Is degene aan wie verlof tot opgraving en herbegraving is verleend rechthebbende?


30 augustus 2005

Vraag nummer: 3972  (oude nummer: 6360)

Moeder was rechthebbende van het graf van haar overleden zoon. Zij heeft het grafrecht niet verlengd en is daarmee (sinds 1 januari 2005) geen rechthebbende meer. De ex-man van de moeder (vader van het kind) verzoekt om verlof tot opgraving en herbegraving. Dit verlof wordt verleend en moeder maakt bezwaar.Zij geeft aan dat zij opnieuw het grafrecht wil gaan betalen, ze veronderstelt daarmee opnieuw rechthebbende te worden.
Als mevrouw door betaling van het grafrecht opnieuw rechthebbende wordt zou hier bij de beslissing op bezwaar rekening mee gehouden moeten worden en zou aan haar alsnog toestemming gevraagd moeten worden. (vanwege de ex-nunc toetsing)
Maar klopt de veronderstelling van mevrouw dat zij opnieuw rechthebbende kan worden wel? Ik heb in uw rubriek gelezen dat bij het verkrijgen van grafrecht geldt, wie het eerst komt wie het eerst maalt. (geldt dit ook voor een verzoekt tot heruitgifte want dat is vlgns mij nu aan de orde) Is vader in dit geval niet het eerst gekomen door een verzoek tot opgraving te doen. Is hij daarmee rechthebbende geworden?

Helmi Martens

Antwoord:

Geachte mevrouw,

Ik zie deze casus als volgt. Moeder heeft het graf door het niet te verlengen feitelijk opgegeven en accepteerde daarmee dat het graf geruimd zou worden. Zij heeft het dus prijs gegeven. Nu komt er een ander, met een redelijk belang, en nu wil moeder haar opgeven ongedaan maken. Ik denk dat dat niet terecht is.

Ik ben altijd geneigd om kwesties op 2 aspecten te beoordelen: 1. gezond verstand en de vraag "Wat zou de gemiddelde mens hiervan vinden?" en 2. een juridische redenering. En ik ben altijd gelukkig als de uitkomst van die twee benaderingen samen valt.

Ik dit geval vind ik 'als mens' dat als moeder het graf eerst opgeeft, maar niet wenst dat vader het graf elders voortzet, er alleen sprake is van een soort misgunnen. Ik kan geen enkele objectieve reden bedenken dat de vader het graf niet zou mogen voortzetten (op een andere of dezelfde plek). Temeer, omdat moeder zelf eerst alle kans heeft gehad om het graf zelf te behouden, maar er zelf van heeft afgezien. Als er geen opgraving en herbegraving zou plaatsvinden, zou het graf geruimd worden.
Als jurist constateer ik dat moeder afstand heeft gedaan van haar rechten en geen redelijk belang heeft om bezwaar te maken tegen de opgraving en herbegraving. Ik heb althans geen inhoudelijk argument in uw verhaal gelezen. Dat zij eventueel opnieuw rechthebbende wil worden, is natuurlijk geen inhoudelijk steekhoudend bezwaar tegen het verlof tot opgraving. En zij is er te laat mee, want de aanvraag voor het verlof tot opgraving was er eerder. En ik neem niet aan dat zij nĂ¡ de opgraving nog een leeg graf wil hebben; hoewel dat ook niet ondenkbaar zou zijn om het als herdenkingsplek te gebruiken.
Moeder kan best vragen om weer rechthebbende te worden, maar niet met terugwerkende kracht. Althans niet als dat de opties voor andere personen blokkeert.
Het is voor mij helder het verlof tot opgraving terecht is verleend. Moeder (en anderen) kunnen daartegen bezwaar maken als zij sterke inhoudelijk argumenten hebben, maar ik zou die argumenten niet kunnen verzinnen. Een aanvraag om de rechten op het graf (weer) te verwerven heeft geen terugwerkende kracht, dus kan de aanvraag tot opgraving niet blokkeren.

Je kan inderdaad zeggen, zo u terecht suggereert, dat door de aanvraag van het verlof tot opgraving te doen, de vader zich plaatst in de positie van de persoon die rechthebbende van het graf is. (Het is juridisch niet zo, maar komt er heel dicht tegen aan). Stel dat het voor het kunnen aanvragen van het verlof nodig is dat men rechthebbende is, dan zou je de aanvraag van vader moeten zien als een impliciet verzoek om (al is het maar voor 1 dag, namelijk de dag van de opgraving) rechthebbende van het graf te zijn. Maar het is formeel niet nodig om rechthebbende te zijn van een eigen graf om dit verzoek te mogen doen. Men mag immers een verzoek om opgraving doen uit een algemeen graf. En dan is er geen rechthebbende als bedoeld in artikel 29 van de Wlb. En opgraven uit een graf waarvan de rechten zijn verlopen. Ook dan is er geen rechthebbende meer. Maar deze redenering is wel relevant als de gemeente formeel de mogelijkheid zou kennen om met terugwerkende kracht rechthebbende te worden (maar ik denk dat u dat niet hebt, dat staat bijna nergens in een verordening). Want in dat geval moet je zeggen dat er al een ander eerst was met een verzoek waardoor hij gelijk stond met een verzoek om (even, tijdelijk) rechthebbende te zijn. En dan geldt simpelweg: wie het eerst komt, het eerst maalt. Om de simpele reden dat geen ander 'systeem' voor de toekenning van rechten universeel toepasbaar is. Maar deze redering gaat te ver en te diep voor de gewone gevallen. Zo ver hoeft u ook niet te gaan.

In de afhandeling van het bezwaar van de moeder tegen het verlof van vader zou ik simpelweg constateren dat zij geen of onvoldoende inhoudelijke argumenten heeft om gegrond bezwaar te maken. En dat eventuele argumenten ongeloofwaardig worden omdat zij zelf afstand heeft gedaan van het graf. En dat er geen mogelijkheid is om het grafrecht met terugwerkende kracht te verkrijgen, zodat een aanvraag daarvoor geen reden is om het verlof tot opgraven niet te verlenen.

Ik ken natuurlijk de ins en outs van deze kwestie niet, maar het heeft helemaal de geur van rivaliteit tussen gewezen echtelieden. Misschien begrijpelijk vanuit de positie van de een of de ander. Maar daar kan en moet de gemeente niets mee.

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >