Reïncarnatie

Je hoort en leest er steeds vaker over: het geloof in reïncarnatie ofwel wedergeboorte. Letterlijk betekent ‘reïncarnatie’: opnieuw in het vlees (lichaam) komen. Deze column biedt onvoldoende ruimte om de verschillende visies ten aanzien van reïncarnatie nader uit te diepen, vandaar dat ik mij zal beperken tot een (vereenvoudigde) weergave van mijn persoonlijke opvatting.

Na het overlijden verlaat de ziel het levenloze lichaam om naar een andere dimensie te gaan, waar tijd en ruimte niet bestaan en het voor de meeste zielen licht en vredig vertoeven is. Hier neemt de ziel zeer intensief en op liefdevolle wijze zijn voorgaande leven door, met het doel te ervaren waar nog aan zijn/ haar ontwikkeling gewerkt zou kunnen worden. Om zich verder te kunnen ontwikkelen, besluit de ziel doorgaans na enige tijd opnieuw een levenscyclus door te maken. Hij of zij keert terug naar de aarde en wordt opnieuw in een lichaam geboren. De meeste zielen maken veel en uiterst verschillende levens door: als man, vrouw, moordenaar, (oorlogs)slachtoffer, maar ook als priester(es), weldoener of leraar(es). Hoewel ons bewustzijn zich de voorgaande levens zelden ‘her-innert’, worden diep in onze ziel de ervaringen en kennis uit al deze levens opgeslagen. Hierdoor zullen ‘oude’ zielen (dat wil zeggen zielen die een groter aantal levens hebben doorgemaakt) ‘wijzer’ zijn. Doordat zij zelf al veel hebben meegemaakt, zullen zij beter in staat zijn op liefdevolle wijze in te voelen wat voor gevolgen hun handelen voor een ander heeft. Hun gevoel van mededogen zal meestal beter ontwikkeld zijn, bijvoorbeeld doordat zij eerder de rol van misdadiger, maar ook van slachtoffer hebben gespeeld.

Bij dit alles speelt ‘karma’ een belangrijke rol: al onze handelingen dragen hun gevolgen in zich. De gevolgen van onze zowel negatieve als positieve handelingen manifesteren zich vaak later; soms pas in volgende levens. Dingen die wij denken ‘toevallig’ mee te maken vinden vaak hun oorzaak in karma, soms van meerdere levens tegelijk. Dit betekent niet, dat iemand geen vrije wil meer zou hebben. Integendeel. De reïncarnatiegedachte laat juist zien dat ieder mens verantwoordelijk blijft voor zijn handelingen, maar hiervan uiteindelijk wel de gevolgen zal ondervinden. Hierbij moet men niet in termen van straf of beloning denken maar in lessen en ervaringen, die we tengevolge van ons opgebouwde karma mogen opdoen. Na al die levens en dus lessen doorlopen te hebben, ontstaat er meer inzicht. En op het moment dat de ziel ‘klaar’ is en er volledig inzicht is bereikt, zal de ziel in het licht blijven en verlichting bereiken. De ziel is voor eeuwig daar, van waaruit hij ooit begonnen is.*

Hoewel een sluitend wetenschappelijk bewijs voor reïncarnatie ontbreekt, geven studies aan (gemaakt naar aanleiding van verhalen van jonge kinderen over een vorig leven) dat de beschreven feiten vaak kloppen en dat deze kinderen onmogelijk op een andere manier die kennis opgedaan konden hebben. Ook veel mensen die een bijna-dood-ervaring meemaakten, blijken daarna in reïncarnatie te geloven. Regressietherapeuten zijn in staat trauma’s uit een vorig leven op te lossen door hun cliënt delen uit een vorig leven te doen herbeleven, waarna allerlei geestelijke en/of lichamelijke klachten verdwijnen. Klachten waar de reguliere (geestelijke) gezondheidszorg ondanks jaren van therapie geen oplossing voor wist. Ook cliënten die totaal niet in reïncarnatie geloven, kunnen via regressietherapie van hun klachten worden afgeholpen. Déjà vu-ervaringen, die betrokkenen het gevoel geven ergens al eerder geweest te zijn zonder dat dit in dit leven het geval kan zijn, zijn mijns inziens ook indicatoren dat de reïncarnatiegedachte ‘klopt’.

De uitvaart van iemand die geloofde in reïncarnatie, dient een liefdevolle sfeer uit te ademen met vooral aandacht voor het nieuwe begin dat de ziel van de overledene doormaakt. Natuurlijk mag er verdriet zijn, omdat er in dit leven afscheid wordt genomen. Maar diegenen die een zielsverwantschap met de overledene voelen, zullen hem of haar weer ontmoeten. Bovendien biedt het geloof dat de overledene naar het Licht is, troost. Nu het aardse leven teneinde is zal de overledene, met de in het afgesloten leven nieuw opgedane inzichten, zijn of haar eigen weg vervolgen. Het gebruik van veel (kaars)licht kan bij een dergelijke plechtigheid een belangrijk symbool zijn.

*Ben Kahmann, Ik leef mijn vorige leven. Naarden/Strengholt, 1997.

Om bezoekers zo snel mogelijk naar de juiste plek te helpen hebben we een eenmalige vraag:

Heeft u op dit moment een uitvaartondernemer nodig?

JA NEE