Mr Willem van der Putten

Mr Willem van der Putten Spelregels
Over Mr Willem van der Putten
Facultatieve
Sponsors

Nabestaanden genoemd in de Wet op de lijkbezorging (inzake asbestemming) (+ anecdote)


2 oktober 2002

Vraag nummer: 1221  (oude nummer: 1562)

Wed Mar 15 10:53:58 2000

In de Wet op de lijkbezorging wordt gesteld, dat na een crematie een asbus ter bewaring kan worden afgegeven aan nabestaanden. Wie kunnen als nabestaanden worden aangemerkt?
In de Wet op de Lijkbezorging wordt daarover geen nadere uitleg gegeven!

Moet dit altijd familie zijn, of is het wettelijk gezien ook mogelijk om derden als nabestaanden aan te merken. Bijvoorbeeld degene die als opdrachtgever/geefster zijn handtekening zet onder een crematie-aanvraagformulier.

Antwoord:

Wed Mar 15 22:43:03 2000

Geachte heer,

U stelt een zeer interessante vraag, die in de praktijk (nog) veelvuldig hoofdbrekens kost, omdat het om nieuwe wetgeving gaat, waarvan de 'in en outs' nog niet goed zijn uitgekristalliseerd.
In april 1998 is de wetgeving rond het geven aan bestemmingen van as na crematie verruimd en versoepeld. In 1991 was een noviteit dat een asbus thuis kon worden bewaard. In 1998 kwam daar nog bij dat as kon worden verdeeld onder meerdere personen/bestemmingen en dat as op zogenaamde dierbare plekjes kon worden verstrooid (als dit in de betreffende gemeente is toegestaan).
U schrijft dat in de wet wordt gesteld, dat na een crematie een asbus ter bewaring kan worden afgegeven aan nabestaanden. Wie zijn nabestaanden? Dat begrip 'nabestaanden' is bewust heel ruim gekozen en er is bewust geen definitie van in de wet opgenomen. Er valt natuurlijk familie onder, maar je kunt je ook voorstellen dat goede vrienden van de overledene als nabestaanden zijn aan te merken. Kortom, iedereen die bepaalde hechte familie- of vriendschapsband had met de overledene, is een nabestaande.
Het is dus inderdaad ook mogelijk dat wat u noemt 'derden', nabestaanden zijn.

Mij valt het volgende voorval te binnen. Ik was gisterochtend voor juridisch advies bij een crematorium.
Je kletst dan nog wat na, en de beheerder vertelde mij vroeger in een ander crematorium gewerkt te hebben, en daar te hebben meegemaakt dat een asbus uit een columbarium verdwenen was. De administratie werd driedubbel gecontroleerd om te zien of toch niet de bus aan iemand meegegeven was.
De omgeving werd afgezocht om te kijken of een of andere vandaal de bus had meegenomen en ergens in de bosjes had gegooid. Gecontroleerd werd of nog andere urnen vermist werden. Niets van dat alles.
Er was maar één conclusie mogelijk: deze bus was gestolen. Hij moest deze zware mededeling overbrengen aan de familie: "De asbus van uw man/vader is gestolen." Tot zijn grote verbazing (en deels ook opluchting) nam de familie de zaak heel kalm op. Hij vroeg ook waarom ze het zo rustig opnam.
Toen werd hem verteld dat de betreffende persoon vroeger een heel bekend persoon in een bepaalde tak van sport was geweest, die in zijn tijd nogal wat bewonderaars had gehad. De familie ging er van uit dat een van die fervente fans de asbus gestolen had. En wanneer iemand de moeite zou nemen om de bus te stelen om hem zelf te bewaren, zou het wel gaan om iemand die veel om de betreffende persoon gaf en goed voor de bus zou zorgen, zo redeneerde de familie. En daar had men vrede mee.
Wel, ik wil deze iets te doortastende vorm van in bezit nemen van een asbus niet aanmoedigen, maar ik denk dat in dit geval verdedigbaar zou zijn dat de dief nabestaande in de zin van de wet is.

Dat roept meteen de vraag op, of iedere nabestaanden recht kan doen gelden op de asbus of een deel van de as.
Nou, op de manier zoals zojuist besproken, zeer zeker niet. Maar ook in andere gevallen niet. Degene die in de lijkbezorging voorziet, in casu inderdaad degene die de crematie heeft geregeld en het verlof tot verbranding heeft aangevraagd (of in wiens opdracht de uitvaartverzorger dat heeft gedaan) mag bepalen wat er met de as gebeurt: aan wie de asbus ter beschikking wordt gesteld, of de as eventueel wordt verdeeld en zo ja aan wie.

Een voorbeeld. Stel de vader van 5 kinderen is gecremeerd. De oudste dochter regelt de crematie. Drie (andere) kinderen willen graag een medaillon met as van vader. De oudste dochter wil dat de as bijeen blijft en het vijfde kind wil verstrooiing. In dat geval blijft de as bijeen. Als opdrachtgeefster (formeel de persoon als bedoeld in artikel 18, lid 1 en lid 2 van de Wet op de lijkbezorging) heeft zij het voor het zeggen. Alleen als de andere kinderen kunnen aantonen dat vader het zelf anders gewild had (bijvoorbeeld in een codicil of voldoende verklaringen van getuigen die vaders wens kenden), kunnen ze naar de rechter stappen en een andere beslissing afdwingen. Want de opdrachtgeefster moet zich wel richten naar de (bekende of vermoedelijke) wens van de overledene. Maar als er niets bekend of aantoonbaar is, heeft zij het volledig voor het zeggen.
In de praktijk zijn hier natuurlijk tal van discussies over, want veel familieleden willen zich hier niet direct bij neerleggen. Crematoria worden dan onder druk gezet, om tegen de opdracht van de opdrachtgeefster in bijvoorbeeld toch een deel van de as aan andere kinderen af te staan. Menselijkerwijs allemaal begrijpelijk, maar crematoria die daarop ingaan begeven zich op een hellend vlak. Sterker, zij vallen er van af. Zij moeten de lijn van de wet volgen en als er onenigheid tussen de nabestaanden is, kunnen die zich tot de rechter wenden. Het is alleen jammer dat dat emotioneel en financieel vaak een (te) hoge drempel is.

mr W.G.H.M. van der Putten

15 maart 2000

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE