Mr Willem van der Putten

Mr Willem van der Putten Spelregels
Over Mr Willem van der Putten
Facultatieve
Sponsors

Correcte berekening verlenging grafrecht (artikel 21 RK modelreglement)


11 oktober 2004

Vraag nummer: 3367  (oude nummer: 4786)

Geachte redactie,

In het LOB-blad "De Begraafplaats" nummer 3 van jaargang zes, 2004, staat bij de juridische vraagbaak een artikel onder
de kop: “Foutieve berekening”. Als begraafplaats hanteren wij dezelfde regeling zoals in het artikel is verwoord. Het antwoord van de heer Van der Putten is duidelijk. In nummer 2 van jaargang 5, 2003 legt ook Wim Zaalberg uit hoe er gerekend moet worden.

Maar hoe nemen wij dit juridisch correct op in ons reglement?

Met vriendelijke groet,

Hans van Zeelst

Beheerder R.K. Begraafplaats Ammerzoden

Antwoord:

Geachte heer,

In uw reglement gaat het waarschijnlijk om Artikel 21 uit het RK-model reglement uit 2003:
"Wanneer in een eigen (urnen)graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen een bijzetting heeft plaatsgevonden, wordt een lopende termijn van het grafrecht afgesloten en wordt een nieuwe termijn van 20 jaren geacht te zijn ingegaan."
De toelichting bij deze bepaling van het modelreglement luidt: "Wanneer in een eigen graf een bijzetting plaatsvindt, kan het noodzakelijk zijn dit grafrecht te verlengen, teneinde de minimale grafrusttermijn van de laatst overledene te garanderen. Deze termijn is hier 10 jaar en niet 20 jaar omdat het hier een reeds gevestigd grafrecht betreft. De Wet op de Lijkbezorging schrijft enkel bij het vestigen van een grafrecht een uitgiftetermijn van 20 jaar voor.
Verlenging is derhalve noodzakelijk, indien het bestaande grafrecht voor 20 jaar is uitgegeven en meer dan de helft van die periode is verstrekken. Verlengd moet dan worden tot tien jaar na de bijzetting tegen een evenredig tarief. Na afloop van deze tien jaar kunnen de rechthebbenden het grafrecht vervolgens weer met 10 jaar laten verlengen."

De tekst van het model-artikel en van de toelichting zijn vreemd genoeg niet met elkaar in overeenstemming.
Terecht staat in de toelichting bij artikel 21 dat alleen bij een nieuw grafrecht de termijn 20 jaar is; na een bijzetting in een bestaand graf moet zonodig een verlenging tot 10 jaar na de bijzetting worden geregeld. Dat is dus pas in het 11e t/m 20e jaar van het bestaan van het graf.
De toelichting is correct, alleen de tekst van artikel 21 zelf niet. Die is op meer punten in strijd met de wet en met het recht: verlenging met meer dan 10 jaar is wettelijk niet geoorloofd en een lopende termijn van grafrecht kan natuurlijk alleen worden afgesloten als de rechthebbende daarmee instemt. Men kan als begraafplaatshouder niet eenzijdig een bestaande overeenkomst afsluiten.

Een wel correcte bepaling - in plaats van artikel 21 - zou kunnen zijn:
"Begraving in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de termijn tot 10 jaar na deze begraving. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende. De periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond
op gehele jaren."
De toelichting zou gewoon gehandhaafd kunnen worden.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE