Gevonden botten in kruipruimte
7 september 2026
Vraag nummer: 72156
Goedemiddag, bij onderhoudswerkzaamheden onder een bijgebouw van een kerk waar vroeger een begraafplaats was zijn botten gevonden. Het bijgebouw is in 1938 gebouwd en de botten zijn gevonden in een toegankelijke kruipruimte. Moeten deze botten door een gespecialiseerd bedrijf of een begraafplaatsbeheerder verzameld worden? Mogen ze in deze kruipruimte opnieuw dieper worden begraven of moeten ze herbegraven worden op een bestaande begraafplaats. Bij herbegraven moet daar dan ook toestemming voor gegeven worden (verlof).
Ik hoor graag uw advies
Antwoord:
Geachte mevrouw,
Ik beschouw deze kruipruimte met deze inhoud als een vorm van een knekelput.
Men zou de situatie gewoon zo kunnen laten. Ik neem aan dat de voormalige begraafplaats van de kerk was en dat de kerk ook verantwoordelijk was of nog steeds is voor het gebouw en dus ook die knekelput.
De eigenaar van het bijgebouw inclusief de knekelput kan de situatie laten zoals zij nu is. Dat de kruipruimte toegankelijk is, is geen probleem. Ook een grafkelder waar botten worden bewaard, is toegankelijk als je de dekplaat of een deel van de wand verwijdert. Er staat nergens in de wet dat een knekelput (in welke vorm ook) niet toegankelijk mag zijn. Maar dat staat ook nergens voor een graf in de wet. Wat wel in de wet (Wetboek van Strafrecht) staat is dat onbevoegden een graf niet mogen openen. En dat geldt voor die kelderruimte hetzelfde. Als men voor werkzaamheden in de kruipruimte moet zijn, kan dat. Dat geldt voor een grafkelder ook. Maar niet-bevoegden mogen de kruipruimte/knekelput niet in.
De botten hoeven dus niet weg. Ze hoeven ook niet in die kruipruimte dieper worden (her)begraven. Als je een grafkelder hebt, hoef je botten ook niet onder de bodem van die kelder te begraven. Ze behoren IN de kelder bewaard te worden. De kruipruimte staat gelijk aan een grafkelder.
Er hoeft nu dus niets te gebeuren. Maar als de eigenaar van het gebouw aan de situatie een einde wil maken, kunnen de botten worden overgebracht naar een gewone begraafplaats. De kosten van het overbrengen en het herbegraven in een andere knekelput of verzamelgraf zijn in beginsel voor de eigenaar van het gebouw. Als dat nog steeds de kerk is, hebben ze nu te maken met de gevolgen van de besluiten van voorgangers, wat formeel hetzelfde bestuur is. Als er een ander eigenaar is, had hij het gebouw en de kruipruimte moeten/kunnen inspecteren voor de aankoop. Dan hadden de kosten van het verwijderen in de koopprijs verdisconteerd kunnen worden.
Er zijn geen tarieven voor het overbrengen van geruimde stoffelijke resten van de ene naar een andere begraafplaats. Partijen moeten met elkaar overleggen wat zij redelijk vinden. Als de eigenaar van het gebouw er met begraafplaats A niet uitkomt, kan men ook naar begraafplaats B of C gaan. De wet staat dat toe. Men hoeft ook niet binnen de gemeente te blijven.
Het overbrengen van geruimde resten hoeft niet door een gespecialiseerd bedrijf te gebeuren. Iedereen kan het doen. Het is natuurlijk wel wenselijk dat het op een nette zorgvuldige manier gebeurt. Het is geen stapel stenen; het zijn wel stoffelijke resten van mensen.
Het gaat ook niet om opgraven en herbegraven, waar een vergunning van de burgemeester voor nodig is. Het gaat om het verplaatsen van geruimde stoffelijke resten. Daar is geen vergunning voor nodig. Ook geen toestemming van nabestaanden, nog even los van het feit dat niet na te gaan is van welke overledenen de botten zijn en wie nabestaanden zijn.
Met vriendelijke groet,
mr W.G.H.M. van der Putten