Grafrecht en onderhoudsrecht (voor het onderhoud van de begraafplaats) 5


1 juli 2018

Vraag nummer: 55509

Geachte mr. van der Putten,

Mijn vraag ging over (oude) verordeningen wel voor 2006, die verordeningen waarvoor, bijvoorbeeld, art. 7.1 'Onderhoud' (van Nota Ondezoek van Utrechtse Heuvelrug) van toepassing is:

"De uitvoering van het onderhoud van de graven door de gemeente is met inwerkintreding van de beheersverordening begraafplaatsen gemeente Utrechtse Heuvelrug verplicht gesteld. Dit betekent dat rechthebbenden verplicht zijn een bedrag voor dit onderhoud te betalen, de onderhoudsrechten. De activiteiten die de gemeente verricht zijn duidelijk gespecificeerd en worden altijd aan de rechthebbenden meegezonden bij de eerste aanslag die zij ontvangen voor het onderhoud.

----------------------------------

De onderhoudskosten voor de begraafplaats worden gedekt uit de grafrechten."

Gemeente Utrechtse Heuvelrug is slechts een voorbeeld, gezien ze een diep onderzoek hebben gedaan (zie Nota Onderzoek) over een vaakvoorkomend probleem met oudere begraafplaatsen.

Wat betreft mijn grafuitgifte civielerechtelijke overeenkomst (voor 20 jaar, zonder enige voorbehouden), bepaalt de geldige (ook tot nu) Beheersverordening alleen maar onderhoud van graven:

"Onderhoud.

Artikel 26
⦁ 1. Het verzorgen van de graftekens en de beplanting geschiedt, onverminderd het bepaalde in artikel 25, van dienstwege tegen een recht als nader omschreven in de heffingsverordening.
⦁ 2. Onder het verzorgen van het op de graven voorkomende materiaal wordt verstaan de werkzaamheden die naar het oordeel van de directeur dienen te geschieden. Dit geldt in het algemeen niet voor het herstellen en vernieuwen van beplanting, graftekens of enig onderdeel daarvan; deze moeten ten genoege van de directeur door de rechthebbende voor diens rekening geschieden.

Artikel 27
⦁ 1. Met inachtname van het in het tweede lid van dit artikel bepaalde kan een rechthebbende van een graf, uitgegeven voor onbepaalde tijd, het verzorgen als bedoeld in artikel 26 afkopen tegen een vergoeding als nader omschreven in de heffingsverordening.
⦁ 2. Afkoop is slechts mogelijk indien de graftekens en beplanting zich in goede staat bevinden en naar het oordeel van de directeur, geen bijzondere kunstwaarde hebben, respectievelijk kostbaarheid aan moet worden toegekend.
⦁ 3. In geval enig gebrek aan de voorwerpen wordt geconstateerd wordt de aanvrager hiervan in kennis gesteld onder mededeling, dat alvorens de afkoopsom kan worden aanvaard, eerst de noodzakelijke herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd.

Artikel 28
⦁ 1. Indien voor de in artikel 27, lid 3 bedoelde werkzaamheden geen zorg wordt gedragen kan de directeur, drie maanden na een daartoe strekkende kennisgeving, de desbetreffende voorwerpen of zonodig de gehele grafbedekking laten verwijderen.
⦁ 2. Gedurende deze termijn van drie maanden blijft de desbetreffende grafbedekking of beplanting ter beschikking van de rechthebbende, waarna deze - indien daarover niet wordt beschikt - aan de gemeente vervalt zonder dat daarvoor enige vergoeding zal worden betaald.

Artikel 29
⦁ 1. Wanneer het uitsluitend recht tot begraven in een eigen graf is geëindigd of vervallen, blijft de grafbedekking gedurende drie maanden ter beschikking van de laatste rechthebbende.
⦁ 2. Indien niet over de grafbedekking wordt beschikt, vervalt deze aan de gemeente zonder dat daarvoor enige vergoeding zal worden betaald.

Artikel 30
⦁ 1. De grafbedekkingen op een algemeen graf worden tien jaren na de laatste teraardebestelling verwijderd.
⦁ 2. Deze bedekking blijft na het verstrijken van de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn gedurende drie maanden ter beschikking van hen die een vergunning - als bedoeld in het tweede lid van artikel 24 - werd verleend, waarna de bedekking indien daarover niet werd beschikt aan de gemeente vervalt zonder dat daarvoor enige vergoeding zal worden betaald.

Artikel 31
⦁ 1. De graven, waarvoor de aanslagen voor het onderhoudsrecht ook na ingebrekestelling niet kunnen worden geïnd en waarvan de verplichting tot onderhoud niet door anderen wordt aanvaard, worden op een lijst geplaatst.
⦁ 2. Aan de bedekking en de beplanting van deze graven wordt door de dienst een bepaald kenmerk gegeven, terwijl onderhoud hieraan achterwege blijft.
⦁ 3. Indien naar het oordeel van de directeur het uiterlijk aanzien daartoe aanleiding geeft, wordt de beplanting op deze graven terstond verwijderd.
⦁ 4. Wanneer een graf drie achtereenvolgende jaren op deze lijst heeft gestaan, vervalt het uitsluitend recht tot begraven in dit graf en wordt dit - met inachtneming van de daarvoor in artikel 23 van de Wet op de lijkbezorging gestelde termijn - geruimd.
⦁ 5. Indien binnen de tijd van drie achtereenvolgende jaren, nadat een graf op de lijst is geplaatst, door een eventueel rechthebbende aanspraak op het betreffende graf wordt gemaakt, zal dit recht alleen worden erkend als de daarvoor verschuldigde rechten, met inbegrip van de rechten die voorgaande jaren niet konden worden geïnd, overeenkomstig de heffingsverordening zijn betaald.

Afstand.
....................... "

Hoewel in (jongere) heffingsverordeningen naast het 'grafrecht' (huur recht) een extra heffing van 'onderhoudsrecht' voor het 'onderhoud van de begraafplaats' (in plaats van onderhoud van graven) was toegevoegd zonder specificatie van onderliggende 'diensten', denk ik dat dit niet legaal is omdat zulke een dienst - onderhoud begraafplaats - is niet bepaald en niet bedoeld in de beheersverordening (zie art. 26-31 hierboven).

Maar mijn vraag ging een stuk dieper. Het ging niet alleen over wat door de gemeente was geschreven in de verordeningen. De hoofdvraag was of dat wat geschreven was door de gemeente werkelijk juist geschreven was, als bedoeld in de Gemeentewet art. 229-229B. Dat is, of het 'kostendekkendetarieven beginsel' werkelijk was toegepast door de gemeenten wanneer naast het grafrecht (voor het beheer en onderhoud van de begraafplaats) een andere extra heffing van het 'onderhoudsrecht' voor onderhoud van DEZELFDE begraafplaats was toegevoegd. Ik denk dat als de onderliggende diensten voor beide rechten (grafrecht en onderhoudsrecht) niet gespecificeerd zijn, dan is er duidelijk alleen maar sprake van 'dubbele belastingen', aangezien niemand kan nagaan of die ongespecificeerde diensten werkelijk worden verleend (als bedoeld in art. 229B, ''rechten' zijn geen 'belastingen'!).

Hartelijk bedankt,
Serge

Antwoord:

Geachte heer,

Vanochtend zat ik nog te denken of er nog een volgende vraag van u zou komen. En jawel.

U haalt een aantal artikelen aan uit de "Verordening op het gebruik en het beheer van de algemene begraafplaats “Zorgvlied” van de gemeente Amstelveen, gelegen te Amsterdam" meestal aangeduid als Beheersverordening Zorgvlied 1990. Die heb ik in archief.
Maar dat is nu juist een slecht voorbeeld voor uw klacht dat de diensten waarvoor rechten geheven worden, niet (goed) omschreven zijn. Want Zorgvlied heeft in het verledene zeer gespecificeerde diensten beschreven in de bijbehorende heffingenverordening. Er werden voor het onderhoud aparte bedragjes gerekend voor alle paaltjes, bandjes, hekjes, kettinkjes en vierkante meters zerk. Mijns inziens volstrekt ondoelmatig, want het beschrijven en berekenen van de kosten van de onderdelen kostte misschien wel meer tijd dan het schoonmaakwerk zelf.

Ik citeer uit artikel 3.1.2. van de tarieventabel behorend bij de “Verordening rechten begraafplaats Zorgvlied 1990”:
"Voor het van gemeentewege onderhouden van de op de eigen graven geplaatste voorwerpen:
1. voor een zerk, waarvan de oppervlakte groter is dan 2,25 m2, per
kalenderjaar: f. 49,50
2. voor een betonnen verhoging, per kalenderjaar: f. 7,90
3. per onderdeel, per kalenderjaar waarbij als onderdeel wordt aangemerkt: f. 19,50
a. een zerk, waarvan de oppervlakte niet groter is dan 2,25 m2;
b. een staande steen of achterstuk;
c. een verhoging zonder een zerk, anders dan van beton;
d. een stel stenen banden;
e. stenen paaltjes met of zonder kettingen of stangen;
f. een metalen hekje;
g. marmergruis, steengruis, schelpen en ander soortgelijk materiaal;
h. een bank of andere zitgelegenheid;
i. een kruis, bloembak of enig ander hiervoren niet nader omschreven voorwerp mits met een grotere oppervlakte dan 0,1 m2."

Hoe gedetailleerd en concreet kun je wezen op een begraafplaats? Dat was juridisch vroeger bij Zorgvlied wel goed afgedekt, denk ik. Maar niet praktisch en (te) bewerkelijk, naar mijn mening.

De hoofdvraag was - volgens u - of dat wat geschreven was door de gemeente werkelijk juist geschreven was, als bedoeld in de Gemeentewet art. 229-229B. Dat was in de oude situatie van Zorgvlied geen probleem denk ik, maar kan inderdaad bij andere gemeentelijke begraafplaatsen wel een relevante vraag zijn.

Daar kun je, zoals ik al eerder schreef, een mening over hebben, maar in het concrete geval kan een onterechte aanslag onderhoudskosten en/of grafrechten alleen worden beoordeeld door bezwaar te maken en zonodig voor te leggen aan de belastingrechter.

Zullen we deze discussie, die aan maand geleden begon, nu maar sluiten?
Als u het ooit nog op bezwaarschriften en rechtszaken laat aankomen, houd ik mij aanbevolen voor afschriften van de besluiten.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten


TIP
Laat nabestaanden niet onnodig zoeken naar oude polissen. Registreer of u een uitvaartverzekering hebt op Uitvaartverzekeringsregister.nl
Ook verstandig om in te vullen als u GEEN verzekering hebt.

TIP
Vergelijk snel en eenvoudig offertes van uitvaartondernemers via de site Uitvaartoffertes.nl

TIP
Bezoek ook eens de video-adviesrubriek: Infotheek - reportages - kijkersvragen - juridische vragen en antwoorden (klik hier).
Zoals: Mag je samen met je huisdier worden begraven?

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.