimen graven


22 februari 2006

Vraag nummer: 4294  (oude nummer: 7571)

Geachte mevrouw/heer,

In uw encyclopedie vermeldt u onder "RUIMEN" dat er voor het cremeren van de stoffelijke resten na het ruimen, toestemming nodig is.

Wie moet er toestemming geven? Op grond van welke wettelijke voorschriften?
Bij voorbaat dank voor uw reactie!

Met vriendelijke groeten,
X
Gemeente Axxxxxxx

Antwoord:

Geachte heer,

Het cremeren van stoffelijke resten staat in artikel 31, 3e lid, Wet op de lijkbezorging (Wlb). Verwezen wordt daarin naar artikel 29, 3e lid, Wlb. Er is verlof nodig van de officier van de justitie en er moet toestemming zijn van de persoon die bedoeld is in artikel 18. De persoon die bedoeld is in artikel 18 is de persoon die het verlof tot begraven (door de uitvaartondernemer) heeft laten aanvragen, ofwel de persoon die de begrafenis heeft geregeld en op wiens naam het graf hoogstwaarschijnlijk staat. Als deze persoon overleden is, dan moet je er van uitgaan dat de volgende rechthebbende op het graf de persoon is die toestemming moet geven. Als een grafrecht geëindigd is, zodat er formeel geen rechthebbende op het graf meer is, dan moet tóch deze persoon om toestemming worden gevraagd. Er mogen nooit nooit nooit stoffelijke resten na ruiming uit een graf gecremeerd worden zonder uitdrukkelijke toestemming van de nabestaanden. Dat is niet alleen op grond van de wet, maar mede op grond van de toezeggingen en uitleg die de regering tijdens de parlementaire behandeling van de wet aan de Tweede Kamer heeft gedaan. Er zijn weinig wettelijke regelingen die zo uitgebreid zijn besproken als deze. De Kamer maakte zich ongerust dat mensen die om principiële of geloofs-redenen voor begraving gekozen hebben, uiteindelijk toch gecremeerd zouden worden. De regering heeft gezegd dat de wettelijke regeling van artikel 31, derde lid, artikel 29 derde lid en artikel 18 tesamen garandeerde dat iemand niet tegen zijn wil eerst begraven maar uiteindelijk gecremeerd kon worden. Want een heel belangrijk onderdeel van de bepaling van artikel 18 is, dat de persoon die de begrafenis regelt en ook zijn opvolgers, de wens of vermoedelijke wens van de overledene moet(en) volgen. En in geval van twijfel is het dan zo dat de rechthebbende op het graf of andere opvolgende nabestaande de primaire wens van de overleden moet volgen: begraven. Dus bij ruiming van het graf geen crematie van stoffelijke resten, als niet zeker is dat de overledene er zelf geen bezwaar tegen zou hebben gehad.

En ik behandel ook maar neteen de vraag wat te doen als er geen opvolgende rechthebbende bekend is, of er geen nabestaanden meer gevonden kunnen worden, dan wel deze overleden zijn? Dan mogen de stoffelijke resten nooit gecremeerd worden. Zonder toestemming mag er geen verandering in de keuze van lijkbezorging zijn. Dus dan moeten bij ruiming van het graf de stoffelijke resten altijd dieper in hetzelfde graf begraven worden, of naar een knekelput of andere restbestemming op de begraafplaats worden overgebracht.

Er zijn wel gemeenten die resten uit graven na ruiming willen cremeren uit praktische overwegingen. Dat moeten ze snel vergeten. Ze moeten voor elke overledene uitdrukkelijke toestemming verkrijgen en dat is bijna niet te realiseren. Als men geen nabestaande kan vinde, kan en mag het dus sowieso nooit.
Het handelen in strijd met artikel 29, derde lid, Wlb, dus zonder toestemming van de in artikel 18 bedoelde persoon, is strafbaar.

Zie vergelijkbare vragen in de juridische adviesrubriek, www.uitvaart.nl/jurist, hoofdrubriek 'Begraven' en sub-rubriek 'Opgraven en herbegraven'; daar zitten ook vragen over 'Opgraven en cremeren' tussen.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >
Landelijk meldpunt overlijden
088 - 848 82 27
De hele nacht, Direct een dienstdoende uitvaartondernemer aan de lijn