Wettelijke grafrusttermijn en verlenging van de grafrechten
12 augustus 2026
Vraag nummer: 72049
Geachte heer Van der Putten,
Wanneer iemand op één van onze gemeentelijke begraafplaatsen begraven wordt in een al eerder uitgegeven particulier graf, verlengen wij de grafrusttermijn tot 10 jaar als binnen 10 jaar het recht op dit graf gaat verlopen.
Wij baseren dit op artikel 28 van de Wet op de LIjkbezorging waarin opgenomen is, dat een graf voor minimaal 10 jaar wordt uitgegeven. Er staat weliswaar niet letterlijk dat het graf nog 10 jaar geldig moet zijn op het moment van begraven maar dit werd door één van onze voormalige gemeenten zo uitgelegd en daar werken wij nog altijd mee.
Op het moment van begraven al met meer jaren verlengen staan wij niet toe, omdat volgens de wet pas binnen een termijn van 2 jaar voor verstrijken van de termijn schriftelijk verzocht kan worden om verlengen.
Er is nu een bezwaarschrift ingediend door een nabestaande die het niet eens is met onze redenatie. Menheeft geen bezwaar tegen het feit dat we de termijn hebben aangevuld tot 10 jaar maar men wilde daarboven nog eens met 20 jaar verlengen. (Oorspronkelijke termijn liep tot 2030 dus nog te vroeg voor aanvragen verlengen grafrecht).
Hoe moet volgens u de grafrusttermijn uitgelegd worden en klopt het dat wij:
- bij begraven verlengen tot een minimale grafrusttermijn van 10 jaar;
- eerder dan twee jaar voor verlopen grafrusttermijn verlengen niet toestaan.
Bij voorbaat mijn dank voor uw antwoord!
Met vriendelijke groet,
Corine van Oudheusden.
Antwoord:
Geachte mevrouw,
Ik heb de beheersverordening voor de begraafplaatsen van uw gemeente nagekeken, maar eigenlijk is niet duidelijk geregeld dat als de grafrechten de termijn van grafrust van een begraving niet dekken, de grafrechten moeten moeten worden aangevuld met 10 jaar.
In algemene zin staat het er wel, maar er staat geen duidelijke termijn.
In de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 staat wel in artikel 2.2.1 dat bij graven voor volwassenen, verlenging per jaar plaats kan vinden. Dat is dus anders zoals u uw werkwijze toelicht...
Er zijn wel meer begraafplaatsen die in hun verordening of beheersreglement wel hebben staan dat de grafrechten aangevuld moeten worden tot de termijn van 10 jaar vol is. Maar in sommige situaties betekent dat een aanvulling van 2 of 3 jaar en dat kan tegenwoordig niet meer, omdat de wettelijke minimumtermijn van een verlenging 5 jaar is. Dat is lastig aan families uit te leggen. Het is simpel en helder als er gewoon staat dat er 10 jaar verlengd moet worden, als de beschikbare resterende termijn van het grafrecht korter dan 10 jaar is.
Je zou nu ook met een termijn van 20 jaar kunnen verlengen, zonder in strijd met de wet te komen, omdat die een verlenging van 20 jaar toestaat. Verlengingen als gevolg van (te) korte resterende termijnen zijn wettelijk niet geregeld, men volgt de jarenlange praktijk dat telkens de grafrusttermijn van 10 jaar afgedekt moet zijn.
Ik denk dat 20 jaar ook wel kan, na de jongste wijziging van artikel 28 Wlb. Maar dan zou je artikel 2.2.1 ook anders moeten redigeren, want daar gaat men duidelijk uit van een verlenging met maximaal 10 jaar.
Een verlenging tot 10 jaar i.v.m. grafrust en dan nog eens 20 jaar extra, dus samen 30 jaar, is duidelijk in strijd met de wet. Nog afgezien van het feit dat de Verordening lijkbezorgingsrechten in de artikelen 2.2 en 2.2.1 in het geval van een bijzetting 10 jaar als norm neemt.
Het bezwaar dient m.i. te worden afgewezen, omdat het strijdt met de mogelijkheden van de Verordening lijkbezorgingsrechten en artikel 28 van de Wet op de lijkbezorging. Het eerder dan 2 jaar voor het aflopen van de lopende termijn is wettelijk niet toegestaan, behalve beperkt voor het aanvullen van de termijn van grafrust.
Ik ben wel benieuwd hoe de bezwaarschriftencommissie met deze kwestie omgaat. Ik zou graag een kopie van het advies ontvangen.
Met vriendelijke groet,
mr W.G.H.M. van der Putten