Herziening grafregister


22 februari 2006

Vraag nummer: 4292  (oude nummer: 7567)

Geachte heer,
In art. 14, lid 7 van de verordening op de algemene begraafplaats van de gemeente Sneek is bepaald, dat zij, die bij de 10-jaarlijkse herziening van het grafregister nalaten van hun beschikkingsrecht te doen blijken, geacht worden afstand te hebben gedaan van dit recht ten behoeve van de gemeente Sneek.
Na het begraven van mijn echtgenote in 2002 heb ik een uitsluitend recht tot begraven voor de periode van 50 jaar verkregen. De gemeente heeft mij bij de 10-jaarlijkse herziening van het grafregister in 2005 verzocht gebruik te maken van mijn beschikkingsrecht. Bent u het met mij eens dat ik niet eerder dan in 2015 van mijn beschikkingrecht gebruik hoef te maken?

Antwoord:

Geachte heer,

Ik ben van mening dat de "herziening van het grafregister"zoals u het beschrijft, in de situatie die u bedoelt, strijdt met de Wet op de lijkbezorging. In de Wet op de lijkbezorging is bepaald dat een uitsluitend recht op een graf voor een minimumtermijn van 20 jaar moet worden uitgegeven. Dat betekent dat geen clausules in de beheersverordening of in de grafakte mogen worden ingebouwd die die eerste termijn van 20 jaar beperken. Je kunt in een verordening wel voorbehouden of ontbindende voorwaarden maken voor bijzondere gevallen, bijvoorbeeld dat een grafrecht vervalt als men de kosten niet betaalt of als men zich niet aan bepaalde voorschriften inzake het formaat van grafmonumenten houdt, om maar eens iets te noemen. Maar dat men in een normaal geval binnen 20 jaar een actie moet ondernemen om die 20 jaar te behouden, dat acht ik in strijd met de wet en in ieder geval in strijd met de geest van de wet en de bedoeling van de wetgever. Ik zou in uw geval een bezwaarschrift indienen, indien deze voorwaarde is opgelegd. Maar dat kan alleen binnen 6 weken na uitgifte van het graf onder deze voorwaarden, of indien u een besluit krijgt dat het grafrecht vervallen is verklaard of als u een ander formeel besluit hebt ontvangen.

Ik wil nog wel een opmerking maken over het "grafregister". Ik heb van een dergelijke regeling - dat men het recht weer in het grafregister moet aantekenen om het te laten voortduren - wel eens vaker gehoord met name in noordelijke streken van het land. Maar het is een heel oude en ouderwetse werkwijze, die mijns inziens strijdt met principes van het huidige bestuursrecht en met de huidige Wet op de lijkbezorging. Om met het laatste te beginnen: de wet zegt dat een 'uitsluitend grafrecht', wat men in de praktijk een 'eigen graf' noemt, voor minstens 20 jaar wordt uitgegeven. Het past dan niet om al bijvoorbaat te zeggen dat je die 20 jaar niet krijgt, tenzij je in die periode 2 keer tijdens de 10-jaarlijkse herziening van het grafregister verzoekt gebruik te maken van het beschikkingsrecht. Dat wringt. Ik vind het in strijd met de wet.
De idee van een grafregister is dat er een soort registratie is, die alleen door de houder van de begraafplaats wordt bijgehouden, maar die bindend is voor partijen. Dat is een fout vooroordeel , een grafregistratie is op zichzelf niets en heeft op zichzelf geen betekenis. Ik heb wel voorbeelden gezien van verordeningen die zoiets wílden regelen, maar doie het zo knullig deden, dat er eigenlijk niets geregeld was en het juridisch geen enkele betekenis had. De verordening van Sneek ken ik trouwens niet, dus daar spreek ik nu geen oordeel over uit.
Ik moet bij de idee van een grafregister denken aan de algemene voorwaarden van banken, die roepen dat bij twijfel over de hoogte van de bankrekening, de boeken van de bank bepalend zijn. Dus als de bank een fout maakt in haar boeken, is de klant de dupe. Maar als ik daarmee het grafregister vergelijk is het nog erger, want in de vergelijking met de bank bepaalt de houder of er überhaupt wel een rekening is. In casu of er wel een grafrecht is. Ik denk dat dat niet kan en in het huidige bestuursrecht niet meer past. Rechten en vergunningen worden verleend bij beschikking en niet bij de gratie of de houder van de begraafplaats zelf regelmatig een nieuw register van rechten samenstelt. Het gaat uit van de idee dat het register bepalend is. Maar in het huidige bestuursrecht mag dat niet; vergunningen en beschikkingen geven rechten, niet een eigen interne administratie van een overheid. Men hoeft een bouwvergunning of een kapvergunning of andere vergunningen ook niet telkens te laten bevestigen en inschrijven. In bepaalde situaties kan het wel zinvol zijn om periodiek iets te laten doen of te laten zien. Bijvoorbeeld bij een grafrecht voor onbepaalde tijd is het denkbaar dat bepaald is dat men om de 10 jaar de akte moet laten zien, om te laten weten dat men als rechthebbende nog leeft. Maar dat mag bij nieuwe graven niet binnen de eerste 20 jaar en is alleen zinvol bij oude rechten. Als men geen teken van leven krijgt, kan men onderzoeken of de rechthebbende nog wel leeft en of het recht overgeschreven kan worden of niet. Dat om te voorkomen dat er oude graven zonder rechthebbenden komen, die verwaarloosd worden en op termijn vervallen. Maar dat is een ander soort situatie dan u beschrijft.

Ik denk dat u tot 2022 niets met dat grafregister hoeft of niet, althans zuiver juridisch/wettelijk gezien. Maar ik zou in uw geval tot behoud van rechten wel altijd tegen elk besluit van de gemeente dat hiermee verband houdt, bezwaar aantekenen.

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >