Opsporing rechthebbenden


17 oktober 2002

Vraag nummer: 1268  (oude nummer: 1613)

Thu, 17 Oct 2002 20:15

Een beheerder van een algemene begraafplaats maakt gebruik van de G(emeentelijk) B(asis) A(dminstratie) om het adres van een rechthebbende op te sporen. Een beheerder van een bijzondere begraafplaats mag dit op grond van de WBP, eventueel via de gemeente, niet. Dit is rechtsongelijkheid. Onze gemeente weigert medewerking bij opsporing van adressen van rechthebbenden in gevallen waarin, buiten onze schuld, een adres niet meer juist is, terwijl zij zelf wel van de GBA gebruikt. Mag dit?

Antwoord:

Geachte heer of mevrouw,

Begraafplaatsen zijn op grond van artikel 28 Wet op de lijkbezorging (en toezeggingen van de regering tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel), verplicht om de namen en adressen van rechthebbenden op eigen graven op te sporen om hen tijdig verlenging van grafrech-ten aan te bieden. In veel gevallen zijn rechthebbenden verhuisd of overleden en is het niet mogelijk hen of nabestaanden te vinden zonder medewerking van de gemeente. De gemeente kan zelf het GBA raadplegen als het gaat om rechthebbenden van graven op gemeentelijke begraafplaatsen. Maar een houder van een kerkelijke of andere private begraafplaats kan niet (zelf) de GBA raadplegen. Hij moet de gemeente vragen dat te doen. De gemeente kan dat doen, mits begraafplaatsen zijn opgenomen in de gemeentelijke verordening die over het verstrekken van gegevens uit de GBA gaat.

In 2001 is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) in werking getreden. Gemeenten moeten hier een verordening voor vaststellen. In de wet is bepaald welke instanties gegevens moeten krijgen (bijvoorbeeld de belastingdienst) en wat voor instanties gegevens kunnen krijgen (bijvoorbeeld notarissen). Ook kan aan niet-commerciele instellingen als daar een goede reden voor is, gegevens worden verstrekt. Maar dat soort onstellingen moeten dan wel in die verordenign genoemd worden.
Bij ledenbrief van 23 november 2001 heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten alle gemeenten over deze wet en de gevolgen voor de Wet GBA geïnformeerd. Mede gelet op een brief van 21 mei 2001 van de VNG over deze problematiek kan de raad van een gemeente worden gevraagd om de houders van gemeentelijke (van andere gemeenten) en bijzondere begraafplaatsen in de verordening Bescherming Persoonsgegevens op te nemen als niet-commerciële instanties die ter uitoefening van een wettelijke verplichting (het op grond van artikel 28, eerste lid, Wet op de lijkbezorging verplicht aanbieden van verlenging van een grafrecht) de actuele adresgegevens van rechthebbenden op graven of hun nabestaanden kunnen opvragen.
Een en ander vloeit voort uit overleg dat de Landelijke Organisatie van Begraafplaatsen (LOB) al zo'n 2 jaar geleden heeft gevoerd met het ministerie van Binnenlandse Zaken, de VNG en de beroepsvereniging van ambtenaren van de burgerlijke stand (die de wet en de verordening in hun takenpakket hebben).

Er zijn voorbeelden van kerkelijke en andere bijzondere begraafplaatsen die aanvankelijk met een weigerachtige gemeente van doen kregen, maar die in een bezwarenprocedure in het gelijk werden gesteld, of waar gemeenten na nader overleg alsnog medewerking toezegden.

Het bedrijfsbureau van de LOB heeft hier meer informatie over. Het adres en telefoonnummer vindt u op deze site in de rubriek Bedrijven en instellingen en dan onder belangenorganisaties.

mr W.G.H.M. van der Putten

17 oktober 2002

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >