Comfortabel sterven.

Comfort. Een woord waarbij ik direct associaties krijg. Ik denk aan bedden. Aan fietsen met aerodynamische gelzadels. Aan loungebanken. Aan hotels met comfortabele sauna’s. Aan ligbedden op het strand ( heel comfortabel, niet al dat zand in je bikini ). Aan winterjassen die hoog sluiten ( lekker warm ). En aan nog veel meer leuke producten.

Er is 1 ding waarbij ik echter niet de term comfort in gedachten krijg: sterven. En laat nou juist dat woord tientallen malen genoemd worden in verband met sterven in een lezing waarbij ik aanwezig was. Een lezing die wat dat betreft exemplarisch was voor een tendens in in het praten over de laatste levensfase, waarbij termen als goede dood, waardig sterven en comfortabel sterfbed de prominente begrippen geworden zijn in relatie tot sterven en dood. Een lezing, in dit geval, over palliatieve sedatie en euthanasie.

Alles mag ( moét zelfs ), lijkt de rode draad in de lezing, om comfort te bereiken, want comfort is kennelijk een groot goed op het sterfbed.

Ik schrik van de normatieve lading van alles wat gezegd wordt. Ik vraag me sterk af of men zich realiseert wát je doet door op deze wijze over sterven te spreken. Hoe je normen neerlegt waar een patiënt kennelijk aan moet voldoen om in de ogen van artsen en naasten comfortabel te zijn.

Wanneer gaan we terug naar de gedachte dat dood en sterven nou eenmaal niet het allerleukste uit een mensenleven is? Dat het lijden met zich meebrengt dat niet geheel te ondervangen is? Dat het misschien helemaal niet nodig is om dat te doen? Omdat sterven misschien wel veel minder lijden is als we er naast durven staan en durven vasthouden. Mee durven lijden ( nee, niet iemand zielig vinden, maar zélf lijden omdat de ander lijdt, zélf meegaan in dat lijden en in de machteloosheid ) om dat te bieden wat sedatie alleen nooit zal kunnen: liefde en aandacht. Marinus van de Berg noemde in een lezing diezelfde dag een mooi voorbeeld in deze trant over een Marokkaanse familie die een delier ‘bestreed’ door erbij te blijven.

Door termen als comfort te verbinden aan een sterven nemen we afstand van het eigenlijke sterven. Afstand van de confrontatie met de dood. Zolang we onszelf kunnen voorhouden dat de dood best goed, waardig en uiterst comfortabel kan zijn, hoeven we er niet zo bang voor te zijn, toch? Als we onder ogen moeten zien dat sterven best naar is, er naar uit kan zien, en soms ook naar klinkt ( reutelen heet dat in vaktermen…), zien we onze eigen toekomstige dood als naar. Met het comfortabel maken van het sterfbed van de ander troosten we wellicht vooral onszelf, maken we ons eigen sterfbed in onze gedachten alvast comfortabel.

Ik hoorde dezelfde spreker in diezelfde lezing Ignace Schretlen quoten: ‘de dood reist het hele leven met ons mee en verlaat ons pas als we sterven’. Een prachtige quote waar de spreker misschien zelf nog iets van kan leren: dúrf die dood ook mee te laten reizen, zoals hij is, zoals hij zal blijven. Dan wordt hij op den duur minder angstaanjagend en kunnen we stervenden dat bieden waar ze misschien wel het meest om springen: iemand naast ze, die ze vasthoudt, die er durft te zijn. Ook als je onrustig bent, ook als je lijdt. Ook als het allemaal niet zo comfortabel is.

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE