
Het overlijden kan een natuurlijke (ouderdom of een ziekte) of een niet-natuurlijke oorzaak hebben (ongeluk of geweld). Als de arts twijfelt of weet dat er een niet-natuurlijke doodsoorzaak is, geeft hij geen verklaring van overlijden af maar schakelt hij de gemeentelijke lijkschouwer in.
Als de gemeentelijke lijkschouwer meent dat er sprake is van een niet-natuurlijke dood, brengt de arts verslag uit aan de officier van justitie. Deze beslist of nader onderzoek van een politiearts of van het Nederlands Forensisch Instituut nodig is. Ook kan de politie onderzoek doen naar de omstandigheden en oorzaak van het overlijden. Als eventueel nader onderzoek is gedaan en de officier van justitie het niet nodig vindt om beslag op het lichaam te leggen of beslag langer te laten voortduren, geeft hij een zogenaamde ‘verklaring van geen bezwaar’ af.
Of er sprake is van opzet of schuld, van het slachtoffer of een ander, maakt geen verschil. Dat maakt alleen verschil voor de vraag of er sprake is van een strafbaar feit. Vaak is nader onderzoek geboden. Een verkeersongeval kan zijn veroorzaakt doordat het slachtoffer een hartaanval kreeg. In dat geval is er sprake van een natuurlijke dood, ondanks dat het lichaam een seconde later ernstig letsel opliep.
Aan de hand van de verklaring van geen bezwaar kunnen nabestaanden, of een uitvaartverzorger namens hen, bij de gemeente een verlof tot begraven of cremeren aanvragen. Zonder een dergelijk verlof mag een houder van een begraafplaats of van een crematorium geen overledenen accepteren.