Mr Willem van der Putten

Mr Willem van der Putten Spelregels
Over Mr Willem van der Putten
Facultatieve
Sponsors

Onderhoudskosten heffen terecht? (gemeente Andijk).


26 september 2003

Vraag nummer: 2509  (oude nummer: 3119)

Weledelgestrenge Heer,

Ik stel deze vraag namens mijn ouders. Mijn oma is overleden in 1973 en mijn opa in 1985. Ze liggen samen in 1 graf op de begraafplaats te Andijk. Mijn vader heeft destijds de verklaring getekend dat hij de grafrechten heeft overgenomen. Mijn opa heeft het graf destijds afgekocht voor fl. 250,00 en mijn vader heeft het voor het symbolische bedrag van fl. 3,00 op zijn naam laten zetten. Op deze kwitantie staat bovenin vermeld "kosteloos eigen graf" en hij heeft toen nog voor de zekerheid gevraagd of er geen verdere kosten aan zouden zitten en hem is toen verzekerd dat dat niet het geval was.

In 2002 ontvingen mijn ouders opeens een brief van de Gemeente Andijk waarin wordt medegedeeld dat er in de raadsvergadering is besloten dat er onderhoudskosten verschuldigd zijn voor de "grasgraven" en graven met een steen op de begraafplaats van Andijk. Omdat het graf waar mijn vader eigenaar van is volgens de gemeente valt onder de zogenoemde grasgraven is besloten om een jaarlijkse onderhoudsbijdrage te innen.

Mijn ouders hebben hier bezwaar tegen aangetekend omdat het ten eerste destijds is afgehandeld en afgekocht en verder is er toen nimmer over bijkomende kosten gesproken. Verder gaat het hier om een graf zonder steen, er ligt alleen modder en zeker geen gras en mijn vader verwijdert eens in de paar maanden wat onkruid, doch verder onderhoud is er niet.

De gemeente blijft ondanks de vele correspondentie die over deze zaak is gevoerd halsstarrig vasthouden aan het feit dat hetgeen in de raadsvergadering is besloten geldt voor iedereen die op de begraafplaats begraven ligt.
Mijn ouders ontvangen nu de ene aanmaning na de andere. Ze hebben geprobeerd om de zaak voor de commissie te brengen, maar de gemeente wil hier geen toestemming voor geven.

Staat de gemeente in haar recht ondanks het feit dat het hier een kosteloos eigen graf betreft, waar volledigheidshalve bijna geen onderhoud aan is?

Graag verneem ik uw deskundige mening en advies.

Met vriendelijke groet,

Jacqueline Gutter.

Antwoord:

Geachte mevrouw Gutter,

Ik meen dat de gemeente Andijk in het geval van het graf van uw grootouders ten onrechte onderhoudskosten in rekening brengt.

Het gaat waarschijnlijk om een uitvloeisel van de Beheersverordening begraafplaatsen Andijk 1999, die per 1 januari 1999 in werking is getreden. In deze verordening (in mijn archief) staat in artikel 21 dat de gemeente het onderhoud van de begraafplaats en van grafmonumenten verricht en dat daarvoor in de heffingsverordening een tarief wordt opgenomen. Het gaat om een jaarlijks verschuldigd recht. Ik weet niet of deze verordening in 2002 is uitgebreid of gewijzigd, maar dat is ook niet zo relevant.

Vooraf het volgende. U zegt dat uw ouders ‘een brief’ hebben gehad. Wat was dat voor een brief? De kosten waar het hier om gaat zijn namelijk belastingen. Tegen een belastingaanslag kan bezwaar worden gemaakt gedurende 6 weken. Als het goed is, is dat in die brief/aanslag ook vermeld. Die termijn is een harde termijn; als niet tijdig schriftelijk bezwaar wordt gemaakt, is de aanslag onherroepelijk ook al is de basis zo onjuist als maar zijn kan. De vraag is dus of uw ouders tijdig schriftelijk bezwaar hebben gemaakt (ongeacht of het juridisch correct is onderbouwd of niet). De gemeente moet daar dan een nieuwe beslissing op nemen. En op die beslissing moet vermeld zijn dat men van het besluit in beroep kan bij (de Belastingkamer van) het Gerechtshof. Voor dat beroep is griffierecht verschuldigd. Dit kan ook weer alleen binnen 6 weken. Bezwaar en beroep en gerechtshof klinkt allemaal zwaar, maar een gewone duidelijke brief en eventueel een duidelijk verhaal voor de rechter van het Hof zijn voldoende. Een doorsnee burger kan het zelf doen. Het hoeft niet allemaal juridisch formele taal te zijn; de rechter kijkt daar doorheen en kijkt gewoon of iemand gelijk heeft of niet; niet of hij/zij dure woorden gebruikt.

