Crematie stoffelijke resten


6 april 2010

Vraag nummer: 7500  (oude nummer: 15625)

Geachte heer van der Putten,

Ik ben bezig een protocol op te maken voor de crematie van stoffelijke resten die (mijn inziens) deels buiten de Wet op de Lijkbezorging vallen:

- stoffelijke resten afkomstig van opgravingen (onderscheid : binnen 10 jaar en langer dan 10 jaar begraven)
- levenloos geborenen jonger dan 24 weken
- stoffelijke resten afkomstig van ziekenhuis / forensisch instituut

Kunt u mij zeggen welke formaliteiten hiervoor benodigd zijn en eventueel welke wettelijke regelingen van toepassing zijn ?

Met vriendelijke groet,

XX

Antwoord:

Geachte mevrouw,

De crematie van stoffelijke resten afkomstig van opgravingen valt altijd binnen de Wet op de lijkbezorging (Wlb). Er is GEEN onderscheid bij een opgraving binnen 10 jaar en opgraving na 10 jaar. In alle gevallen is verlof van de burgemeester voor de opgraving nodig; ook na bijvoorbeeld 50 of 100 jaar. Artikel 29, leden 1 t/m 3, Wlb noemt geen termijn waarbinnen verlof van de burgemeester nodig is, of niet. Het verlof is dus altijd nodig bij een opgraving. Hoe lang het stoffelijk overschot begraven is, is voor het verlof van de burgemeester dus niet relevant; het is voor 3 dagen net zo nodig als voor 30 of 130 jaar.

Tot 1 januari 2010 was ook altijd verlof van de Officier van Justitie nodig, maar sinds de wetswijziging van artikel 29, lid 4, Wlb van 1 januari is dat verlof voor crematie alleen nodig in die gevallen waarin de crematie binnen 1 jaar na het begraven moet plaatsvinden.

Ik neem aan dat u de termijn van 10 jaar noemt, omdat u denkt aan de situatie van een ruiming. Maar ruiming is wettelijk/juridisch een heel andere situatie dan een opgraving. In beide gevallen graaft men stoffelijke resten op, maar dan houdt de vergelijking op.
De verschillen tussen opgraving en ruiming zijn de volgende:
- Bij opgraving krijgen de stoffelijke resten een INDIVIDUELE herbestemming: zij worden begraven in een ander nieuw graf, uitsluitend voor deze overledene of ter bijbegraving in een bestaand graf (bijvoorbeeld van ouders van de overledene), of zij worden individueel gecremeerd. Het doel is om de stoffelijke resten van de overledene een andere bestemming te geven.
- Bij ruiming gaat het om het leeg halen van het graf. Dat is het doel. Dat de stoffelijke resten in een knekelput of verzamelgraf worden bijgezet of worden gecremeerd, is het gevolg en 'slechts' bijzaak. De stoffelijke resten worden niet apart in een eigen ruimte in een graf begraven; de stoffelijke resten worden ook niet individueel gecremeerd, althans dat hoeft niet.
- Let ook op de verschillen in terminologie in de wet. Bij opgraving gaat het om een LIJK (artikel 29) en bij ruiming om de OVERBLIJFSELEN van een lijk (artikel 31).

Voor de ruiming van een graf is geen verlof van de burgemeester nodig; dat kan de houder van de begraafplaats op eigen houtje beslissen, nadat de grafrechten verlopen zijn of wanneer afstand is gedaan van het graf. Echter, voor het cremeren van stoffelijke resten na ruiming is nog wel toestemming nodig: overblijfselen kunnen volgens artikel 31 lid 3 worden gecremeerd, wanneer (net als in artikel 29 lid 3) het verzoek daartoe gedaan wordt door de in artikel 18 bedoelde persoon. Deze persoon is de persoon die de begrafenis heeft geregeld, of de rechthebbende op het graf. Gewoonlijk kan de houder van een begraafplaats na ruiming de stoffelijke resten uit verschillende graven aanleveren, maar wel alleen dus met toestemming van nabestaanden. Zo'n crematie na ruiming hoeft niet meer individueel te gebeuren; de houder van de begraafplaats kan een 'onuitgezocht partijtje' botten aanleveren, die samen kunnen worden gecremeerd.
Op het moment dat nabestaanden zouden wensen dat na de ruiming van een graf de stoffelijke resten toch individueel worden gecremeerd en de as voor hen ter beschikking wordt gehouden, is het wettelijk geen ruiming meer, maar een opgraving. Dan moet men alsnog verlof van de burgemeester vragen. Voor een individuele behandeling is verlof nodig; voor een niet-individuele behandeling niet.

Ik zou als ik crematoriumhouder was en overblijfselen van lijken na ruiming ter crematie aangeboden zou krijgen, van de houder van de begraafplaats een schriftelijke verklaring verlangen dat hij van de nabestaanden van de betrokken overledenen (schriftelijk) toestemming voor de crematie van de stoffelijke resten heeft gehad.
Het punt lag politiek erg gevoelig: bij de behandeling van de wetswijziging in de jaren '80 van de vorige eeuw is over geen enkel onderwerp zo vaak gesproken als over crematie na ruiming. Vooral de kleine christelijke partijen wensten niet dat personen die bewust voor begraven hadden gekozen, later toch ongevraagd zouden kunnen worden gecremeerd.

Ik denk dat u in uw protocol deze 2 situaties moet onderscheiden.

De crematie van
- levenloos geborenen jonger dan 24 weken (en van kinderen die binnen 24 uur na de geboorte zijn overleden; zie artikel 2, lid 2 Wlb, ook recent gewijzigd)
- stoffelijke resten afkomstig van ziekenhuis / forensisch instituut
valt buiten de Wlb.
Ik wijs echter op het bestaan van het nieuwe artikel 11a Wlb: Onverminderd artikel 2, tweede lid, kan een menselijke vrucht als bedoeld in dat artikel worden begraven of gecremeerd mits een verklaring van de behandelende arts wordt overgelegd, waaruit blijkt dat het een menselijke vrucht als bedoeld in dat artikel betreft.
Voor de crematie van levenloos geborenen jonger dan 24 weken en van kinderen die binnen 24 uur na de geboorte zijn overleden, is dus wel een verklaring van de behandelend arts nodig, dat het kind jonger is dan 24 weken of binnen 24 uur na de geboorte is overleden.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >
Landelijk meldpunt overlijden
088 - 848 82 27
De hele nacht, Direct een dienstdoende uitvaartondernemer aan de lijn