Juridische gevolgen tóch opbaren tegen wens overledene in


14 september 2002

Vraag nummer: 1083  (oude nummer: 1418)

Sat, 14 Sep 2002 22:22

Mijn zwager is een tijdje geleden overleden. Hij had zelf zijn begrafenis geregeld en gezegd dat hij niet wilde worden opgebaard en dat niemand op bezoek mocht komen. Wij als familie hebben die wens gerespecteerd.
Achteraf horen we dat er toch andere familieleden in het rouwcentrum zijn geweest en mijn zwager hebben gezien.
Heeft het voor een uitvaartondernemer juridische gevolgen als deze tegen de wens van de overledene en tegen de wens van de familie in de overledene toch wordt opgebaard ?

Antwoord:

Geachte heer of mevrouw,

Juridische gevolgen heeft het opbaren en bezoek toelaten tegen de wens van de overledene in, niet. Niet in die zin dat de uitvaartondernemer bijvoorbeeld strafrechtelijk vervolgd kan worden of dat je een proces tegen hem kunt voeren. Want wat kun je in het laatste geval dan eisen? Gebeurd is gebeurd. Het geheel is niet terug te draaien.

Wat wel kan, is dat de nabestaanden een deel van de rekening niet betalen. De uitvaartondernemer heeft immers zijn werk niet helemaal goed gedaan omdat hij de afspraken deels niet is nagekomen. En daar past bij dat een deel van de rekening niet wordt betaald. Net als wanneer iets dat geleverd is niet geheel functioneert of iets dat gerepareerd zou moeten worden niet goed is gerepareerd.

Wat wel kan is, dat wanneer het gaat om een uitvaartondernemer die is aangesloten bij een van de koepelorganisaties in het uitvaartwezen, een klacht kan worden ingediend bij de Geschillencommissie Uitvaartwezen of de Stichting Klachteninsituut Uitvaartwezen (die een onafhankelijke Ombudsman kent).
De uitvaartondernemer of zijn organisatie moet u kunnen verwijzen welke klachtenregeling van toepassing is.

Wat kunt u van de behandeling van een klacht verwachten? Globaal gezegd 2 dingen: dat de uitvaartondernemer moet erkennen niet juist gehandeld te hebben en dat de geschillencommissie of ombudsman bepaalt dat een stukje van de rekening niet betaald hoeft te worden.

Van belang bij zo'n klacht is ook dat duidelijk was dat de overledene niet opgebaard wenste te worden en dat de uitvaartondernemer duidelijke instructies op dit punt had. Niet dat er iets vaags is dat de overledene of de opdrachtgever zegt of zei dat hij iets liever niet had, maar heel duidelijk zei "Dit wil ik niet" en/of "Dit wil ik wel" en liefst dat dit zwart op wit staat.
Op zich heeft een uitvaartondernemer ook niets te maken met de wens van de overledene. Hij is niet de persoon die een testament of laatste wil moet uitvoeren of controleren. Hij moet zich richten naar de wens van de opdrachtgever, ook wanneer hij weet dat het tegen de wens van de overledene in gaat. Zie daarover bijvoorbeeld het tweede deel van het antwoord op de vraag 'Laatste wens is heilig? (vervoer in open kist)', nr. 1416, in de sybrubriek Testament/laatste wil.

Wanneer andere betrokkenen dan zien of merken dat de opdrachtgever zich niet aan de wens van de overledene houdt, moeten zij primair de opdrachtgever aanspreken en niet de uitvaartondernemer. Concreet gezegd: als zij zien of merken dat de opdrachtgever iets doet dat zij (of de overledene) niet willen, moeten zij de opdrachtgever met een kort geding confronteren. En in tweede instantie die uitvaartondernemer zeggen dat hij de uitkomst van het kort geding moet afwachten en dat als hij dat niet doet, hij ook in het kort geding betrokken kan worden. Een kort geding kan in een zaak als deze vaak nog binnen 24 uur worden gevoerd.

mr W.G.H.M. van der Putten

15 september 2002

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >