Enkele vragen over akte en aangifte overlijden


7 maart 2004

Vraag nummer: 2945  (oude nummer: 4087)

1. Bestaat er een juridisch begrip voor 'de dood'?

2. Wat is het verschil tussen de GGD en de gemeentelijke lijkschouwer? Ben ik correct te veronderstellen dat deze beidde begrippen ongeveer hetzelfde betekenen?

3. Wat is het verschil tussen politie-arts/ free lance politiearts, gemeentelijke lijkschouwer en behandelende arts in het kader van vaststelling en aangifte van overlijden?

4. Wat zijn de belangrijkste verschillen en procedure en aagifte van overlijden (doosbriefjes) tussen België en Nederland?

Alvast dank als u deze vragen wil beantwoorden. Ik ben student criminologie aan de Universiteit van Gent, België en heb nood aan deze info in het kader van een werkje.

Bedankt

Antwoord:

Geachte heer,

Ad 1.
De dood is niet wettelijk gedefinieerd; de wetgever laat het over aan de stand van de medische wetenschap om te bepalen wat men als dood beschouwt en wat niet. Als artsen soms al niet weten wat ‘dood’ is, hoe zou de wetgever het dan (beter) moeten weten?
Ik heb al eens eerder uitgebreid gefilosofeerd over de juridische betekenis van ‘dood’. Zie daarvoor vragen in de sub-rubriek Diversen van de rubriek Overige onderwerpen. Wellicht ook nog in de sub-rubrieken Vaststellen dood en Natuurlijke en niet-natuurlijke dood.

Ad 2.
Uw tweede vraag heb ik zelf onder een ander nummer (vraag 4089) herplaatst, omdat ik me kan voorstellen dat die vraag vaker leeft. Maar ‘verstopt’ in uw vraag kan niemand hem vinden. Daarom apart.

Ad 3.
U moet onderscheid maken tussen het doen vaan aangifte van overlijden bij de gemeente en het vragen van verloven aan de gemeente. Hoewel dat vaak in één bezoek aan het loket tegelijk gebeurt, staat het formeel los van elkaar.
Voor de aangifte van overlijden betekent e.e.a. rond de verklaring van overlijden niets. De arts heeft niets te maken met het doen van aangifte van overlijden. Iedereen die uit eigen wetenschap kennis draagt van een overlijden, mag bij de gemeente aangifte doen. En ook de uitvaartverzorger, zo staat in het Burgerlijk Wetboek. Daarvoor hoeft een arts het lijk niet geschouwd te hebben.
Wél moet een arts het lijk schouwen, als men het lijk wil laten begraven of cremeren. Dat laatste mag alleen met een verlof tot begraven of een verlof tot cremeren. Dat verlof moet de uitvaartleider later aan de houder van de begraafplaats of het crematorium tonen. Het verlof tot begraven of tot verbranden (zo heet het wettelijk; ook al praat men in de praktijk over cremeren en niet over verbranden) wordt afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand, nadat hij een verklaring van overlijden van een arts heeft gehad of een verklaring van geen bezwaar van de officier van justitie.
Als iemand dood is en een arts het lijk onderzoekt en meent dat sprake is van een natuurlijke dood, geeft hij een verklaring van overlijden af. De arts kan zijn de behandelend arts, zoals een huisarts of een arts in een ziekenhuis; als een andere arts weekend- of nachtdienst heeft, geldt deze vervanger als behandelend arts. Als de arts twijfelt of sprake is van een natuurlijke dood, dan schakelt hij de gemeentelijke lijkschouwer in. Deze kan tot de bevinding komen dat toch sprake is van een natuurlijke dood en dan geeft hij de verklaring van overlijden af.
Als de lijkschouwer meent dat sprake is van een niet-natuurlijke dood, rapporteert hij zijn bevindingen aan de officier van justitie. Als deze meent aan dit rapport genoeg te hebben, kan hij een ‘verklaring van geen bezwaar’ afgeven, aan de hand waarvan een verlof tot begraven/verbranden kan worden afgegeven. Dit kan men zich voorstellen bij een dood waar geen opzet van derden bij in het spel was. Stel dat iemand van de trap valt en zijn nek breekt, dan is sprake van een niet-natuurlijke dood. Dan kijkt de lijkschouwer of er geen andere kneuzingen zijn die aanleiding geven tot nader onderzoek (bijvoorbeeld een hoofdwond die doet vermoeden dat iemand eerst op het hoofd is geslagen en toen van de trap is gegooid). De officier zal ook naar andere omstandigheden kijken (was het slachtoffer alleen thuis of niet) en zal dan beslissen of nader onderzoek geboden is.
Als nader onderzoek nodig is, dan komt een politie-arts in beeld. Die zal meer forensische kennis hebben dan de gemiddelde gemeentelijke lijkschouwer. Of men het beroep van politie-arts ook free lance kan uitoefenen, weet ik niet. Bij zware misdrijven vindt onderzoek plaats bij een speciaal instituut: het Nederlands Forensisch Instituut. Hier zitten de specialisten, de anatoom-pathologen, weefseldeskundigen etc. Als die men hun onderzoek klaar zijn, kan het lijk worden vrijgegeven en kan de officier van justitie de verklaring van geen bezwaar afgeven.

Ad 4.
Ik ken de procedures in België niet en kan derhalve de verschillen met Nederland niet aangeven. Ik ken helaas ook geen boeken of brochures die de procedures in België beschrijven.
Over de doodsbriefjes A en B in Nederland en onze procedures zijn al vele vragen gesteld in diverse sub-rubrieken zoals Vaststellen dood, Natuurlijke en niet-natuurlijke dood en Vragen van uitvaartondernemers.

Met vriendelijke groet,

mr W.G.H.M. van der Putten

PS Mij valt tebinnen dat ik vorig jaar ook nog voor het gebouw van de rechtenfaculteit in Gent heb gestaan. Vlak tegen het centrum van de stad, met een fraai aangelegde tuin.

Stel een vraag:

Naam *:  
E-mailadres *:
De titel van uw vraag *:
Uw vraag *:
* Wel verplicht, maar wordt niet gepubliceerd in de website (alleen uw vraag en antwoord).   Verzenden >