Aangifte tot 24 weken bij levend geboren


27 augustus 2008

Vraag nummer: 5650  (oude nummer: 11187)

U schrijft op 21 februari 2007: Gelet op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging valt een vrucht jonger dan 24 weken niet onder de wet, ongeacht of ze na de geboorte nog is blijven leven.

Toch hoorde ik vorige week van een gynaecologist, dat baby's geboren na een zwangerschap van 16 tot 24 weken, wel degelijk moeten worden aangegeven.
Het blijft een grijs gebied schijnbaar, wie heeft gelijk?
Geja van de Wetering

Antwoord:

Geachte mevrouw,

In "Gelet op het bepaalde in artikel 2, tweede lid, van de Wet op de lijkbezorging valt een vrucht jonger dan 24 weken niet onder de wet, ongeacht of ze na de geboorte nog is blijven leven" bedoel ik met 'de wet': 'deze wet' of de Wet op de lijkbezorging. Niet andere wetgeving, dat staat er los van.
Het kan bijvoorbeeld zijn - door een grote toevalligheid - dat het erfrecht op een levend geboren (te) vroeg geboren kind van toepassing is. De kans is minimaal, je moet dan denken aan de situatie dat de vader voor de geboorte reeds overleden is, dat het kind om 15.00 uur geboren wordt, dat een grootouder van het kind om 15.30 uur overlijdt en dat het kind om 16.00 uur overlijdt. Dan erft het kind van de grootouder en erven anderen weer van het kind. Dat leidt tot een andere verdeling van de erfenis(sen) en andere successierechten dan wanneer het kind niet geleefd had.
En ook de andere wetgeving op het vlak van familierecht geldt gewoon. Ik heb niet bedoeld aan te geven dat geen enkele wet of regel voor zo'n menselijke vrucht geldt.

Voor aangifte bij de ambtenaar van de burgerlijke stand geldt het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 19i luidt:
1. Wanneer een kind levenloos ter wereld is gekomen, wordt een akte opgemaakt, die in het register van overlijden wordt opgenomen.
2. Wanneer een kind binnen de in artikel 19e, zesde lid, bepaalde termijn is overleden voordat aangifte van de geboorte is geschied, wordt zowel een akte van geboorte als een akte van overlijden opgemaakt.
3. In de in de vorige leden bedoelde gevallen is ten aanzien van de aangifte het bepaalde in artikel 19h van overeenkomstige toepassing. In het in het tweede lid bedoelde geval blijft artikel 19e buiten toepassing.

Een levend geboren kind moet altijd worden aangegeven, ongeacht de leeftijd. Die verplichting is er ook vanwege bijvoorbeeld gevolgen voor het erfrecht.

In de wet (het Burgerlijk Wetboek in dit geval) en in het Besluit burgerlijke stand 1994 staan geen termijnen of 'leeftijden' wanneer een levenloos geboren kind wel of niet moet worden aangegeven. De stelling van een gynaecoloog dat baby's geboren na een zwangerschap van 16 tot 24 weken moeten worden aangegeven heeft geen wettelijke grondslag. Het ligt wel voor de hand om, wanneer je een verlof tot begraven of cremeren aanvraagt voor zo'n kind, dan ook aangifte te doen. Voor baby's ouder dan 24 weken móet je verlof vragen en zit je daarom indirect ook vast aan de aangifte. Maar de wetgever laat het eigenlijk over aan de ouders om na een zwangerschap van minder dan 24 weken wel of geen aangifte te doen. Een verplichting met een grens van 16 weken kan ik in de regelgeving niet vinden. Ik denk dat het meer een gangbare praktijk is dan dat het echt een verplichting is.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

TIP
Bezoek ook eens de video-adviesrubriek: Infotheek - reportages - kijkersvragen - juridische vragen en antwoorden (klik hier).

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.