Grafrecht verlengen; welke termijn is juist?


2 juli 2008

Vraag nummer: 5539  (oude nummer: 10993)

Ik stel nogmaals een vraag, omdat ik benieuwd ben wat nu precies juist is. Het grafrecht verloopt in mei 2015. In maart 2008 wordt er een persoon in het graf bijgelegd. Bij de rekening van de begraving dienen tarieven in rekening te worden gebracht. Dient er dan een gedeelte van het tarief van 10 jaren in rekening te worden gebracht tot maart 2018 of gewoon het tarief van 10 jaren tot mei 2025. Wat is juridisch gezien juist. Het is een gemeentelijke begraafplaats.
Hartelijk dank alvast voor uw antwoord.

Antwoord:

Geachte heer,

Wat juridisch juist is, kan ik niet zomaar zeggen. Het maakt verschil of het gaat om een gemeentelijke of een kerkelijke begraafplaats. Gemeentelijke begraafplaatsen heffen rechten in de vorm van een belasting, wat minder mogelijkheden geeft om 'zomaar wat te doen'. Zij zijn gebonden aan regels voor het heffen van belastingen.

Wat kan, is dat een gemeente een verordening voor de heffing van begraafrechten of lijkbezorgingsrechten heeft, die in strijd is met de wettelijke regeling. De wettelijke regeling (in artikel 28 Wet op de lijkbezorging) is dat een graf alleen verlengd mag worden in het voorlaatste of laatste jaar van de lopende termijn. In uw voorbeeld is dat in 2014 of 2015. Maar dan kan de gemeente wel een verlenging met 10 jaar verplichten, van 2015 tot 2025.

In de praktijk gaat het soms ook zo, dat een rechthebbende in 2008 verplicht wordt om nu reeds een verlenging 2015-2018 te betalen of zelfs een verlenging 2015-2025.
Dat is juridisch juist, als de verordening op de begraafrechten dat mogelijk maakt. Maar het kan dus zijn dat die verordening fout is. Dat is echter iets dat bij gemeenten alleen de belastingrechter vast kan stellen. Zolang niet in een gerechtelijke procedure is bepaald dat de verordening fout is, is de heffing volgens die verordening juridisch juist.

Correct zou zijn als een verordening zou vaststellen dat als iemand begraven wordt in een graf waarvan de termijn binnen 10 jaar afloopt, het lopende recht met een evenredige termijn verlengd wordt om die 10 jaar vol te maken. Lang niet alle (beheers- en leges)verordeningen hebben een dergelijke bepaling. Soms wordt formeel in strijd met de eigen verordening gehandeld. Daar kunnen rechthebbenden of belanghebbenden altijd bezwaar tegen maken. Naar mijn ervaring is het echter zo dat de ambtenaren die dergelijke bezwaren moeten behandelen, soms niet voldoende geschoold zijn om ze correct te kunnen behandelen. Soms moet men dan naar de belastingrechter.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.