Situatie uitvaartondernemingen (vrijstelling BTW)


18 februari 2008

Vraag nummer: 5213  (oude nummer: 10345)

Hoe luidt Uw antwoord gezien nieuwe besluiten nr CPP08-39

vr dank,
A.C. Sanders

Antwoord:

Geachte heer of mevrouw,

Ik heb toevallig afgelopen vrijdag ook de nieuwe richtlijn CPP08-39 van de Staatssecretaris van Financiën gezien. Anders zou ik niet eens weten waar u het over hebt. CPP08-39 zou anders geheimtaal zijn. Maar het gaat om de vrijstelling van diensten van lijkbezorgers, crematoria en exploitanten van begraafplaatsen voor de omzetbelasting (BTW).

Ik ben geen fiscalist en ik weet ook niet meer dan wat er door het ministerie van Financiën openbaar is gemaakt. Ik heb de indruk dat grosso modo voor de gemiddelde uitvaartonderneming niets verandert.

Het besluit CPP08-39 betreft een herziene versie van het besluit nr. CPP2005/2195. De herziening houdt verband met beslissingen van de Hoge Raad over de reikwijdte van de vrijstelling voor de diensten door lijkbezorgers.
Naast de herziening zijn in het besluit ook tekstuele aanpassingen aangebracht, terwijl de teksten over integratieheffing en vervoer van (overleden) personen geheel zijn verwijderd, omdat het rechtstreekse toepassing van de wettelijke bepalingen betreft.

In 2006 heeft de Hoge Raad over de reikwijdte van de vrijstelling geoordeeld dat deze een objectief karakter draagt. Hierbij is de aard van de dienst bepalend voor de vrijstelling en niet de dienstverrichter. Slechts die diensten kunnen worden vrijgesteld die kenmerkend en essentieel zijn voor de diensten die door een lijkbezorger worden verricht (HR 27 januari 2006, nrs. 40 403 en 40 750).

In het kader van dit besluit wordt als lijkbezorger aangemerkt diegene die één of meer kenmerkende en essentiële diensten verleent (verzorging en opbaring overledene; verzorging uitvaartplechtigheid; het dragen van de lijkkist; de teraardebestelling of crematie, inclusief asverstrooiing). De diensten moeten een afzonderlijk geheel vormen en een kenmerkend en essentieel deel uitmaken van de lijkbezorging. Dat betekent dat een ondernemer geen aanspraak kan maken op de vrijstelling als de verleende dienst slechts een onderdeel vormt van een van genoemde kenmerkende en essentiële diensten.

De staatssecretaris keurt goed dat ook leveringen door lijkbezorgers, die in rechtstreeks verband staan met eerdere genoemde kenmerkende en essentiële diensten, buiten de heffing blijven. Voorwaarde is dat de lijkbezorger de in rekening gebrachte omzetbelasting niet in aftrek brengt.

Het besluit is geplaatst in Staatscourant nr. 32 van 2008.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

Stel een vraag:

Op dit moment is het stellen van nieuwe vragen tijdelijk niet mogelijk.