Of uw ouders tijdig hebben gereageerd op alles, weet ik niet. Als dat niet het geval is, zitten ze aan de kosten vast. De aanslag en de eventueel herziene aanslag zijn dan onherroepelijk.

Maar... nieuwe ronde, nieuwe kansen. Als op de aanslag over 2002 niet tijdig gereageerd is, en wellicht op die over 2003 ook niet, dan is dat jammer, maar is er een nieuwe kans in 2004.

Ik heb u al gezegd dat e.e.a. mijns inziens niet kan. Het gaat bij het graf van uw grootouders om een 'graf met een uitsluitend recht' zodat dat wettelijk heet. Ik kan dat afleiden uit het bedrag van fl. 3,- dat u noemt. Het is altijd fijn als mensen in hun vragen details noemen, want daar kun je soms veel mee. Het bedrag van fl. 3,- was namelijk in de oude wetgeving tot 1 juli 1991 het wettelijk voorgeschreven maximale bedrag dat een gemeente mocht heffen voor het overschrijven van een graf met een uitsluitend recht. Na die datum was er geen maximum meer.

Het is relevant dat het gaat om een graf met een uitsluitend recht. Als u namelijk eens in diverse sub-rubrieken van mijn adviesrubriek gaat kijken (sub-rubrieken Eigen graf, Graf overschrijven en anderen), dat ziet u in tientallen zo niet wel meer dan 100 antwoorden dat ik telkens zeg dat voor de inhoud van een grafrecht, de rechten en verplichtingen, relevant is wat gold op het moment van het aangaan van dat recht. En niet wat in latere verordeningen en reglementen is geregeld. Als ten tijde van het aangaan van het grafrecht, dit een recht voor onbepaalde tijd ('eeuwig') was, zonder dat onderhoudsbijdragen verschuldigd waren dan wel een opening of voorbehoud was gemaakt om later zulke kosten nog te mogen rekenen, dan kunnen later zulke kosten niet in rekening worden gebracht.
Dat kan anders zijn, als bijvoorbeeld het graf in 1973 was uitgegeven voor 30 jaar. In 1973 was er nog geen verplichting voor een onderhoudsbijdrage. De gemeente kan dan niet in 1999 of 2002 een jaarlijkse onderhoudsbijdrage opleggen. Maar…. wel vanaf 2003. Want bij verlengingen van rechten voor bepaalde tijd (in dit voorbeeld 30 jaar) geschiedt de verlenging tegen de voorwaarden van dát moment. En als dan onderhoudsbijdragen gelden, kunnen vanaf 2003 ook onderhoudsbijdragen worden geheven. Maar dat kan niet zolang een grafrecht nog loopt.

Voor gemeenten is dit een zeer lastige materie. Gemeenten zijn namelijk gewend dat ze in heffingsverordening zo'n beetje alle soorten belastingen kunnen opleggen die ze vanaf dat moment willen opleggen (binnen bepaalde grenzen van de wet natuurlijk). Maar voor grafrechten, als het gaat om die zogenaamde uitsluitende rechten, gaat die vlieger niet op. Maar dat beseft men meestal niet. Grafrechten zijn namelijk privaatrechtelijk van inhoud. Het zijn zakelijke gebruiksrechten, zoals rechters en andere juristen dat noemen. Er wordt in wezen een soort contract aangegaan. En lopende contracten kan de ene of de andere partij niet eenzijdig wijzigen. Alleen na afloop van het contract kun je nieuwe voorwaarden opleggen. Maar als het een contract voor onbepaalde tijd, kunnen er nimmer nieuwe voorwaarden worden opgelegd. Dat dit het geval is, beseffen gemeenten vaak niet omdat het bijzondere van dit ‘contract’ is dat het op publiekrechtelijke wijze (en niet op privaatrechtelijke wijze in een ‘echte’ overeenkomst) tot stand komt. En dan heeft het er de schijn van, dat je er als gemeente ook op publiekrechtelijke wijze nieuwe voorwaarden aan kunt verbinden. Maar dat is dus schijn. Het kan niet.
Je kunt ook andere vergelijkingen trekken. Stel dat iemand een bouwvergunning krijgt om een huis te bouwen, dan kan de gemeente niet na 5 jaar als het huis er staat alsnog een nieuwe belasting op het hebben van een bouwvergunning invoeren. Dat kon alleen op het moment van het afgeven van die vergunning. En ook bij een graf kun je alleen op het moment van het afgeven van de beschikking tot verlening van het grafrecht de voorwaarden vastleggen en kosten in rekening brengen. Onderdeel van die voorwaarden kan zijn dat je gedurende de looptijd van het graf bepaalde kosten verschuldigd blijft. Maar het kan niet zo zijn dat er plotsklaps nieuwe voorwaarden worden opgelegd. Nou ja, het kan wel, maar een gemeente kan het niet; het kan alleen bij wet.

