Protestanten

Uitvaartdienst, rouwbegeleiding en verwerking

Tegenwoordig wordt voor overleden ‘broeders en zusters’ van protestants-christelijke gemeenten een dienst gehouden in de kerk. Voor het begin van de vorige eeuw werd er voor de overledene geen kerkelijke dienst gehouden. Dit deed men vooral omdat men vindt dat gelovigen niets meer kunnen doen voor een overledene. De dominee staat de familie in de dagen rond een overlijden bij in raad en daad. Doordat er niet echt vast omschreven protocollen zijn voor een uitvaartplechtigheid is er veel ruimte voor de familie om de dienst een persoonlijk karakter te geven. Tijdens de dienst wordt doorgaans gebeden en gezongen, maar er is ook vaak ruimte voor familieleden om zelf iets te vertellen over hun overleden dierbare. De dominee gaat voor in de dienst, hij of zij gaat ook mee naar de begraafplaats of het crematorium om daar met de familie en de belangstellenden te bidden.

BELANGRIJK OM TE WETEN

Geen vastgestelde protocollen hoe een plechtigheid er uit moet zien

Veel vrijheid voor familie om dienst een persoonlijk karakter te geven

Gelovigen mogen zelf kiezen voor crematie of begrafenis

Begrafenis of crematie?

De hervormde en de gereformeerde kerk kende vroeger geen officiële afwijzing, maar de dominees preekten (tot het begin van de jaren zestig)begraving als enige vorm van lijkbezorging die overeenstemde met de kerkelijke moraal. Tegenwoordig maakt het voor gelovigen niet meer uit of ze worden begraven of gecremeerd. Die keuze mogen mensen voor zichzelf maken. Belangrijk hierbij is ook dat het stoffelijke lichaam gezien wordt als omhulsel. Na de dood verlaat je Ziel het lichaam en stijgt op naar de Hemel.

Bij de reformatie werden typisch katholieke uitvaartrituelen zoals de dodenwake, de lijkredes, de dodenmis, en de handelingen bij de begrafenis, door de protestanten aan de kant gezet, omdat ze naar hun idee voortkwamen uit bijgeloof. Sinds het begin van de vorige eeuw zijn mensen in hervormde en gereformeerde kring er steeds meer van overtuigd geraakt dat er toch een christelijke vorm van uitvaart zou moeten worden gecreëerd. Daardoor is het langzamerhand gebruikelijk geworden dat de uitvaart plaatsvindt vanuit een kerkdienst. Hoewel er in orthodox-protestantse kring weerstanden bestaan tegen crematie is nergens in synodale uitspraken vastgelegd dat cremeren niet is toegestaan.

Ter nagedachtenis van

In een protestants christelijke uitvaartdienst is niet zozeer sprake van rituelen, maar staat het noemen van de naam van de overledene centraal. De naam waarmee de overledene is gedoopt, wordt afgestaan aan God, die de naam bewaart. Ook de nabestaanden houden die naam in gedachtenis. Emoties rond het overlijden worden meer door persoonlijke gesprekken dan door rituelen uitgedrukt.

De uitvaartdienst

In de uitvaartdienst gaat de predikant vaak in op de hoogte- en dieptepunten van het leven van de overledene en maakt daarbij gebruik van Bijbelteksten om aan te geven dat het menselijk leven eindig is, maar dat Christus' werk, ondanks het lijden, voortgaat. Bij het graf of in het crematorium zegt de voorganger een gebed op om de overledene aan de aarde toe te vertrouwen. Als de kist is gedaald, wordt het Onze Vader gebeden en de zegen gegeven. De nabestaanden nemen in stilte afscheid. Meestal wordt na het condoleren en thuis nog intensief doorgepraat.

De zondag na de uitvaart

Gewoonlijk wordt in protestantse kring op de zondag na de uitvaart 'de rouw in de kerk gebracht'. Dat wil zeggen dat de naam van de overledene wordt genoemd en er soms nog iets over hem wordt gezegd. Vaak wordt ook de familie genoemd. Op de zondag voor de Advent, de zondag van de Voleinding, worden alle namen van overleden gemeenteleden nogmaals genoemd als degenen die zijn voorgegaan op de weg naar Gods Rijk van vrede.

Rouwbegeleiding

De laatste jaren is in de protestantse gemeenten een verschuiving te bespeuren en vragen mensen vaker om een rouwdienst met een persoonlijk karakter. Het hangt vaak van de dominee af of dat mogelijk is. Er zijn dominees die zich bewust zijn van hun rol in de psychologische ondersteuning van mensen en daarom zelf actief voorzetten geven aan nabestaanden om hen te helpen met de rouwverwerking. Dominees die betrokken zijn bij stervensbegeleiding en rouwverwerking zien -net als andere geestelijken of hulpverleners- maar al te vaak dat zowel stervenden als nabestaanden grote moeite hebben met hun emoties om te gaan.

Met mensen die sterven proberen zij soms te praten over dingen die hen dwarszitten of waar ze bang voor zijn. Als het nodig is, proberen ze nog iets voor de stervende te doen of met hem te bidden, zodat hij/zij enige rust vindt. Ook proberen sommige dominees de nabestaanden te betrekken bij de laatste verzorging en de uitvaart. Ze adviseren bijvoorbeeld regelmatig de overledene thuis op te baren in plaats van het lichaam direct te laten weghalen door de uitvaartverzorger.

Een persoonlijke invulling van de dienst

In de protestantse kerken ontbreken dwingende voorschriften voor een uitvaart. Daardoor is er in principe veel ruimte voor nabestaanden. In 1987 is een handleiding 'Liturgie in dagen van Rouw' verschenen waarin teksten voor een huisdienst, een getijdendienst, een dienst van Schrift en Tafel en een Woorddienst zijn opgenomen.

Predikanten en gelovigen zoeken tegenwoordig naar nieuwe vormen en symbolen voor het afscheid. Daarbij kan gedacht worden aan het zelf kiezen van teksten die tijdens de dienst worden uitgesproken, het aansteken van een kaars of het openleggen van de Bijbel op de kist op een bepaalde pagina of het maken van persoonlijke gebaren door de nabestaanden met bloemen.

De reformatie

Maarten Luther (belangrijke Duitse protestantse theoloog en reformator) keerde zich tegen de aflaat en de dodenmis. Hij verzette zich onder meer tegen het 'naar de hemel bidden' van de overledene vanuit zijn overtuiging dat gelovigen na hun dood door Christus worden opgenomen, zonder tussenkomst van de kerk of van heiligen.

In 1619 werd in protestantse kring dan ook besloten geen lijkpredicaties (een vermaning of preek bij een begrafenis) of lijkdiensten in te stellen. In de Nederlands Hervormde en Gereformeerde kerk en de Doopsgezinde Broederschap is de uitvaart lange tijd een aangelegenheid geweest die niet in een kerkgebouw plaatsvond. Wel werd van meet af aan door predikanten een troostwoord gesproken bij de familie thuis of op het kerkhof.

Rouwverwerking

Door het ontbreken van rituelen in de religieuze zin van het woord wordt de protestants christelijke uitvaart soms als erg rationeel beschouwd. Een ervaring:

'De waarheid over de overwonnen dood kan ons op bepaalde momenten wel eens ontglippen, omdat we er de troost niet altijd automatisch uit kunnen putten. Ook dat is een werkelijkheid, al zal niet iedereen die durven uitspreken. Voor mij was het na de dood van een lieve vriendin troostender te weten dat Jezus huilde bij het graf van zijn vriend Lazarus dan dat Hij de dood overwon. Ik voelde me door Hem begrepen in mijn verdriet, hoewel dat mijn ontreddering niet gladstreek.'

(Uit: 'Voordat de stoet vertrekt', p.51)

Beoordeel dit artikel:

Kunnen we dit artikel verbeteren? Ontbreekt het aan inhoud, of vond u niet precies wat u zocht? Laat ons het weten.
Wilt u een antwoord? Vermeld dan uw e-mailadres!
Verzenden >