Art. 8, 3e lid Wlb (identificatie overledene)


24 augustus 2006

Vraag nummer: 4516  (oude nummer: 8292)

Geachte heer Van der Putten,

Helaas komt het met enige regelmaat voor dat de ondernemer het registratienummer, door wat voor reden dan ook, niet op de kist vermeldt. Dus vindt zo mogelijk de identificatie plaats door twee personen etc. Mijn vraag gaat eigenlijk over "zo mogelijk".
Enige tijd geleden moest er geïdentificeerd worden. Volgens de uitvaartlijder was dit, vanwege de vergaande staat van ontbinding, niet mogelijk. Ik heb toen besloten om zelf eerst te kijken en dan een afweging te maken. Uiteindelijk heb ik ingeschat dat de overledene voor nabestaanden herkenbaar moest zijn en heb hem laten identificeren. Ondanks dat de overledene herkend werd en hiermee aan de eis uit artikel 8 is voldaan, kan ik me voorstellen dat de nabestaanden hier niet een herinnering aan overhouden waar ze iets mee kunnen met het oog op de rouwverwerking. Er werd zwaar inbreuk gemaakt op een uniek, moeilijk moment in hun leven.
We kunnen natuurlijk zeggen dat het de verantwoording is van de uitvaartondernemer, maar daar zijn de nabestaanden niet mee geholpen. Bovendien gaan we allemaal wel eens in de fout.

Over de onzinnigheid van een nummer op een kist is al veel gememoreerd. Over de bijzonder schrijnende situaties waarmee je te maken krijgt tijdens uitvoering van artikel 8, hoor je echter niet veel.
Dit zijn bijzonder lastige momenten en zetten de verhoudingen en daarmee de uitvaart enorm onder druk. Ik heb dit (met het oog op de aanstaande wetswijziging) al eens aangekaart bij het Ministerie van Binnelandse Zaken. Daarbij heb ik een aantal voorbeelden gegeven waarbij alle betrokkenen, onnodig in uiterts onaangename situaties terecht kwamen. Toen ik de concept-wijziging van de Wlb onder ogen kreeg werd er, ondanks de toezegging er nog eens serieus naar te kijken, met geen woord over gerept. Ik heb het nogmaals via de LVC onder de aandacht proberen te brengen, maar er niets meer over vernomen. Ik vrees dat we er nog lang aan vast zitten, dus nu mijn vraag:
Wat te doen als ik het menselijkerwijs niet verantwoord acht om te laten identificeren of als iemand echt niet meer herkenbaar is? Moet je dan begraven of cremeren of is er een andere weg die dan bewandeld moet worden. De wet geeft hierover geen uitsluitsel.

Met vriendelijke groet,
Martin Jilleba

Antwoord:

Geachte heer Jilleba,

U hebt gelijk, dat een identificatie bepaald niet prettig is.

Maar als de ondernemer steken laat vallen, een heel grote steek zelfs, is er niet echt een oplossing voor. Een mogelijkheid is dat de uitvaartondernemer nog een document als bedoeld in artikel 8 vervaardigt door oop het verlof tot begraven of cremeren nog een willekeurig nummer of kenmerk te schrijven, dat hij ook (onder op) de kist schrijft.

Maar ja, het is duidelijk een fout van de betreffende uitvaartondernemer als hij geen document heeft. Maak dat de nabestaanden ook subtiel duidelijk, dat het geen fout van het crematorium of de begraafplaats is. Er moet immers zekerheid zijn wíe of dat er begraven of gecremeerd wordt. Dat zal iedereen wel willen begrijpen.

Ik kan me overigens wel voorstellen dat de wetgever (het ministerie) geen aparte extra-regeling in de wet wil opnemen. Want ook die kan de uitvaartondernemer vergeten. En een extra-extra-maatregel ook. Het is geheel de verantwoordelijkheid van de uitvaartondernemer als hij niet met de juiste documenten aan komt zetten. Laat dat zonodig ook voelen door crematie of begraving te weigeren en leg aan de nabestaanden uit waarom. De wetgever wil verwisseling van kisten - wat helaas toch nog wel eens voorkomt - voorkomen. De nabestaanden zullen toch ook niet blij zijn als opa of oma door slordigheden of vergissingen met een verkeerde vrouw of verkeerde man in het graf terecht komt?

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.