Een beetje een probleem bij dit type probleem is, dat er weinig of niets over gepubliceerd is. Weinig juristen, laat staan fiscalisten, hebben er over nagedacht. Ik heb het beginsel beschreven in mijn boek Begraving (uitgave SDU/Vermande in 2000), maar niet erg uitgebreid. De weinige literatuur over graven en begraafplaatsen gaat namelijk over de wettelijke regels van totstandkoming en beëindiging, maar zelden over de inhoud van het grafrecht en alle aspecten van dat recht, want dat staat niet in een wet uitdrukkelijk beschreven. Het vloeit voort uit de kenmerken van het recht (zakelijk gebruiksrecht, ius sui generis) en zoals die kenmerken af en toe zijdelings in rechterlijke uitspraken aan de orde komen. Het is niet makkelijk voor een niet-ingevoerd persoon om daar wegwijs uit te worden. Het is ook heel bijzonder, zo niet uniek, dat een privaatrechtelijk (graf)recht op publiekrechtelijke wijze tot stand kan komen. En vanuit die optiek is het niet vreemd dat belastingambtenaren bij een gemeente zich vergissen.

Dat het gaat om een verordening die door een gemeenteraad is vastgesteld en dat soort argumenten is allemaal niet relevant. Als voormalig adjunct-gemeentesecretaris herken ik dat soort argumenten wel, maar gemeenteraadsleden hebben hier geen verstand van en nemen aan dat een voorstel van burgemeester en wethouders wel zal kloppen. Meestal is dat ook zo, maar hier niet.

Op zich is een bepaling zoals artikel 21 van de verordening ook best mogelijk. Maar het kan alleen gelden voor nieuw uitgegeven graven met een uitsluitend recht, of voor bestaande graven waarvan de termijn wordt verlengd. Het kan echter niet gelden voor lopende grafrechten.

Als uw ouders bezwaren hebben tegen betaling, moeten ze dat dus ook niet aankaarten bij de raad of een commissie, maar (tijdig!) bezwaar aantekenen of in beroep gaan bij het Hof. Dat is de juiste procedure. Wellicht wordt het eerste bezwaar verworpen omdat de gemeente het niet wil geloven, maar dan roept het Hof haar wel tot de orde.

Een bezwaar- of beroepschrift moet natuurlijk worden gemotiveerd. Het is wellicht wat lastig om dat zelf te doen. U kunt eenvoudig een print van dit antwoord bij het bezwaar of beroep bijsluiten. Het zou niet de eerste keer zijn dat een Gerechtshof - of in nóg hoger beroep de Hoge Raad - een arrest mede baseert op mijn zienswijze op een bepaalde materie. Ook in Kamerstukken heeft de regering wel eens een stelling gemotiveerd door naar mijn publicaties te verwijzen. In mijn eerder genoemde boek en andere publicaties o.a. in deze adviesrubriek zijn voor een raadsheer (rechter in het Hof) voldoende aanknopingspunten te vinden om te beslissen dat in het door u beschreven geval geen aanslag kan worden opgelegd.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

TIP
Bezoek ook eens de video-adviesrubriek: Infotheek - reportages - kijkersvragen - juridische vragen en antwoorden (klik hier).

Zoals over nieuwe andere voorwaarden bij de overschrijving van een grafrecht:


Of over de aankoop en het behoud van een eeuwig graf:

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE