Grafrechten; na 100 jaar weer kosten in rekening brengen?


3 juli 2008

Vraag nummer: 5543  (oude nummer: 11002)

Een graf is dit jaar 100 jaar oud en de rechthebbenden zijn aangeschreven om grafrecht te betalen. Zij hebben bezwaar gemaakt omdat de grafrechten voor onbepaalde tijd afgekocht zouden zijn. Er is geen bewijsstuk te vinden. Is de gebruikelijke overgangsbepaling dan van toepassing?
(indien tijdsduur grafrecht niet meer aantoonbaar is vast te stellen wordt tijdsduur gesteld op 30 jaar miv inwerkingtreding reglement)

Antwoord:

Geachte heer,

Dit zijn altijd lastige situaties. In principe is het zo dat de rechthebbende op een graf zijn rechten moet (kunnen) bewijzen. Maar vooral op kerkelijke begraafplaatsen is dat niet altijd mogelijk. Tot 1991 was het niet verplicht om grafrechten schriftelijk te vestigen en was er vaak geen schriftelijk bewijs. Men achtte dat niet nodig, omdat iedereen - toen - wel wist hoe of dat het zat. Maar de mensen die dat wisten zijn inmiddels allemaal overleden en nu zitten wij met de vraag. Soms werd wel een kwitantie afgegeven, als betalingsbewijs, maar bevat die geen nadere gegevens.

Hoe te handelen in deze situatie? Het bestuur van de begraafplaats heeft blijkbaar al heel lange tijd het bestaan van het graf laat het hier om gaat, gerespecteerd. Nu opeens wil men weer grafrechten gaan innen. Normaal is het zo dat de rechthebbende zijn recht moet aantonen. Maar nu is het het bestuur dat 'opeens' geld wil zien. Want om aan te nemen dat de rechten op de graven na 100 jaar stoppen, is even willekeurig als om aan te nemen dat het na 95 of na 105 jaar is. Nu is 100 wel een mooi rond getal, maar daar is alles mee gezegd.
Er is sprake van een overeenkomst, dat mogen we als vaststaand aannemen. Want op basis daarvan bestaat het graf. De precieze inhoud van die overeenkomst, die waarschijnlijk mondeling tot stand is gekomen, is onbekend. Maar duidelijk is dat er een overeenkomst bestaat, anders had er geen graf kunnen zijn.
Nu wil één van de beide partijen in de overeenkomst de overeenkomst veranderen. Namelijk zeggen dat die na 100 jaar afgelopen is, of zeggen dat die door kan lopen tegen betaling. Ik denk dat dat niet kan. Je kunt niet opeens nieuwe eisen gaan stellen zonder een duidelijke reden of grondslag. 100 jaar bestaan is geen reden, even min als 99 of 101 jaar bestaan.
Er is geen bewijsstuk waar uit blijkt dat het graf voor onbepaalde tijd is uitgegeven, maar de feitelijke situatie dat het graf al 100 jaar bestaat doet wel vermoeden dat dit het geval was.
Dat wil trouwens niet altijd iets zeggen, ik ken het voorbeeld van een kerkelijke begraafplaats waar bepaalde graven al 70 of 80 jaar onaangeroerd lagen. Nabestaanden riepen dat ze voor onbepaalde tijd waren, maar bestudering van het reglement wees uit dat het algemene graven waren, die dus na 10 jaar geruimd hadden mogen worden. Daarom stond er ook geen termijn van uitgifte in het oude reglement. Men had echter de ruimte niet nodig en de graven daarom maar laten liggen.
Ik denk dat er geen enkele rechtsgrond voor het bestuur is om ´opeens´ een betaling te vorderen.

Het kan anders liggen als van andere graven wel stukken bekend zijn, of wanneer duidelijk is dat dit graf ´per ongeluk´ is blijven liggen. Ook latere reglementen, bijvoorbeeld van 70 of 40 jaar geleden, kunnen aanwijzingen opleveren. Als daar bijvoorbeeld in stond dat graven voor onbepaalde tijd konden worden uitgegeven, kan dat voor een graf van 100 jaar geleden ook het geval zijn. Het kan ook zijn dat er geen reglement was, maar dat tarievenlijsten wel aanwijzingen over termijnen bevatten. Ook de notulen van bestuursvergaderingen van het kerkbestuur kunnen aanwijzingen bevatten. Of oude jaarrekeningen.
Voorts kan de grafbedekking een aanwijzing vormen. Als je een klassieke zware grafsteen of tombe hebt van een notabele of een andere gegoede inwoner, ligt een lange termijn voor de hand. Een simpel kruisje wijst eerder op een algemeen graf voor korte termijn.
De ligging van het graf, in een vak dicht bij de kerk, kan soms ook een aanwijzing vormen. Dat waren soms de duurdere graven, met langere termijnen.
En ik weet niet om welke plaats het gaat, maar in sommige regio´s in den lande hechtte en hecht men meer aan lange termijnen dan in andere. Ook dat kan een aanwijzing zijn om aan te kunnen nemen wat de waarschijnlijke status van het graf was.

Een bepaling in het reglement dat een grafrecht gesteld wordt op 30 jaar na inwerkingtreding van het reglement, indien geen tijdsduur meer aantoonbaar is, is nogal dubieus. Indien er voldoende aanwijzingen zijn dat een grafrecht voor een veel langere termijn gevestigd is, en dat kun je van een graf dat bijvoorbeeld al 100 jaar bestaat wel aannemen, is het een tamelijk krachteloze bepaling. Geen van beide partijen van een overeenkomst kan deze overeenkomst eenzijdig wijzigen, ook niet door een bepaling in een reglement op te nemen. Ik denk dat in voorkomende gevallen de rechter deze bepaling als non-existent zal kunnen beschouwen.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.