Mr Willem van der Putten

Mr Willem van der Putten Spelregels
Over Mr Willem van der Putten
Facultatieve
Sponsors

Opgraven -> crematie (rechthebbende kan recht niet bewijzen; begraafplaatsadministratie faalt; enkele overpeinzingen over het nut van verlof)


9 september 2003

Vraag nummer: 2463  (oude nummer: 3031)

Geachte heer van der Putten,

Vorige week heb ik een verzoek van een gescheiden mevrouw ontvangen waarin zij verzoekt om een vergunning tot opgraving van haar in 1968 overleden dochter.
Argument: definitieve woonplaats in Frankrijk.
(ondanks dat ze daar al geruime tijd woonachtig is)
Mevrouw wil dat het opgegraven lijk wordt gecremeerd. Daarna zal ze de as meenemen naar haar woonplaats in Frankrijk.

Conform art. 29 Wlb is de toestemming van rechthebbende op het graf noodzakelijk.
Uit navraag bij de beheerder van de begraafplaats blijkt dat er geen administratie meer is omtrent dit gegeven. Ook verzoekster kan niet met documenten of facturen aantonen dat zij rechthebbende is.

Vraag:
1) Is aangehaald argument voldoende om verzoek in behandeling te kunnen nemen.
2) Hoe om te gaan met toestemming rechthebbende.

Antwoord:

Geachte heer,

Zo af en toe ben ik blij met een vraag; uw vraag is er weer zo een. Een tijdje geleden had ik discussie met iemand over het motiveren van een verzoek om opgraving. De andere persoon meende dat een verzoek om een opgraving altijd gemotiveerd moet worden; daar ben ik het mee eens. Maar waar we het oneens over waren, is dat m.i. de motivering zwaar telt als er sprake is van opgraving binnen de termijn van grafrust van 10 jaar en dat de motivering nauwelijks inhoudelijk meer van belang is als er sprake is van een opgraving na de termijn van 10 jaar.
Ik meen dat er altijd een reden voor opgraving aangegeven moet worden, om te voorkomen dat gedachteloos met stoffelijke resten van mensen wordt gesold. Nu zal men in de praktijk altijd een reden voor de opgraving en herbegraving of crematie hebben, maar het moet wel duidelijk zijn dat er een reden is. Zonder reden behoort er m.i. geen verlof te worden gegeven.
Maar na een termijn van 10 jaar telt de inhoud van de motivering minder zwaar, omdat na die termijn het graf ook gewoon geruimd zou kunnen worden. Dat kan als het grafrecht is geëindigd, of als het grafrecht nog niet is geëindigd, met toestemming van de rechthebbende. Ik zou dus bij elk enigszins redelijk motief, zoals in het door u beschreven geval, toestemming geven.

Andersom geredeneerd zou ook, als ik de burgemeester van uw gemeente was, ook geen mogelijkheid zien om het verlof te weigeren. De normale en enig steekhoudende reden om een verlof te weigeren als de rechthebbende daar om vraagt, is dat de termijn van grafrust nog niet verstreken is. Maar als die termijn verstreken is, vervalt dat argument. En dan heb je geen reden meer om te weigeren.
Wel een geldige reden om te weigeren is, als er geen toestemming van de rechthebbende is, maar daar kom ik dadelijk op.
Overigens staat in artikel 29 Wet op de lijkbezorging dat over een opgraving ook altijd advies moet worden gevraagd aan de regionale inspecteur van de volksgezondheid. Deze adviestaak ligt tegenwoordig bij de regionale VROM-inspectie, de vroegere ‘Inspectie van de volksgezondheid voor de hygiëne van het milieu’. Het vaste standpunt van deze inspectie is dat tegen opgraving na 10 jaar geen bezwaar bestaat.

Nog even iets anders. Er zijn wel mensen die menen dat als de termijn van grafrust verstreken is, helemaal geen verlof tot opgraving meer nodig is of zou moeten zijn. Dat ben ik pertinent met deze mensen oneens. In hun midden bevindt zich echter een prominent funerair jurist en publicist, mr. F. Mutter. Hij schreef een jaar of 2 geleden in een van zijn lezenswaardige columns in het maandblad Uitvaart, dat opgraving 10 jaar na de begraving zonder verlof zou (behoren te) kunnen. Ik wilde daar ooit nog eens een reactie op schrijven, maar dat is er nooit van gekomen. En ik grijp deze vraag aan om er alsnog - bijna postuum - op te reageren. Ik ben het (bijna) altijd met de heer Mutter eens, maar hier dus niet. De wet stelt in artikel 29 geen termijn waarbinnen het vragen van verlof wel of niet van toepassing is, dus het is altijd van toepassing, ongeacht de termijn. Ook de wetsgeschiedenis en oude jurisprudentie geven geen indicatie dat het verlof slechts binnen 10 jaar na de begraving gevraagd zou moeten worden.
Overigens ben ik van mening dat dit een goede zaak is en dat dit ook zo moet blijven. Een belangrijke reden is, dat het vragen en geven van verlof een moment is, waarbij andere belanghebbenden hun rechten kunnen doen gelden. Men kan namelijk bezwaar aantekenen en zonodig ook de rechter inschakelen om een opgraving tegen te houden. Als er geen verlof nodig zou zijn, zou een rechthebbende een stoffelijk overschot in alle stilte kunnen laten opgraven en elders op een voor derden onbekende plek kunnen herbegraven. Het verlof voorkomt dat zoiets ‘stiekem’ kan gebeuren. Een situatie waarin dit zeer pijnlijk zou zijn, is wanneer van een gescheiden echtpaar één van beide ouders het graf van een kind ‘stiekem’ zou kunnen verplaatsen. Het zou dan voor de andere ouder bijna niet mogelijk zijn om daartegen in verzet te komen, want er is geen besluit waartegen hij of zij in bezwaar en beroep kan. Ik denk dat ook de civiele rechter niets tegen die situatie zou kunnen doen, want er zou niets onrechtmatigs aan zijn, tenzij 100% duidelijk zou zijn dat het slechts zou gebeuren om de ex-echtgenoot te pesten. Maar bewijs dat maar eens. Dan moet je een stapel brieven hebben waarin de ene echtgenoot dreigt om het graf weg te halen, in ruil voor concessies bij de verdeling van de washandjes en ander huisraad in het kader van de scheiding.
Of een ander voorbeeld is dat een kind, dat toevallig rechthebbende van het graf van een of beide ouders is, maar grote ruzie heeft met andere familieleden, het graf stiekem laat verplaatsen. Het moge duidelijk zijn: ik ben een grote fan van het verplichte verlof, met de bijbehorende rechtsbescherming.

Nu terug naar uw situatie.
Het staat niet vast dat de betreffende moeder rechthebbende van het graf is of was. Tja, wat moeten we daar mee? Nu is het zo, dat vroeger niet altijd grafaktes en dergelijke werden afgegeven. Dat was tot 1991 ook nog geen wettelijk voorschrift. In een recente andere vraag (nr. 3006) werd door de beheerder van een begraafplaats over schriftelijke stukken vrij recent nog gezegd: “Daar beginnen we niet aan”. Dat is dus bijzonder onverstandig. Ook in 'uw' geval kan het zijn dat de moeder wel rechthebbende was, maar nooit een schriftelijk bewijsstuk van het kerkhofbestuur heeft ontvangen. Maar aan de andere kant behoort het kerkhofbestuur altijd een administratie van de graven te voeren, met de aantekening wie rechthebbende is. En het is te bar en boos voor woorden dat men dit gegeven nu niet meer heeft.
Ik kan me voorstellen dat een administratie niet geheel actueel is, bijvoorbeeld omdat de oorspronkelijke rechthebbende is overleden en zich geen opvolger heeft aangediend. Maar men moet wél altijd kunnen vertellen wie de oorspronkelijke rechthebbende was. Ik zou een dergelijke kwestie als gemeente hoog opnemen. Het college van burgemeester en wethouders heeft namelijk – zoals het vroeger zo mooi heette – ‘de politie over de begraafplaatsen’. Dat stond in artikel 209, aanhef en onderdeel m, van de oude gemeentewet. Tegenwoordig valt deze bepaling blijkens de wetsgeschiedenis van de Gemeentewet onder artikel 160, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Gemeentewet. En dat houdt in dat de gemeente, het college van b&w, het dagelijks bestuur van de gemeente voert. Dat is een heel ruime taak. En daar valt nu dus ook onder dat het college kan optreden tegen wantoestanden op bijzondere begraafplaatsen. Het niet aanwezig zijn van gegevens over de uitgifte van een graf, en aan wie, is administratief wanbeheer van de eerste orde. Zie blz. 114 van mijn boekje ‘Begraving’ (uitg. Vermande, 2000). Ik zou daar als gemeente zeker een boze brief over aan het begraafplaatsbestuur sturen en haar sommeren om deze administratie alsnog zo goed mogelijk in orde te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door nog gegevens bij vroegere bestuursleden op te vragen. Of door oproepen in regionale kranten, een parochieblad, het mededelingenkastje bij de begraafplaats e.d. aan rechthebbenden van graven om zich te melden bij de administratie.

Maar wat nu met deze moeder en haar kind? Mevrouw kan haar rechthebbend-zijn niet bewijzen, maar dat hoeft niet haar schuld te zijn als zij nooit een schriftelijk stuk heeft gehad. De begraafplaats zou het zeker wel hebben moeten kunnen zeggen, maar kan het niet. Ik meen dat deze mevrouw niet de dupe mag worden van deze situatie.
Het ligt voor de hand dat óf mevrouw, óf haar man rechthebbende van het graf is geweest. Wat mogelijk zou moeten zijn via de gegevens van de burgerlijke stand in uw gemeente, is om de vader van het kind op te sporen. Wellicht woont hij nog in uw gemeente en anders zijn zijn adresgegevens via een andere gemeente te achterhalen. Wellicht is hij inmiddels overleden; dan is het geen probleem om mevrouw als rechthebbende aan te merken omdat het voor de hand ligt dat zij hem zou zijn opgevolgd, als hij rechthebbende was.

Ik zou in uw geval de betreffende mevrouw het verlof tot opgraving verlenen, maar tevens de man proberen op te sporen en hem een copie van het verlof zenden. Het verlof moet worden verleend onder de conditie dat er pas na 6 weken kan worden opgegraven. De man heeft dan de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. Wellicht kan hij dan wel bewijzen de rechthebbende van het graf te zijn geweest. Als hij dat kan bewijzen, zwart op wit, en hij is tegen de opgraving, dan kan de uitkomst van de bezwarenprocedure zijn dat het verlof wordt ingetrokken. Wellicht stemt hij in met de opgraving. Als hij geen rechthebbende is maar wel tegen de opgraving is, dan moeten belangen worden afgewogen. Een lastige zaak. De vrouw geeft door alle moeite die ze wil doen om het kind naar Frankrijk te halen eigenlijk al aan dat ze daar emotioneel grote waarde aan hecht. De man zal dan moeten bewijzen dat het voortbestaan van het graf voor hem ook van grote emotionele waarde is. Óf dat echt zo is, zou je bijvoorbeeld objectief af kunnen leiden aan de staat van het graf. De vrouw woont in Frankrijk en kan van daar uit het graf niet onderhouden. Maar als de man nog in de buurt woont, zou hij dat wel kunnen doen. En dan is het de vraag: heeft hij dat gedaan? Je zou dan eigenlijk wat foto’s van het graf in de huidige staat moeten hebben: ziet het er onderhouden uit, dan zou dat door de zorg van de man kunnen komen. Als het er verwaarloosd uit ziet, geeft dat de indruk dat de man er ook niet vaak komt. De beheerder van de begraafplaats kan wellicht ook zeggen of het graf wel of niet nog regelmatig bezocht wordt. En er zijn misschien nog wel andere punten om op te letten.

Een ander punt is nog, dat voor de crematie van de stoffelijke resten toestemming van de officier van justitie te Roermond nodig is. Maar dat is een formaliteit.

Samengevat: ik zou het gevraagde verlof verlenen en publiceren, zodat eventuele andere belanghebbenden bezwaar kunnen maken. Ook zou ik proberen de man op te sporen en hem een afschrift van het verlof sturen, zodat ook hij eventueel bezwaar kan maken.

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE