Gelijkheidsbeginsel voor onderhoudsrechten mbt graven voor onbepaalde en voor bepaalde tijd


15 juni 2006

Vraag nummer: 4507  (oude nummer: 8130)

Geachte mijnheer

In de beheersverordening geeft een gemeente aan wat zij onder het onderhoud van graven verstaat. In een verordening begrafenisrechten, die duidelijk een belastingtechnisch karakter heeft, stelt deze gemeente de tarieven. Zij maakt daarbij onderscheid in de te betalen heffingen. Dit onderscheid wordt gemaakt op basis van "grafrechten voor onbepaalde" en "grafrechten voor bepaalde" tijd. De rechthebbenden van de eerstgenoemde rechten betalen aanzienlijk meer. (€ 276,- / 133,50 voor 25 jaar) Ik krijg wel eens het idee dat gemeentes er vooral op uit zijn de rechthebbenden voor onbepaalde tijd van de begraafplaats te treiteren. Mag een gemeente bovenstaand onderscheid maken?

m.vr.gr

Antwoord:

Geachte heer,

Volgens een arrest van de hoogste belastingrechter, de Hoge Raad, van februari 2003 (arrest van 28 februari 2003, nr. 37 716, BNB 2003/147), mag een gemeente geen verschillend tarief in rekening brengen voor eigen en algemene graven, als er geen duidelijke reden voor is.

De betreffende kwestie werd na deze beslissing weer verwezen naar het Hof ’s-Gravenhage. De Hoge Raad oordeelt immers alleen over het principe; of het principe in die kwestie tot een andere uitkomst van de zaak leidt, moet dan een Gerechtshof beoordelen.
Het gerechtshof 's Gravenhage oordeelt eind 2003 dat de tarieven grafrechten voor het algemene onderhoud aan de begraafplaats deels onverbindend zijn. In een algemene grafruimte worden drie personen begraven. Per begraven persoon wordt éénderde deel van de kosten van het algemene onderhoud verhaald.
In een eigen graf worden één tot drie personen begraven. Alleen bij de eerste begraven persoon worden de (volledige) kosten van het algemene onderhoud verhaald. Het hof vindt dat niet per grafruimte, maar per belastingplichtige moet worden beoordeeld of sprake is van tariefdifferentiatie. Het hof overweegt, na de verwijzingsopdracht in het arrest van de Hoge Raad van 28 februari 2003, nr. 37 716, BNB 2003/147*, dat de tariefdifferentiatie per belastingplichtige zich niet richt naar het genot van het algemene onderhoud dat een rechthebbende tot een graf heeft. Er zijn geen doelmatigheidsredenen genoemd die de differentiatie kunnen rechtvaardigen. Het gelijkheidsbeginsel is geschonden. Aan X zijn voor het algemene onderhoud aan de begraafplaats aanslagen grafrecht opgelegd voor de jaren 1996 tot en met 1999.
In geschil is of de tariefdifferentiatie toelaatbaar is.
Bron: Hof 's-Gravenhage, MK III, 10 december 2003, nr. 03/0687.

Mijn advies: maak bezwaar tegen de aanslag onderhoud en verwijs naar deze twee arresten.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.